FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 28 July 2016 09:48

'Aardbeien in december? Echt niet!'

Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Ruth de Ruwe Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Ruth de Ruwe

Lekker, puur en eerlijk. Zo moet ons voedsel zijn, vinden de liefhebbers van Slow Food. Bert van der Kruk ontmoet hen op Texel. “Als ik zie hoe we hier met elkaar eten, hoe we daar de tijd voor nemen en elkaar aandacht geven – dan voel ik me rijk.”

We gaan naar een Slow Food-dag, dus kiezen we voor langzaam vervoer. Vanaf de boot fietsen we langs de waddendijk richting het gehucht Oost. We hebben de wind tegen, maar dat is niet erg. De zon schijnt in ons gezicht en werpt een prachtig licht op het wad. Te-piet te-piet, scholeksters vliegen over. Kluten zwiepen met hun omgekeerde snavel door de glinsterende zeemodder, op zoek naar iets eetbaars. Op de dijk voorbij Oost staat een groep mensen, laarzen aan, emmers in de hand. Ze werpen een blik in elkaars emmer: hoeveel oesters heb jij? Her en der op het wad lopen nog enkelingen te zoeken en te wroeten. Zo eenvoudig kan het leven dus zijn: gewoon zelf je eten uit de modder halen. Valerie Jongeneel kan er niet over uit. “In Amsterdam-Zuid moeten mensen met hun bakfiets naar een dure delicatessenzaak rijden voor een dozijntje oesters van dertig euro; wij kunnen hier gewoon het wad op lopen…” Zeekraal “Texel is een culinair schateiland”, zegt ze, terwijl we naar de boerderij onder aan de dijk lopen. “Wandel eens naar de Slufter en pluk er zeekraal. Dat ligt voor vier euro in de supermarkt.” De vrouw woont sinds twintig jaar op Texel en vindt dat het eiland “een vorm van magie” heeft. Ze heeft van haar passie haar werk gemaakt. Om de ‘bijzondere eilandkeuken’ toegankelijk te maken, organiseert ze voor de jeugd ‘foodevents’. Jongeneel is niet de enige die (ook) beroepshalve op deze dag is afgekomen. Tussen de dertig deelnemers lopen, zo blijkt algauw, ook een kaasmaakster, een eigenaresse van een cateringbedrijf, een kookboekenschrijfster, een chef-kok, een gepensioneerde slager. Ze groepen samen rond de tafel waar de ‘ganzencake’ gesneden wordt. Smaakt bijzonder, maar wel een beetje zanderig, vindt een lange jongeman. Hij heet Alex Hulzink en studeert maatschappelijk werk in Leeuwarden. Hij heeft net op het wad zijn eerste en vermoedelijk ook laatste oester leeggelebberd. “Vreselijk, maar ik vond dat ik het een keer moest proberen.” Hij kende de term slow food niet. Maar als liefhebber van lokale bieren  en bezoeker van de wekelijkse boerenmarkt merkt hij dat de ‘slowe’ manier van leven dichtbij hem staat. “Ik koop zo min mogelijk voorverpakt of producten waarmee nodeloos heen en weer is gesleept.  Ik hoor nu dat het ook een naam heeft. Het heeft nog iets echts.”

Kraailook

Op het erf zet kok Aart Wijker een grote pan met water neer, een kist Texelse aardappels en een kruiwagen voor de schillen. “Wie wil er aan de slag?” Een paar mensen bieden zich aan, de anderen gaan mee met wildplukster Ellen Mookhoek, op zoek naar eetbare zaken uit de berm die we in de salade kunnen gebruiken. Ze noemt zich ‘jager-verzamelaar’. In haar boswachtersoutfit oogt ze streng. Als blijkt dat een paar deelnemers boven op het eetbare kraailook staan, blijkt dat beeld te kloppen. Schuchter doen we een stapje opzij. Ruik eens aan de kraailook, zegt ze. Inderdaad, het is net bieslook. “Graag inleveren zonder vieze puntjes eraan.” Zo is er binnen handbereik veel meer eetbaars dan je als leek denkt. “Neem smalle weegbree, smaakt een beetje naar champignons. De jonge, rechte blaadjes graag, zonder gaatjes.” Van fluitenkruid moeten we afblijven; dat lijkt te zeer op de gevlekte scheerling. “En die is bijzonder dodelijk. Een fatale vergissing is mogelijk. Alleen als je zelf kunt determineren, mag je fluitenkruid plukken. Het is trouwens geen lekkere plant.” Wildplukken is niet verboden, doceert Mookhoek. “Maar neem niet meer mee dan jezelf en je familie op één dag op kunnen. Er is genoeg wildpluk voor iedereen.” Bijbelse beelden over het manna schieten me te binnen. Paardenbloemen, brandnetels, zevenblad, hondsdraf – het is allemaal ruim voorhanden en te eten. “De Romeinen en Germanen aten al zevenblad. En wat doen wij? Wij zijn het constant aan het uitroeien. Hartstikke jammer. Je kunt het beter opeten. Heel gezond, heft tekorten aan mineralen op.”

Lam

Waarom zou je je eten van ver halen, als er dichtbij ook genoeg is. Het lijkt een nogal voor de hand liggend principe van Slow Food. Toch is het nog lang geen gemeengoed, constateert Annette van Ruitenburg, bestuurslid van Slow Food Texel en kookboekenschrijfster. “Voor veel mensen is het heel gewoon om elke week hun kar bij de supermarkt vol te laden met allerlei onbestemde producten. Waar komen die vandaan? Hoe zijn ze verpakt?  Als producten niet in de buurt aanwezig zijn, is er niks tegen om ze van ver te halen. Maar als ze gewoon om de hoek verkrijgbaar zijn…”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda