FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 07 June 2016 15:31

'Herinneringen moet je koesteren'

'Herinneringen moet je koesteren' Tekst: Hannah van Moolenbroek Beeld"Martine Sprangers

Op de dag dat de Japanners Nederlands-Indië binnenvallen, wordt het jongste broertje van Truus Huizenga-Kuilman geboren. Haar vader is op dat moment  aan het vechten en het is onbekend of hij nog leeft. Blijdschap en verdriet wisselen elkaar af die dag en zo zal het vaker in het leven van Truus Huizenga gaan. Haar leven kent naast lange periodes van gelijkmatigheid, diepe dalen. Toch ziet zij steeds weer lichtpuntjes om dankbaar voor te zijn.

 “Als kind heb ik leren overleven in het Jappenkamp. Ik denk toch dat het me daardoor nu ook lukt om verder te gaan na een moeilijke periode. Van mijn moeder leerde ik om altijd op zoek te gaan naar de kiertjes van licht in donkere periodes. En ook dat alles weer anders kan worden. Ik vind het echt ongelofelijk hoe zij ons door de periode in het kamp heen gesleept heeft. Dat was niet niks hoor. Het ergste was misschien nog wel de constante angst. Ik ben altijd ontzettend bang geweest dat ik mijn vader nooit meer zou zien. Dat was geen onterechte angst: ik zag om me heen gebeuren dat kinderen hun vader verloren. Dat ik mijn verhaal nu kan vertellen, komt omdat ons hele gezin heelhuids uit de oorlog is gekomen. Niet mentaal ongeschonden, het is nooit meer geworden als voor de oorlog.

In januari 1946 repatrieerden we naar Nederland. Daar heb ik een heel fijne tijd gehad. In het kamp was geen school, dus ik liep erg achter op leeftijdsgenoten. Samen met andere kinderen uit de kampen zat ik op een speciale school waarin we in een jaar tijd bijgespijkerd werden in rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis. Hierdoor leerden we in sneltreinvaart enorm veel, maar dat beklijfde niet allemaal. Dus toen ik eenmaal op de HBS zat presteerde ik het rustig om op de kaart Londen als Parijs aan te wijzen en andersom. Maar ik hoorde er altijd bij, heb me nooit buitengesloten gevoeld. Ondanks die leuke tijd verlangde ik er toch naar om terug te gaan naar Nederlands-Indië. Toen we daadwerkelijk teruggingen, vond ik dat dan ook heel fijn. Het is toch mijn geboorteland. En ergens hoopte ik misschien ook dat het dan weer zou worden als vroeger, maar dat was natuurlijk niet zo. Dat merkte ik al heel gauw. Het is geen makkelijke tijd geweest. In het begin was het ook nog best onveilig. Soms kon ik niet naar school omdat er gevechten in de stad waren.

Ook persoonlijk was het wel eens lastig. In het derde jaar van mijn middelbare hield de bovenbouw van de school plotseling op met bestaan omdat er te weinig docenten meer waren. Ik ging toen werken op de polikliniek en in de apotheek van de faculteit van Diergeneeskunde en Landbouw aan de universiteit. Vrijwel alle leeftijdsgenoten van mij waren vertrokken, daardoor heb ik me vaak eenzaam gevoeld. Ik miste mijn beste vriendin zo erg dat ik in een kleine depressie belandde.  Daar ben ik op eigen kracht weer bovenop gekomen. Kijk, het is zoals het is. Je kunt wel allemaal gaan zitten drammen maar dat heeft geen zin. Probeer maar de mooie dingen te zien. Dat zei ik tegen mezelf, want wat schiet je ermee op als je in je verdriet gaat verzuipen. Wat daarbij hielp, was dat ik het druk had met mijn werk en daarnaast vrijwilligerswerk deed bij de padvinderij. Dat vond ik leuk en daar ging mijn aandacht voor een groot deel naartoe.

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda