FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 17 August 2016 10:18

Profeten, priesters en rabbijnen

Tekst: Tamarah Benima Tekst: Tamarah Benima Beeld: Hollandse Hoogte

Profeten zijn binnen het Jodendom een schakel tussen mens en God. In het vroege Jodendom voerden priesters rituelen uit. Rabbijnen zijn nog steeds op de eerste plaats rechters, leraren en predikers. Kent het Jodendom dan geen goeroes? "Vooral nee en een beetje ja", luidt het antwoord van rabbijn Tamarah Benima. In het Jodendom gaat het bovenal om kennis. "De behoefte daaraan is op talloze wijzen te bevredigen."

Het jaar is 1974. Ik zit op de trappen bij de Klaagmuur. Een nog jonge man spreekt mij aan. “Kan ik u helpen. Wat zoekt u?” “Ik zoek een kabbalist.” “Ik zal u naar een goede toe brengen.” Ik ben inderdaad op zoek naar een joodse spirituele leraar, zoals anderen Bhagwan, Ram Dass, de Maharishi of andere leermeesters zochten en hebben gevonden. Ik ben 24 jaar. Zoals zo veel seculier levende Joden denk ik dat een kabbalist een soort joodse goeroe is. De kabbalist naar wie ik ben gebracht, hoort mij aan en adviseert mij de joodse voorschriften te gaan naleven; dan zal alles goed komen. Teleurgesteld vertrek ik. Dáar was ik niet voor gekomen. Maar waarvoor wel, zou ik toen niet hebben kunnen verwoorden.

Sturing of autonomie

Twee jaar later neemt een vriend me mee naar de soefi meester die daadwerkelijk mijn levensleraar zal worden, Fazal Inayat Khan. Door de interactie met hem krijg ik gaandeweg inzicht hoe de relatie tussen leerling en leraar in andere mystieke tradities eruit ziet. Bestaat zo’n relatie ook in het Jodendom? Vooral nee, en een beetje ja. Het antwoord op de vraag naar goeroes, gidsen, leermeesters in het Jodendom hangt ervan af over welke periode en welke Joden (asjkenaziem, sefardiem et cetera, opleidingsniveau, klasse, man/vrouw, enzovoorts) je spreekt. Het Jodendom is een beschaving van 3500 jaar oud. Ten tijde van de Tempel leefde men anders dan sinds het rabbijnse Jodendom, dat ontstond na de vernietiging van de Tempel in het jaar 70. Het joodse leven sinds de ontwikkeling van de kabbala (de joodse mystieke leer) in de dertiende eeuw, en zijn popularisering daarvan door het chassidisme vanaf de achttiende eeuw, is onvergelijkbaar met het leven van Joden die zijn geïnspireerd door de Verlichting. Kabbalistische Joden vinden de permanente sturing door hun rabbijn het beste wat er is, Verlichte Joden beschouwen dat als een aanslag op hun autonomie en verstand. Joden die leefden in de islamitische wereld smeekte gunsten af bij de graven van grote rabbijn die zij als heiligen zagen. Joden in het Westen zien dat als blasfemie. Wonderen afsmeken? Bijgelovige onzin! Spirituele leraren zoals in de hindoeïstische of boeddhistische traditie die iemand langdurig onder hun hoede nemen, vind je in het Jodendom niet. Met, uiteraard, uitzonderingen: de chassidische rabbijnen. Daarover later meer.

Tussen mens en God

In de joodse traditie zijn er, denk ik, drie tendensen te onderscheiden in de overdracht van spirituele kennis en ervaring: een profetische, een hiërarchisch-priesterlijke en een egalitair-meritocratische. De profetische wordt ingeluid door Mosjé (Mozes). Hij is een gids die moet worden gevolgd, maar je ziet hem niet of nauwelijks een individu spiritueel begeleiden. Hij is eerder iemand die door de Eeuwige zelf op het spirituele pad wordt gezet. Maimonides (twaalfde eeuw) hem heeft weliswaar bezongen als de grootste profeet ooit, maar Mosjé is toch vooral de man die tot driftig wordens toe probeert woordvoerder te zijn voor God tegenover een volk dat alsmaar iets anders wil. Dus goeroe? Voor een individu nu? Niet echt. Net zo min als de profeten uit de latere bijbelse tijd. Zij zijn beslist een schakel tussen mens en God. Mensen vragen hun advies en hulp. Voor de mens in nood verrichten ze wonderen, voor het volk hebben ze een boodschap van doem of troost, maar zij zijn niet een centrale figuur in een spirituele gemeenschap die zich rondom hen heeft gevormd. Het zijn toch vooral individuele zieners, die hun spirituele kennis systematiseren en gestructureerd aan anderen overdragen. Om de zoveel tijd kristalliseert de profetische lijn zich in personen met zeer intense spirituele ervaringen, een grote compassie en een dosis megalomanie als messias (verlosser) zien. In de zeventiende eeuw bijvoorbeeld Sjabtai Zwi, die de hele joodse wereld tot een ongekend extatische beroering bracht. Tot hij in Turkse gevangenschap moslim werd en zijn volgelingen verbijsterd achterliet. De profetische tendens is aantrekkelijk, maar ook disruptief en daarom door het joodse geestelijke establishment steeds weer opnieuw zo veel mogelijk ingeperkt.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda