FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 13 May 2016 14:09

Het klooster als projectiescherm

Het klooster als projectiescherm Tekst: Arjan Broers

Ook al lopen ze net zo hard leeg als kerken: het imago van kloosters blijft goed. Dat zegt volgens Arjan Broers meer over de spirituele verlangens van de samenleving dan over wat er in de kloosters zelf gebeurt. “Ook kloosterlingen zijn kleingeestig, mopperig, angstig, verveeld en hypocriet. Dat is niet erg, maar ze doen er soms zo verrekte weinig mee.”

 

‘Er is de laatste tijd veel onrust en onenigheid”, vertrouwde een zuster me eens toe. “De abdis wil alle taken herverdelen en dat doet zeer. De gastenzusters willen niet in de verzorging, de zusters van de wasserij durven de keuken niet aan. Maar het wordt niet uitgesproken.”

De afgelopen dertig jaar ben ik al in heel wat kloosters en abdijen geweest. Doorgaans doe ik er twee indrukken op. De eerste is die waar ik voor kom: de stilte, de ruimte, het ritme van het gebed halen me uit mijn ‘normale’ haast. Ik voel me in een groter verband gezet, dat van ‘zoals het was in het begin en nu en altijd’, zoals veel gezongen psalmen eindigen.

Dat verandert van alles in mijn gedachten, maar meer nog in mijn aanwezigheid. Het is heerlijk om te merken dat, bijvoorbeeld, mijn lichaam al na een paar uur een kalmere tred aanneemt. En als ik door de eerste verveling heen ben, gaan mijn zintuigen meer open. Mijn al te gespannen doen komt meer in evenwicht met het genoegen er te zijn.

De tweede indruk is er een van bevreemding, soms zelfs vervreemding. Kloosterlingen zijn net mensen, zo zou je dit kunnen omschrijven: kleingeestig, mopperig, angstig, verveeld en hypocriet. Daar is niks mis mee, ware het niet dat ze er soms zo verrekte weinig mee doen. En dat, dat vind ik ronduit teleurstellend.

Het klooster als instrument

Volgens het laatste God in Nederland-onderzoek komt 82 procent van de Nederlanders nooit of hoogst zelden in een kerk. En in december meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau nog dat niet meer dan 13 procent van de Nederlanders de kerk te vertrouwen vindt. Dat eerste percentage, de onkerkelijkheid, loopt al jaren op. Het tweede, het vertrouwen, heeft een enorme knauw opgelopen door het schandaal van seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk.

Gek genoeg blijft het imago van kloosters goed, en dan met name dat van de monastieke varianten van het kloosterleven. Gastenhuizen zitten vaak vol, voor retraites is veel belangstelling, producten als trappistenbier, kloosterbrood en abdijzeep worden goed verkocht. In de marketing worden al deze producten vooral geassocieerd met natuurlijkheid, ambachtelijkheid, zuiverheid, eenvoud en smaak.

Ach, het is vooral beeldvorming en het zegt meer over de samenleving dan over kloosters zelf. Het klooster is een plek waar mensen even kunnen uitstappen – om daarna weer in te stappen, onveranderd. Het is net als met het minstens zo populaire product mindfulness: het gaat terug op vormen van meditatie, die bedoeld waren om los te komen van wat trappist Thomas Merton het valse zelf noemde, zodat er ruimte ontstaat voor het ware zelf: wie je bent in God. In de praktijk zijn kloosters net als mindfulness vooral instrumenten om even op adem te komen – zodat je weer terugkunt, de ‘normale’ wereld in. Want hoe aardig kloosters er ook op staan: de krimp gaat door, en aanwas is er nauwelijks. De toekomst van verreweg de meeste kloosters in ons land is al voorbij.

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda