FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 24 May 2016 15:35

Wie kan loslaten, heeft goud in handen

Wie kan loslaten, heeft goud in handen Tekst: Stefan Franz

Zou een leven als monnik wat voor hem zijn? Weliswaar was hij ongelovig, maar de rust en stilte van het monniksleven trokken toch aan hem. Stefan Franz nam de proef op de som. "Starend naar het kruisbeeld dat boven het althaar hangt, probeerde ik me in te beelden hoe het is om te geloven. Wat is God eigenlijk? Hoe maak ik met Hem (of Haar) contact tijdens het gebed? Hoe werkt dit? Ik wist van toeters noch blazen."

Stilte is een beetje uit de mode. Velen zoeken voortdurend prikkels op, hetzij in de vorm van muziek, films, series op tv en internet, YouTube, kletsen over koetjes en kalfjes, uitgaan en alcohol drinken of een reis met een intensief programma. Men mijdt stilte. Als de pest. En als men dan toch in een momentje van 'niets' vervalt, wordt er vrijwel meteen weer naar de smartphone gegrepen, wordt de laptop opgestart of een wanhopige poging gedaan om het gesprek voort te zetten dat zo oncomfortabel stil dreigde te vallen. Juist daarom zoek ik de stilte regelmatig op. Dat doe ik in de bossen, wandelend, alleen of met een vriend, vanwege de kalmte, de geluiden van een tijdloze plek en het gezelschap van stevig gewortelde bomen die rustig toekijken op een veranderende wereld. Binnen de gemeenschap van mensen heb ik nergens een zo daarmee vergelijkbaar gevoel gehad als in de trappistenabdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven in Berkel-Enschot (onder de rook van Tilburg), waar ik begin vorig jaar een korte tijd met de monniken meeleefde.

Voorspelbaarheid

De toegangspoort is intimiderend, dat zeker, maar eenmaal op het terrein komt de pracht van het keurig bijgehouden landgoed waaruit de abdij oprijst je tegemoet. Een schitterend gebouw. Koningshoeven werd in 1881 opgericht door Dom Dominicus Lacaes. Drie jaar later volgde de brouwerij waar het vermaarde trappistenbier tot op de dag van vandaag wordt gebrouwen. Hoewel vroeger tussen de zeventig en tachtig monniken onderdak in het klooster vonden, wonen er tegenwoordig niet meer dan twintig. Daarentegen is de abdij wel een trekpleister geworden: je kunt de brouwerij bezoeken of een stille retraite houden. Ondanks de hordes toeristen die het klooster jaarlijks ontvangt – 120.000 maar liefst – houden de monniken zelf strikt vast aan hun hermetische levensstijl.

“Door je wereld klein te houden kan hij juist veel groter worden,” stelt Vader Abt Bernardus, een lange man, tamelijk jong, met een aanstekelijke rust en vriendelijkheid over zich.

Kloosters heb ik altijd gezien als bakens van spirituele en sociale perfectie met een harmonie op goddelijke sterkte en monniken die beschikken over een haast onvoorstelbare religieuze diepgang die wij als buitenstaanders niet kunnen bevatten. Eerdere bezoeken aan een hindoeïstisch en boeddhistisch klooster hadden dit idee post doen vatten, al werden daar de bezoekers op afstand gehouden en leerde ik daardoor de monniken niet persoonlijk kennen.

Een ongelovige met een verlangen om God te vinden in een klooster? Achteraf een vreemde situatie, maar toch, na een goed gesprek met de abt was ik welkom om een weekje mee te leven. Dit hield in: samen bidden, zingen, werken en eten. Ik kreeg een kamer in het gastenhuis en een rooster waaraan ik me diende te houden. Wat mij het eerst opviel was de rust die het monnikenleven met zich meebrengt, die vooral een gevolg is van de voorspelbaarheid van alles. De monniken leven volgens een dagindeling die nodig is om volledig toegewijd te zijn aan het hoofddoel van hun leven – een zoektocht naar God – waarin herhaling en eentonigheid juist als kracht worden ervaren. Een effect dat ik na een paar dagen voelde was dat die voorspelbaarheid een hoop kopzorgen ver de toekomst wegneemt. Daardoor kun je beter opgaan in het moment. De contemplatie kon beginnen.

Hoewel ik al jaren met het idee speelde om monnik te worden om een leven van rust en stilte te leiden, stond ik op de dag dat ik het klooster inging voor een dilemma. Een vrouw was recentelijk in mijn leven gekomen en mijn besluit deed haar verdriet. Waarom moest ik juist nú het klooster ingaan? Was het een verlangen naar God of misschien wel de angst voor de liefde? Of voor het leven zelf? Eenmaal meegevoerd door de bezinning begon ik de vraag die ik mijzelf herhaaldelijk stelde, ook op de monniken te betrekken: wat bracht jou naar dit klooster?

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda