FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 24 February 2016 09:25

Essay: 'Mijn pijn wil gekend worden'

Essay: 'Mijn pijn wil gekend worden' Teks: Marleen Stelling Beeld: Diana van Houten

'Als je maar gelukkig bent.' Een leven lang leren we elkaar te kijken naar wat goed, gelukt is. Terwijl wat niet lukt, wat niet af is of pijn doet, zich onontkoombaar openbaart. Marleen Stelling wil daarom niet gelukkig zijn maar kunnen ademen. 

Mijn gezicht is onlangs professioneel vastgelegd op stilstaand beeld. De fotograaf heeft vakwerk afgeleverd; ik zie er onwaarschijnlijk ‘gelukt’ uit. Een egale huid, roze lippen en soepel vallende, blonde lokken. Dat ontgaat ook mijn Facebook-vrienden niet. Dik zeventig likes krijgt de post met het beeldmateriaal. De beloning van een netwerk dat op een beschouwende gedachte, die ik ook wel eens plaats, met een bevestigend duimpje of tien reageert.
“Deze foto’s kun je allemaal gebruiken voor LinkedIn”, zegt een vriendin. Dat klopt. Met een krachtige, lachende blik straal ik precies die boodschap uit die je op een netwerksite wilt zien: Ik heb mij succesvol gevoegd naar de mallen die de maatschappij voor mij heeft klaargelegd, zonder mijn kern te verliezen.
Niet zeuren, blij zijn met de bevestiging, en door, zou je denken. Nu ben ik heus wel blij met de foto’s, maar iets anders overheerst. Vervreemding. Want, waar ‘gelukt zijn’ dus als een van de grootst na te streven doelen wordt beschouwd, blijf ik, ook nu puberteit en depressies achter mij liggen, structureel verlangen naar wat duister en niet ontgonnen is. Naar donkere klei waar je laarzen in blijven hangen. Niet uit zelfkastijding, niet uit gevoel voor melodrama, maar simpelweg uit het verlangen het leven in z’n geheel te omarmen. Om alle aspecten die het leven tot ‘leven’ maken, podium te geven in mijn realiteit.

Psalmisten
Het bijbelboek Job geeft gestalte aan die duisternis in mij. De gelijknamige hoofdpersoon neemt uitgebreid de tijd om zich te beklagen bij God na al het leed dat hem is overkomen. Net zoals de psalmisten. “Verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte”, aldus de dichter van Psalm 22. Ook Gerard Reve getuigt van de donkere kant die zijn leven kende. Bevrijdend lachwekkend schrijft hij in gebundelde brieven dat hij “zijn zelfmoord wederom heeft uitgesteld”. Om maar niet verder uit te wijden over zwaarmoedige muziek als Kindertotenlieder van Gustav Mahler, of Valse du Printemps van Frédéric Chopin.

Zelf initiatief nemen voor een confrontatie met de donkere kant des levens is overigens niet noodzakelijk. Journaals, internet en kranten overspoelen ons met berichtgeving over ellende. Over een voedselindustrie die structureel schepsels behandelt zoals je in huis nog niet met je cactus omgaat. Over politieke hypocrisie. Over leed dat gezinnen overkomt en ondraaglijk lijkt. Nieuws waar je, wil je je ogen niet sluiten, als gevoelig wezen op geen enkele manier mee tot klaarheid komt.
Ook de boekenmarkt staat bol van lofprijzingen voor wat donker is. Zo ligt een jaar na publicatie al de twintigste druk van het hartbrekende Kom hier dat ik u kus van Griet Op de Beeck in de winkel. In die roman beschrijft Op de Beeck het leven van Mona. Eerst als kind, dan als 24-jarige en later als 35-jarige. Met een hoofd vol gedachten in een gezin vol behoeftes ontwikkelt de hoofdpersoon zich tot volwassen vrouw die blijft schipperen tussen eigen verlangens en die van haar omgeving. Waar ze voor de wereld ‘slaagt’ en ‘lukt’ – Mona krijgt een goede baan als dramaturg – blijft zij zelf met grote vragen zitten. “Alsof ik almaar uit een raam aan het vallen ben, al mijn hele leven lang, zo voelt het. Zouden andere mensen dat ook hebben?”
               

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda