FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 22 April 2016 13:17

'Ik heb leren vrijen in de kerk'

'Ik heb leren vrijen in de kerk' Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Johan van Walsem

Bij de benedictijnen leerde Dennis Coenraad rechtop lopen. “Mijn lichaam vormt de verbinding tussen de drift van de aarde en de inspiratie van de hemel.” Zo wil hij als beeldhouwer werken. En zo wil hij leven.

 

Toen beeldhouwer Dennis Coenraad 23 jaar was kwam hij als protestantse jongen voor het eerst in de Sint-Adelbertadbij in Egmond. “In een protestantse kerk plofte je neer, zat je een uur of anderhalf uur, ging je staan bij de zegen en: dat was het dan. In die abdij heb ik geleerd fysiek actiever te zijn. Het eerste was dat ik een aantal monniken zeer aantrekkelijk vond in hoe alert en rechtop ze liepen. Mijn rechtop lopen heb ik daar gekopieerd. Want ik ben vrij lang, hè. Dus vroeger liep ik zo”, en Coenraad kromt zijn schouders en rug. Zijn borst verdwijnt naar binnen. “Ik mocht niet boven de mensen uitstijgen. Maar nu...”, hij strekt zich weer uit in de hoogte, “toon ik mijn vriendelijkheid en vormt mijn lichaam de verbinding tussen drift van de aarde en de inspiratie van de hemel. Mijn werk als beeldhouwer gaat altijd over die verbinding: tussen de zonkracht, God of hemel, en de aarde. Ik voel die verbinding het beste als ik mijn ruggengraat, als een soort jakobsladder, rechtop zet. Daarop kunnen de engelen uit de hemel, en inmiddels ook de duiveltjes uit de aarde, hun inspiratie uitwisselen. Dat vang ik op in mijn lichaam.”
Dennis Coenraad is een zinnelijk mens. Allereerst is zijn werk lichamelijk. Hij probeert de essentie van een mens zichtbaar te maken in diens fysieke vormen. In zijn vrije werk geeft hij veel ruimte aan zijn fascinatie voor het mannelijke lichaam. “Ik heb in de jaren negentig alle psychologieboeken over ‘de man’ gelezen: dat was een zoektocht naar mijn eigen man-zijn. Wat in de ziel van de man beweegt aan geestkracht, wil, drift en devotie, orden ik in mijn werk tot een samenhangend beeld. Mijn instinct uit zich heel natuurlijk in het mannenlichaam; zo ben ik geschapen.”
Naast zijn vrije werk maakte hij, in opdracht, onder meer bronzen koppen van oud-politici als Willem Aantjes en Ben Bot, van dichter Willem Barnard, studentenpastor Jan van Kilsdonk en acteur Henk van Ulsen. In steeds dertig sessies bij hen thuis, op een krukje gezeten met een kilo klei voor zich, ging hij ‘door ze heen’. “Als je een goed portret van iemand wilt maken, moet je diegene echt voelen.” Dan gaat het om de energie, de geestkracht, de vibratie.

Lichaam op slot
Om al die subtiliteiten te registreren, als was hij een menselijke seismograaf, moet Coenraad ook in zijn eigen lijf als gegoten zitten. Exact dat is de reden dat er de laatste drie jaar bijna niks uit zijn handen kwam. Zijn lichaam ging op slot. Ook tijdens zijn vaste gang naar de Utrechtse sportschool kon hij geen gewichten meer omhoog krijgen.
De reden was dat hij na de dood van zijn vader – van wie hij tijdens diens laatste periode in een verpleegtehuis ook een kop boetseerde – zich was gaan verdiepen in het oorlogsverleden van zijn familie; tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. “Met Pasen in 2014 ben ik met de familie naar Indonesië gegaan, op zoek naar onze roots. Als eerste hebben we de urn van mijn opa op het ereveld in Jakarta opgezocht. Ik zie mijn moeder nog met die urn op schoot huilen. Dat is ook weer dat lichamelijke. Mijn opa is uit Soerabaja in een laadschip helemaal verplaatst naar het noorden van Japan. Daar is het ijskoud, min 12. Op die plek moest hij in een loodmijn werken en is hij overleden. De Japanners hadden eerbied voor het lichaam, dus de as werd bewaard in, ik dacht, een boeddhistische tempel. Daarna is de as naar Indonesië verscheept. Dat is heel aangrijpend: op het internet zoek je zijn naam op en dan zie je een kaartje met Japanse tekens, waarop staat wanneer hij overleden is, wat ik nog niet wist, en dat de reden een longontsteking was. Dan gaan al je emoties werken, dan komt iemand dichtbij. Hij was vroeger een mythe: een grootvader die overleden is. Maar door dat te lezen en die urn te zien, merkte ik dat mijn lichaam reageerde. En mijn lichaam deed dit”: Coenraad verkrampt zijn handen.
In die periode moest hij voor diezelfde abdij in Egmond, waar hij al sinds jaar en dag kwam, een sculptuur maken van de naamgever: Sint-Adelbert. Dit was een Ierse monnik die samen met Willibrord naar het vasteland overstak om het christelijk geloof te brengen. “Ik heb uiteindelijk drie maanden in de abdij gezeten, terwijl het plan was om het beeld in één maand te maken. Maar het enige wat ik deed was vijf keer per dag rechtop zitten in de kerk voor de gebeden, en slapen. Ik moest na drie maanden tegen de abt zeggen: het beeld is niet af. Dat is afschuwelijk om te doen in een omgeving waar de monniken zich helemaal de tering werken: de monnik van tachtig wast er de monnik van negentig. Ik voelde me zo bevoorrecht: ik had er een ateliertje gekregen, ik hoefde niet over eten en drinken na te denken. Ik moest alleen maar het beeld maken. Dat is mijn lust en mijn leven, en juist dat lukte niet. Dat was een enorm gevecht om toe te geven.”

Stresswereld
Als Coenraad beeldhouwt, doet hij alles met de hand. “Het vervelende is dat als studenten nu op de kunstacademie vragen: mogen we boetseren?, gezegd wordt: maak op de computer eerst een driedimensionale tekening. Dat betekent dus dat iemand alleen maar dit doet” - hij maakt het gebaar van vingers boven een toetsenbord. “Die studenten zitten dan alleen maar te denken. Dat vind ik dramatisch: je slaat dan je hele lichaam over. Als je alleen maar leeft vanuit een idee over de werkelijkheid, dan vind ik dat gevaarlijk. Daar komen oorlogen van: omdat een bepaald idee op de werkelijkheid wordt gepropt. Dat zie je nu ook met hoe over vluchtelingen wordt gepraat. Gisteren las ik een artikel over een arts die vluchtelingen ontvangt: hij begint juist met het lichaam. Er komen mensen met bevroren voeten binnen, mensen die uitgeput zijn. Dat is allemaal fysiek. Er was ooit een rabbijn die hoorde dat er voor het eerst in de synagoge gecollecteerd werd, in plaats van dat de mensen zelf hun geld naar de armen brachten. Die man was woedend: op zo’n moment maak je een knip tussen de werkelijkheid en de beleving van mensen.”
Wat is in zijn ogen de beste religieuze lichamelijke houding: knielend op de knieën, heen en weer bewegend, voorover buigend? “Ik denk zelf: rechtop zittend. Als ik een meditatie geef, zeg ik altijd: sluit je ogen, doe de handen het liefst uit elkaar, adem in en uit. En dan vraag ik: kun je je ruggengraat voelen? Kun je voelen hoe je hoofd op je ruggengraat balanceert? Kun je je stuitje voelen? Voel dan: waar zit het lichaam vast? Bij mij zelf zit het vaak vast in de onderrug. Op het moment dat ik daar met mijn geest naar toe ga, mijn bewustzijn openzet, voel ik de verkramping. En als ik dat genoeg doe, laat het los. Maar het verkrampt elke keer weer, want we leven in een stresswereld. Als ik in de abdij van Egmond ben, dan duurt het drie dagen met mediteren, voordat ik eindelijk voel: ah, nu laat ik los.”

Veilige kring
Al sinds jaren komt Dennis Coenraad in de Janskerk in Utrecht, waar een oecumenische studentengemeente thuis is. Begin februari, met Aswoensdag, was hij er ook. “Daar vroegen ze: neem je palmtakjes van vorig jaar mee. Dan staat er een korf middenin de kerk, daar worden al die takjes ingeflikkerd en de hens in gestoken. Zó’n vlam! Ja, dat beleef ik heel fysiek. Ik ga dan staan om te kijken hoe het oude als het ware verteert, tot stof vergaat, en als rook in de gewelven hangt. Dat belééf ik dan gewoon. Op een gegeven moment is het vuur uit, wordt er water bij gedaan en krijg je een askruisje op het voorhoofd, op je zesde chakra. Dan gebeurt er wel wat anders met mij dan als ik alleen maar in de kerkbank mag zitten.”
“Ik heb leren vrijen in de kerk!”, roept Coenraad later uit. “Dat moet ik uitleggen natuurlijk.” Hij begint: “Je komt binnen achter in de Janskerk. Voor in de kerk gebeurt iets, er wordt een eerste lied gezongen, een gebed gedaan, nog een lied gezongen… Langzaam voel je: hé, ik laat de wereldse beslommeringen los en kom thuis. Halverwege de dienst word je uitgenodigd van je stoel op te staan en in het hoogkoor met z’n allen een kring te vormen. Dan word je voorbereid op de communie, op het communiceren. Al mijn grofstoffelijkheid uit het begin wordt uit mij weggewassen. Er is een kring van veiligheid waarin iemand die ergens mee zit naar voren kan komen en een voorbede doet. Hij of zij maakt zichzelf fysiek zichtbaar. Als beeldhouwer beleef ik heel veel aan hoe iemand naar de microfoon loopt. Daarin voel ik hoe het met iemand is. In de Janskerk komt er dan een mandje met brood langs: jouw buurman geeft brood aan jou en zegt daar iets bij. Dus je pakt niet voor jezelf, maar geeft het aan een ander, en je krijgt het van een ander. En aan het eind bidden we hand in hand het Onze Vader. Dat maakt dat je ontvankelijk wordt voor de geestkracht en voor elkaar.” En daar slaat hij de brug naar de seksualiteit: “Als ik ga vrijen, begin ik bijna altijd met meditatie: terug naar mijn eigen lichaam, voelen wat ik voel, beslommeringen loslaten. Dat zijn rituelen waarmee ik mijzelf vrij kan maken, om open te staan in de mate waarin de ander open of gesloten is.”

Geduld oefenen
Vorig jaar hervond hij alsnog de kracht om het beeld voor de abdij in Egmond te maken. Inmiddels staat het op de binnenplaats van het benedictijnse klooster, op een sokkel in een vijver: Sint-Adelbert in een wapperende pij, met de Bijbel op borsthoogte in de handen. Maar werk-in-opdracht doet hij voorlopig niet. “Ik moet vrij werk maken. Een deadline is nu gif voor mij. Want er hangt natuurlijk altijd veel van af; het zijn beroemde mensen, die wat voorstellen. Ik ga een beeld van ze maken, dat dan onthuld moet worden. Als ik er over praat, voel ik het al in mijn onderrug. Ik oefen in geduld en overgave tot de tijd rijp is.” ●

PASPOORT
Dennis J. Coenraad, 1966 geboren in Zwijndrecht, afgestudeerd in 1991 op het portret, teken en handvaardigheid aan de lerarenopleiding te Utrecht. Leraar tekenen handvaardigheid: 1992-1997. Beeldhouwer sinds 2000. Vijftien jaar opgeleid door beeldhouwdocent Tim Bouwhuis. Opleiding psychosynthese: 2005-2008. Tantra aan diverse opleidingen: 2000 tot heden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda