FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 27 May 2016 13:02

De kunst om te ontvangen

De kunst om te ontvangen Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Corbino

Half december afgelopen jaar vertrok academisch filosoof Paul van Tongeren bij de Radboud Universiteit in Nijmegen. Een kleine veertig jaar eerder, in het midden van de jaren zeventig, was hij er als docent in dienst gekomen. Als hoogleraar, in de wijsgerige ethiek, heeft hij er nu de deur achter zich dicht getrokken. Dat deed hij met een afscheidscollege dat ook in boekvorm verschenen is, getiteld: Dankbaar. Dat klinkt sentimenteel, halfzacht. Maar daar is allerminst sprake van. De ondertitel, Denken over danken na de dood van God, laat meteen merken dat Paul van Tongeren met zijn ‘filosofie van de dankbaarheid’ diep aan het spitten is in het wezen van het mens-zijn.
In zijn boek heeft hij het over het onbestemde gevoel van dankbaarheid dat iemand kan overvallen bij de geboorte van zijn kind, bij het overleven van een auto-ongeluk of bij het getroffen worden door de schoonheid van de natuur. Vroeger was God de adressant van die dankbaarheid. Maar als God van het toneel verdwijnt, krijgt die ervaring iets onwezenlijks. Soms lijkt het zelfs ongepast om haar te voelen. Hoe levensvatbaar is de dankbaarheidservaring nog als we niet goed meer weten hoe we die moeten verwoorden of begrijpen?

Wat zegt het over uzelf dat u dankbaarheid als onderwerp hebt gekozen?
“Ik moet zeggen dat ik langzamerhand steeds vaker denk dat ik vooral schrijf over de dingen die ik zelf niet kan. Ik heb ook een boekje geschreven over de ethiek van de tijdservaring, over het verstrijken van de tijd, maar ben een verschrikkelijk ongeduldig mens en kan verschrikkelijk lijden onder alles wat voorbij gaat. Wat ik heel jammer vond bij mijn afscheidscollege, was dat Sam IJsseling (Nederlands filosoof, oud-hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven, JT) niet aanwezig was. Hij was een half jaar ervoor overleden. Ik heb bij hem gestudeerd en heb veel aan hem te danken. Als die man in iets voorbeeldig was, dan was het in zijn dankbaarheid. Feitelijk was hij eigenlijk pater, want hij is nooit uitgetreden. Maar hij beschouwde zich absoluut niet meer als een christen, laat staan als priester. Toch straalde die man op alle mogelijke manieren altijd die dankbaarheid uit. Ik vind dat schitterend. Ik herken het als een ideaal, maar het betekent ook dat ik dat niet zo kan realiseren als hij.”

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda