FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 15 April 2016 13:13

Het lichaam: weerbarstig en mysterieus

Het lichaam: weerbarstig en mysterieus Tekst: Bernard de Cock Beeld: ANP Foto

Weerbarstig en mysterieus

 

Lichaam en seksualiteit, ze vormen een even weerbarstige als mysterieuze werkelijkheid, zo meent Bernard de Cock. In onze samenleving bewegen ze zich tussen banaliteit en heiligheid. We kunnen aan de ander alleen ons schamele gekwetste lichaam aanbieden. In navolging van hem die eens zei: ‘Dit is mijn lichaam.’

Als het over het lichaam gaat, doen mensen tegenwoordig nogal gemakkelijk twee uitspraken die ze met elkaar in verband brengen. De eerste is: in de loop van de geschiedenis heeft het christendom het lichaam geminacht. En de tweede: de moderne mens heeft de lichamelijkheid opnieuw ontdekt. Ik denk dat beide opvattingen maar ten dele juist zijn.

Vrouwelijkheid

In weerwil van een duidelijke christelijke minachting van het lichaam heeft het christendom ook een hoge achting voor het lichaam. Er is het geloof in de incarnatie: het woord wordt vlees, God wordt mens, lichaam en ziel worden tezamen geschapen en zijn onlosmakelijk verbonden, eeuwig leven wordt aan ziel én aan lichaam beloofd. De Bijbel verkondigt geen minachting van het lichaam, integendeel. Maar ook in traditie en handelen, als navolging van de genezende en zorgzame Jezus, heb je de zorg voor wie honger en dorst heeft, voor de zieken, de vreemden, de behoeftigen, de doden – de lichamelijke werken van barmhartigheid. In de kunst zie je de glorie van het lichaam (gelaat én kleren stralen). Liturgie en sacramentele rituelen zijn, zeker binnen de katholieke traditie, sterk lichamelijk: zang, ademen, gebaren, bewegingen. Alle vijf zintuigen worden in de liturgie aangesproken: licht en beelden, wierook, muziek, kussen, eten en drinken. Er is het belang van de handenarbeid in de abdijen. Dichter bij ons: de nadruk op het samengaan van de gerechtigheid Gods en de zorg voor lichamelijk-geestelijk welzijn van alle mensen, op de eerste plaats de kwetsbaren.

De christelijke achting voor het lichaam is groot. Er is één uitzondering: het genot. Het christendom kent weinig waarde toe aan het genot en de erotiek. Tot op vandaag heeft het de verrichtingen van het genietende lichaam erger voorgesteld dan nodig;er een te groot gewicht aan toegekend. Het is erdoor geobsedeerd. Het christendom heeft meer het werkende en lijdende lichaam gewaardeerd dan het genietende en erotische en seksuele lichaam. Nog erger, het heeft de angst voor het lichaam en voor de zinnelijkheid, zachtheid en schoonheid ervanop de vrouw geprojecteerd. Het heeft lichamelijkheid gelijkgesteld aan vrouwelijkheid, en die vervolgens herleid tot zwanger worden, baren, werken aan relaties en empathie. Of het heeft het vrouwenlichaam veracht, gevreesd, verbrand.

Ook de man is niet onbeschadigd uit die westers-christelijke mentaliteit gekomen. Veel mannen beleven zichzelf nog steeds in hun lichaam als dansers met gewichten aan armen en benen, of als een kokosnoot: van buiten hard, van binnen zacht, of als een deur die moeilijk opengaat en niemand weet wat erachter is, of als de zware wapenrusting van een ridder. Vooral mannen lijden aan de containervoorstellingen van het lichaam, zo typisch voor het Westen: tempel (Paulus), kerker (Plato), machine (Descartes), vehikel (Merleau-Ponty).

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda