FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 10 February 2016 12:07

Niet alleen het beleid, maar ook de politicus moet deugen

Dijkhoff, Van der Steur en Rutte tijdens debat over Teevendeal Dijkhoff, Van der Steur en Rutte tijdens debat over Teevendeal Tekst: Marcel Becker Beeld: ANP Foto

Deugdelijke politiek laat zich niet via regels afdwingen, maar vraagt om politici die zich persoonlijk toeleggen op het ontwikkelen van deugden als verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en maat houden.

Integriteit is één van zwaarste begrippen waarmee we het handelen van politici en bestuurders beoordelen. Zo verweet ooit CDA-fractievoorzitter Buma toenmalig Kamervoorzitter Van Miltenburg dat zij een debat inhoudelijk stuurde. De voorzitter regeerde aangedaan en schorste even de vergadering. “Mijn integriteit werd in twijfel getrokken, dat raakte me gewoon heel erg”, zo verklaarde ze naderhand. Als een bestuurder op het gebied van dossierkennis een foutje maakt, zich verspreekt tegenover een journalist of de politieke verhoudingen in parlement, Provinciale Staten of gemeenteraad verkeerd inschat, vergeven we hem dat doorgaans. Maar een slippertje op het gebied van integriteit kost een bestuurder al snel het hoofd. Al de nodige burgemeesters, wethouders en zelfs landelijke bewindslieden zijn afgetreden vanwege bonnetjesaffaires. Het is echter onduidelijk wat ‘gebrek aan integriteit’ precies inhoudt. Wanneer ik integriteitstrainingen voor politici, ambtenaren en rechters open met de vraag naar een definitie van integriteit, zie ik vage blikken bij mensen die doorgaans toch goed uit hun woorden kunnen komen. Zelf geef ik er de voorkeur aan integriteit te omschrijven als een deugd.

Behoefte aan zuiverheid
Integriteit betekent letterlijk ‘niet aangeraakt’, en van daaruit ‘zuiverheid, heelheid’. Het is intrigerend dat het woord tegenwoordig zo centraal staat. Juist in onze zogeheten postmoderne samenleving leidt de mens een versnipperd leven. Zo is er de hoog gewaardeerde scheiding tussen wat publiek is en wat privé. Maar die scheiding is niet absoluut: in veel integriteitskwesties blijkt dat gedrag in privétijd het publieke functioneren belast. Daarnaast kent het publieke leven veel waarden en verleidingen waartussen mensen moeten laveren. Zeker voor mensen die werken in grotere organisaties heten pragmatisme en flexibiliteit onmisbaar. Maar juist in zulke organisaties worden hogere eisen gesteld aan de integriteit van mensen. Waarom, zo kunnen we ons verwonderd afvragen, is het begrip integriteit opgekomen bij uitstek in die samenleving en in dat segment van de samenleving die door verbrokkeling zijn getekend? Blijkbaar heeft de hedendaagse mens in alle flexibiliteit en versnippering behoefte aan eenheid en zuiverheid.
De meest voor de hand liggende manier om die eenheid en zuiverheid te bereiken is het vastleggen van minimale standaarden waaraan je moet voldoen. Het openbaar bestuur kent dan ook vele integriteitscodes. Maar, het is algemeen bekend, de kracht van regels is beperkt. Regels geven meestal aan wat er niet mag; ze trekken een streep in het zand, die iemand niet mag overschrijden. Bovendien komen veel integriteitsproblemen juist voort uit dilemma’s, waarbij op zich zo duidelijke regels met elkaar in botsing komen. Een geschenkenregeling kan botsen met goede relatie met maatschappelijke partners. Een interessante nevenfunctie kan botsen met de intrigerende regel dat de bestuurder ‘de (schijn van) belangenverstrengeling’ moet voorkomen. Het prijsgeven van vertrouwelijke informatie kan het publiek belang dienen.

Eisen aan de persoon
Mede vanwege deze tekortkomingen is er steeds meer oog voor dat integriteit geen eigenschap is van een geïsoleerde handeling, maar eerder een persoonlijke eigenschap. Dat is direct zichtbaar in de manier waarop we omgaan met bestuurders die een morele fout hebben gemaakt. De lucht is niet geklaard wanneer de betrokkene zich voor de handeling verontschuldigt; zijn persoon is in het geding. Politieke inschattingsfouten, gebrekkige dossierkennis en versprekingen zijn handelingen die later door betere handelingen gevolgd kunnen worden. Bij integriteit gaat het om iets diepers.
De gerichtheid op de persoon van de politicus is versterkt door grotere maatschappelijke ontwikkelingen. In de tijd dat ideologieën en grote verhalen heersten, werd bestuurlijk handelen beoordeeld vanuit de ideologische achtergrond. De bestuurder ‘was’ of ’stond voor’ de partij en haar gedachtegoed. Nu dat is geërodeerd, kijken we meer naar de mens achter de bestuurder. Daarnaast is er een sterke verplatting van de samenleving, waarin het gezag mensen aan de top van die instituties is afgenomen. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de mensen die ooit aan de top van de hiërarchie stonden ons nader zijn gekomen; ze zijn menselijker geworden. Deze ontwikkeling leidt tot vormen van identificatie, van vergelijking tussen personen en tot andere vormen van beoordeling in termen van persoonlijke eigenschappen.
De grotere belangstelling voor de bestuurder heeft natuurlijk risico’s; ze kan afleiden van de grote maatschappelijke kwesties. Dat neemt niet weg dat aan de persoon van de bestuurder eisen mogen worden gesteld. Welke? Daarvoor kunnen we te rade gaan bij de ethische traditie waarin goede karaktereigenschappen centraal staan, de deugdethiek.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda