FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 22 August 2016 10:08

De goeroe heeft jou nodig, mijd hem!

Tekst: Jan Bor Tekst: Jan Bor Beeld: ANP Foto

‘Door een onbestemd verlangen voortgedreven’ zoeken mensen een geestelijke weg en gids, stelt Jan Bor. Zelf vond hij die tien jaar lang in zen. Maar intussen weet hij wel beter: “Leraar en leer brengen je alleen maar verder van huis. Het hart waarnaar je op zoek bent, zit niet in een leer of een oefenpraktijk; het zit in jezelf.” Een pleidooi voor een leven zonder meesters.

Medio jaren zeventig, toen de sixties nog volop doorwerkten, reisde ik naar Kyoto om me binnen de muren van het grote tempelcomplex Daitokuji te bekwamen in zen. Al zag ik mijn Japanse leraar er nauwelijks, ik had wel het genoegen om te mediteren in zijn mooie, eeuwenoude tempel. Je voelde hoe er vele generaties lang monniken en leken de kunst van de zazen, de zenmeditatie, hadden beoefend. De stilte die ik er hoorde, afgewisseld door het soetragezang van de monniken in het nabije klooster, heb ik erna nooit meer zo diep ondergaan. Zeker niet in Londen, waar ik vervolgens oefende en waar het altijd druk was.

Tuierpaal

De lerares die ik er had was zo’n twaalf jaar gevormd in traditionele Japanse zen. Haar zag en sprak ik wel met grote regelmaat, maar begreep ik waar zij mij heenleidde? Ik vrees van niet. Althans toen ik haar boekje The Zen Way voor het eerst las, ik geloof gedurende een vakantie op Malta, las ik over veel van wat er stond heen. Zo schrijft ze: “We kunnen besluiten ons dagelijkse leven te aanvaarden zoals het komt, als een oefening in discipline. (…) Gewoon ons dagelijkse leven leiden, maar met vaste tijden van opstaan en naar bed gaan. Het is belangrijk de routine te leven zoals ze is, zonder de dingen naar onze hand te zetten, zoals we ze beter vinden, of efficiënter of makkelijker uit te voeren. Alles te laten zoals het is en gewoon ons uiterste best te doen. Wanneer we op die manier beperkt zijn in onze bewegingsvrijheid, zijn emotionele reacties tegen dat keurslijf onvermijdelijk en normaal. Het is een onderdeel van de discipline om als een soort tuierpaal (paal waaraan je een dier vastzet om te grazen, JB), te dienen en ons aan te leren soepel te functioneren in omstandigheden met een beperkte bewegingsvrijheid, omstandigheden die wij als ongunstig beschouwen.”

Veel buigen

Al begreep ik dus niet goed waarmee ik bezig was – mezelf in een keurslijf persen en zo in gepaste nederigheid mijn wil te laten omvormen – ik ging de uitdaging aan, leefde een regelmatig leven en mediteerde ’s ochtends en ’s avonds gedurende een uur. Gelukkig werd ik intussen niet zo zen dat ik niet ook over hetgeen waarmee ik bezig was nadacht. Het gaat in de zen weliswaar over zaken waar het denken niet bij kan, maar dat betekende voor mij niet dat je je verstand op nul moet zetten. Langzamerhand realiseerde ik me dat de discipline die ik mezelf oplegde een discipline werd die mijn lerares mij oplegde. Zij begeleidde me immers in dit proces, in de vorm van gesprekjes tijdens de retraites en anders via een briefwisseling. Zo ging ik bij haar op de biecht, hield ze me bij de les maar las ze me ook de les. Dat baarde me zorgen. Ook werd ik als ik niet oppaste de spirituele gemeenschap die zich rond haar vormde, binnengezogen. In deze kringen wordt braaf gedrag gehonoreerd en wordt er veel gebogen, voor de meester als zij haar gezicht laat zien, voor anderen als een uiting van dankbaarheid, voor een koekje dat tijdens de thee wordt uitgedeeld. Het was bijna onmogelijk om je aan deze nagespeelde heiligheid oftewel schijnheiligheid te onttrekken. Ook dat baarde mij zorgen. Want, vroeg ik me af, waar ligt in deze training de grens tussen een zelfgekozen en een van buitenaf opgelegde discipline? Zodra je de meester-leerling-verhouding aangaat, blijkt deze grens algauw weg te vallen. Daarmee begeef je op een hellend vlak: je vertrouwt op je gids, volgt haar aanwijzingen, levert zo je autonomie in en maakt je van haar afhankelijk. Je volgt een training in onderworpenheid. Ik had het gevoel steeds verder van huis te raken.

Login om meer te lezen

1 Reactie

  • Reactielink dinsdag, 23 August 2016 12:17 Geplaatst door W. Davidse

    Ik vind het jammer dat Jan Bor zen voorstelt als een training in onderworpenheid. Ik heb andere ervaringen met mijn zen leraren. De eerste, Nora Houtman, wel genoemd de moeder van de Nederlandse zen, noemde zich zen-instructrice. Ze was het tegenovergestelde van een autoritaire leraar. De volgende, Maarten Houtman, was geinspireerd door Krishnamurti. In tegenstelling tot deze was Maarten van mening dat een zekere discipline wel nodig was. Maarten was een milde, wijze man, die zijn leerlingen 'zachtjes' begeleidde. Hij noemde zijn zen 'Tao zen'. Daarna oefende ik bij Kanzeon Zen, o.a. onder leiding van Anton Coppens (Tenkei Roshi). Bij zijn eerste optreden in Den Haag zei hij: 'ik mocht pas leraar zijn nadat ik had ingezien dat ik niets te zeggen had'. Na zijn preekjes (Teisho's) zei hij nogal eens: 'Vergeet maar wat ik heb gezegd, het is goed als het je stimuleert om te gaan zitten'. Toch geen taal van een goeroe?
    Jan Bor kent toch het gezegde: Dood de Boeddha? dood dan ook je leraar! Als je op je kussen zit, een half uur, moet je het met jezelf uithouden en dan kan de leraar ver weg zijn. Dan is er alle gelegenheid om te zien wat er bij jezelf is.
    Jammer dat Jan Bor zen zo eenzijdig heeft voorgesteld. Zegt het misschien meer over Jan Bor dan over zen?
    Tenslotte: Ik heb het boekje 'Onzen' gelezen. Ik ben het met hem eens waar hij zegt 'jij alleen kunt in je dooie uppie bij je innerlijk komen'. En bedankt Jan, voor de prachtige passages over Kierkegaard en Bergson!

    Rapporteren
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda