FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 14 July 2016 16:30

'Niet de mens die wij zijn, maar die wij zullen zijn'

Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Jedi Noordegraaf Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Jedi Noordegraaf

Paula Irik is als pastor en mantelzorger 'te gast' in het leven van mensen met dementie. Wat betekent 'wederopstanding des vleses' voor hen? Irik: "Ze moeten in en ondanks hun frustratie vrij kunnen fantaseren over hun nieuwe lichaam. Dat je niet meer gekluisterd bent in wat je nu nog klein maakt, daar mag je van dromen." Elfde aflevering van de interviewreeks over de christelijke geloofsbelijdenis.

Paula Irik (63) is domineesdochter en studeerde theologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was hervormd gemeentepredikant in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, trok als DISK-arbeidspastor op met onder anderen schoonmakers en baanloze scheepsbouwers en is sinds 2003 geestelijk verzorger in dienst van een grote zorginstelling in Amsterdam, werkzaam op vier locaties. “Al mijn werkkringen hebben te maken met de arme kant van Nederland. Het gaat altijd om werk met weinig middelen en bondgenootschap met uiterst kwetsbare mensen.” We praten over het voorlaatste ‘artikel’ van de geloofsbelijdenis, de ‘wederopstanding des vlezes’. We zitten in de hal van een zorginstelling in Utrecht. Twee ochtenden per week is ze daar mantelzorgster voor haar dementerende moeder van 91. Dat is geen sinecure, zegt haar lichaamstaal. Het gaat vaak niet goed met haar moeder, ze laat nauwelijks zorg toe, alleen die van haar kinderen. Ze is ook heel opstandig en dat is lastig voor haar omgeving. En voor haarzelf. Niet alleen als mantelzorger, maar ook in haar dagelijkse werk zet Paula Irik zich in voor oudere mensen, meest dementerend. “Optrekken met mensen met dementie is mijn passie. Zo’n verpleeghuis als dit is een context van heel veel verlies: van uitsluiting, ontkenning, reductie, beroving, bezuiniging. Er is dus sprake van een extreem verschil in macht en mogelijkheden tussen mij en de bewoners met dementie. Daarom moet mijn zender voor meer dan 100 % op ontvangen staan. Ik moet voortdurend beseffen dat ik er in mijn verstaan en betekenisgeving compleet naast kan zitten. De mensen met dementie zelf moeten mijn beelden en mijn betekenisgeving kunnen veranderen, kunnen ontregelen, kunnen corrigeren. Zij zijn gastheer en gastvrouw, ik ben in hun leven en leefwereld te gast. Dat is voor mij ook existentieel: ik kom bij de bewoners altijd weer op orde. Zij maken voor mij verschil, zij maken mijn leven anders, ik moet en wil bij hen zijn om ook tot mijzelf te komen. Het gaat mij erom hun taal te verstaan, hun een stem te geven en die stem te versterken.”

Wat zeggen hun stemmen? Kun je die verstaan?

“Als ik onder deze mensen ben, besef ik dat juist hier, waar alles afbrokkelt, het vuur vonkt. Zij herinneren mij eraan dat het belangrijkste in ons leven niet geschiedt op de toppen, maar in de diepte. Zij laten mij dagelijks ervaren, dat het licht juist daar ons leven binnenvalt waar dat leven uiterst kwetsbaar is. Hier is de essentie waarvoor wij op aarde zijn, het is voor mij de kern van de aanwezigheid van God in het leven van mensen. Juist omdat hier in het verpleeghuis in de heersende opinie helemaal niets meer gebeurt. Als bezoekers deze mensen in de huiskamer van een verpleeghuis zien, stil, gebogen, in zichzelf verzonken, dan denken ze vaak: einde verhaal. Maar het is niet het einde! Ik was gisteren op een psychogeriatrische afdeling met een jonge stagiaire. Ze was verbaasd over mijn benadering en over de gesprekjes daar om de huiskamertafel: ‘Kunnen mensen met dementie dan praten?’ Zeker, zei ik, het is misschien geen gangbaar Nederlands, maar het is wel taal. Taal die ons iets te zeggen heeft. En het vraagt van jou geduld, aandacht en rust om die taal te verstaan. Iedereen mag in onze samenleving veranderen, behalve mensen met dementie. Die kunnen dat niet meer, die ontwikkelen zich niet meer, wordt dan beweerd. Dat is niet waar! Iemand die in een eerdere levensfase verklaard heeft dood te willen bij de diagnose dementie, kan daar in zijn dementie heel anders over denken of in elk geval heel duidelijk aangeven niet dood te willen. Dan mag je zo iemand toch niet vast zetten in een eerder standpunt? Ik ben erg gekant tegen de liever-dood-dan-dement-mentaliteit, met die overwaardering van de maakbaarheid van de mens. Tragiek hoort bij het leven. Mensen met dementie kunnen ons weer leren leven met wat zomaar onverwacht kan toeslaan, met hulpeloosheid en onoplosbaarheid.”

Wat kun je dan met die eeuwenoude tekst over de wederopstanding van het vlees?

“Ik werk in een context waar zulke teksten mensen weer bepalen bij de bronnen waarmee ze zijn opgegroeid. Deze teksten geven mensen kracht. Die kracht zit niet in het brein, niet in de reflectie, maar als je ze uitspreekt, raken ze mensen in hun botten, bevestigen ze hun identiteit, wie ze zijn. Het is ‘oer’, iets wat bij hun leven hoort. Ook andere teksten doen dat. ‘Onze hulp is in de naam van de Heer’…, Onze Vader, Psalm 23, oude gezangen, kindergebeden, de vredesgroet. Mensen schieten dan gemakkelijk vol. Het is niet alleen de buitenkant van de tekst, het is ook de binnenkant ervan, die betekenis geeft, op dat moment raakt hen die.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda