FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 20 July 2016 09:15

Nieuw Sion wil de stilte in ere houden

Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Stijn Rademaker Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Stijn Rademaker

Peter Dullaert is er maar druk mee: samen met andere vrijwilligers werkt hij aan een ‘doorstart’ van het oude trappistenklooster Sion in Diepenveen: de oecumenische communiteit Nieuw Sion. “Deze heilige plaats moet behouden blijven”, zegt de scheidend directeur van uitgeverij Adveniat, tevens pastor en buurman van het klooster. “Het gebed hoort hier door te gaan.”

Eerst gaan we de katten voeren. Het is een van de vele taken die Peter Dullaert (60) heeft in de voormalige abdij Sion. Nadat de laatste monniken eind vorig jaar hun klooster in Diepenveen hadden verlaten, bleven de katten. Hoeveel het er precies zijn, weet Dullaert niet. Maar hij is blij met hun aanwezigheid. Ze houden het enorm abdijcomplex muisvrij. Op weg naar hun voerbakjes betreden we het gesloten deel waar ook Dullaert, sinds zijn zeventiende trouw bezoeker van het cisterciënzer klooster, tot voor kort niet kwam. Dit was de plek die uitsluitend voor de monniken zelf was. Eenmaal in het ‘slot’ zakt Dullaerts stem naar fluisterniveau. “Wij hebben de gewoonte in de kruisgangen niet te praten”, kondigt hij alvast aan. Hij wijst naar de kleine kapel, waar straks om 12 uur het getijdengebed is, als voorproefje van wat komen gaat. Verderop is de kapittelzaal, die de monniken in hun laatste jaren als gebedsruimte gebruikten. Zo hoefden ze niet steeds de grote abdijkerk warm te stoken. Als de oecumenische communiteit meer vorm heeft gekregen, hopen ook hun opvolgers in deze kapittelzaal hun gebedsbijeenkomsten te houden. Na weer een korte wandeling in stilte belanden we in de abdijkerk, een beetje duister, hoog, ruim. “Ik heb uitgerekend dat hier 260.000 gebedsdiensten zijn gehouden”, fluistert Dullaert. “Zeven keer per dag, van ‘s morgens kwart over vier tot ‘s avonds half acht; ruim 125 jaar lang.” Waarom hij dat uitrekende? “Misschien omdat ik zoek naar een verklaring waarom hier zo’n enorme stilte hangt. Je voelt hem. Het gebed kruipt hier – zoals een van mijn medebestuursleden altijd zegt – gewoon je broekspijp in.”

Knettergek

“Hoe gaan wij die stilte in ere houden”, vraagt Dullaert zich af. Het is een van de vele vragen – variërend van Mariabeeld en wierook tot bijbelvertaling en liedbundel – waarover de oecumenische communiteit in oprichting zich het hoofd moet breken. De monniken spraken nauwelijks in het klooster, zeker tot de jaren zestig van de vorige eeuw. Duizenden gasten en kerkgangers hebben zich in het verleden aan die bron van stilte gelaafd. Ook in onze hectische en rumoerige tijd is er volgens Dullaert grote behoefte aan. Maar, hoe geef je zoiets tegenwoordig vorm? In zijn eigen leven is die vormgeving onderhand wel uitgekristalliseerd. Sinds zo’n 35 jaar begint Dullaert elke dag met een half uur stiltemeditatie. “Achteraf heb ik het gevoel dat mij dat steeds op de been heeft gehouden. Ik heb de afgelopen veertig jaar verschrikkelijk hard gewerkt. Op mijn 27-ste werd ik pastor in een rooms-katholieke parochie met 6.000 leden, waar we vijf missen per weekend hadden. Ik dacht: als ik niet uitkijk, word ik hier knettergek. Bij mijn vader had ik gezien waartoe dat kan leiden; hij raakte tijdens zijn werkzame leven een paar keer overspannen.” De meditatiecursus die de kersverse pastor rond die tijd bij de Vlaamse norbertijnen in Averbode volgde, voorkwam dat het met hem dezelfde kant op ging. Het begon met het bidden van het Jezusgebed, een mantrameditatie uit de oosters-orthodoxe traditie. Later kwamen daar andere varianten bij, uit andere tradities. “Het blijft natuurlijk zo dat je als mens geplaagd wordt door tig gedachten. Als je gaat mediteren of verstillen, word je je extra bewust van die gedachten. Maar naarmate je je daarmee langer bezighoudt, leer je ook sneller om stil te worden. Je valt eerder in de stilte. Dan ben je niet alleen zelf bewust aan het ademhalen, maar dan ademt het in jou – op een andere manier kan ik het eigenlijk niet zeggen. Het is een stadium van iets verdere verstilling. Er zijn nog meer stadia, maar daar ben ik nog niet aan toe…” Hij blikt even in de bloeiende kloostertuin. “Als je tot stilte kunt komen, kun je de rest van de dag ook heel erg gefocust werken, met volledige aandacht, en daardoor productiever zijn. Dat geldt des te sterker als je, zoals de monniken, op meerdere momenten op de dag tot stilte kunt komen. Veel geestelijke leraren wijzen daarop. Wie zegt dat hij geen tijd heeft om te bidden of te mediteren, vergeet dat ieder half uur stilte zich daarna meteen uitbetaalt. Het is geen verloren tijd. In de tijd daarna kun je juist veel méér doen.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda