FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 02 February 2016 15:00

'Alles om je eigen ego overeind te houden'

'Alles om je eigen ego overeind te houden' Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Sander ten Napel

Schuld willen ze soms nog wel bekennen, de sjoemelaars en fraudeurs in politiek, economie, sport en wetenschap. Aarzelend steken ze de hand in eigen boezem. Gretig wijst hun vinger daarna weer naar anderen, die meer of grotere schuld dan zij zouden hebben. Enige compassie is wellicht toch op haar plaats, want deemoed tonen is ook moeilijk. Psycholoog Jeffrey Wijnberg: “Door deemoed te tonen, lever je je over aan de macht van de ander. Dat is psychologisch gezien een heel moeilijke stap. Zeker als je een bepaald overwicht of dominantie gewend bent.”

Als het aan de rechtbank van Amsterdam ligt, gaat hij 2,5 jaar de cel in: Hubert Möllenkamp, de gevallen bestuursvoorzitter van woningbouwcoöperatie Rochdale. “Schaamteloos”, oordeelde de rechter in december over zijn frauduleuze gedrag. Want: “Möllenkamp heeft geen enkel schuldbesef getoond.” Hij had heus zijn kleren niet hoeven scheuren en as over zijn hoofd hoeven strooien. Maar een klein beetje deemoed had hem gesierd.
De rechterlijke wereld mag uiterst formeel en juridisch zijn – het was ‘het eerste lid van artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht’ dat Möllenkamp onder meer overtrad – toch maakt een verdachte altijd kans op strafvermindering als hij spijt betuigt. Zo veel belang wordt in onze samenleving gehecht aan dat gebaar van nederigheid en schuldbewustzijn. Maar net zo moeilijk blijkt het om dat gebaar te maken.

Aanval op het bestaan
Met de regelmaat van de klok tuimelen publieke figuren van hun voetstuk, nadat ze in de jaren ervoor hoog waren opgeklommen. Of het nou wetenschappers of topsporters zijn, politici, journalisten, ondernemers of bankiers. Ze hebben gelogen, ze zijn handtastelijk geweest, ze hebben willens en wetens financiële wanproducten verkocht of hebben anderen geschoffeerd. Maar in hun deconfiture gebeurt het zelden dat ze zonder dralen het boetekleed aantrekken. Heel even wordt toegegeven dat er weliswaar fouten zijn gemaakt, maar snel daarna is het afgelopen met die aarzelende hand in eigen boezem. Vervolgens wordt met de vinger naar anderen gewezen, worden er uitvluchten gevonden, of doet men er eenvoudigweg het zwijgen toe.
Als je in de etymologische geschiedenis van het Franse woord deconfiture duikt, dan vind je onder andere de betekenis van ‘uit elkaar vallen’. In precies die betekenislaag lijkt de reden te zitten waarom het zo hondsmoeilijk is om een diepgevoeld ‘sorry’ uit te spreken. Met een welgemeende spijtbetuiging desintegreert het beeld dat men altijd had van zichzelf en kan het hele egobouwwerk naar beneden komen.
Een topwielrenner, een veel publicerende hoogleraar, een prominente journalist of een ambitieuze politicus heeft zijn identiteit opgehangen aan zijn professionele wapenfeiten en opgebouwde reputatie. Als dat door eigen stommiteit als een kaartenhuis in elkaar valt, terwijl iedereen daarvan getuige is, dan verschrompelt het blakende zelfbeeld. Dan wordt de eigen identiteit als een prop papier in een hoek geworpen.
Het Franse gezegde luidt: Qui s’excuse, s’accuse. Wie zich verontschuldigt, beschuldigt zichzelf ook. Dat kan een mens in het diepst van zijn wezen raken, met een existentiële crisis en zelfs gedachten aan zelfmoord als gevolg. Alleen al een zware beschuldiging kan aanvoelen als een rechtstreekse aanval op het eigen bestaan. “De wijze waarop het gaat is zó onmenselijk”, zei Jos van Rey eind 2014 voor de camera van de NOS, toen kort daarvoor was gebleken dat het Openbaar Ministerie hem voor corruptie wil vervolgen. “Ze proberen je helemaal kapot te maken. Ze hebben het liefst dat ik mijzelf…” Op dat punt aangekomen schrok de VVD-politicus zichtbaar van zijn woorden, om daarna de zin weifelend toch af te maken: “Ze hebben het liefst dat ik mijzelf wat aandoe.”
In het boek De Bekentenis uit maart 2015 wordt de hemelval beschreven van Arjan Greeven, een succesrijke derivatenhandelaar die betrokken was bij het debacle van Vestia. De acute financiële problemen van deze woningbouwcoöperatie betekenden ook het einde van zijn eigen loopbaan. In het boek wordt beschreven dat hij in het zwartst van zijn persoonlijke nacht de loop van een jachtgeweer in zijn mond steekt. De schaamte is zo groot dat hij verlangt zichzelf uit te wissen. Alleen de gedachte aan zijn twee kinderen weerhoudt hem.
Dezelfde doodswens had sociaal psycholoog Diederik Stapel, staat in zijn boek Ontsporing uit 2012: “Ik ben tot niets meer in staat”. Eind 2011 was hij na een florissante loopbaan ontmaskerd als academische fantast. Op suïcidale momenten pakte hij altijd zijn telefoon en nam “wonder boven wonder” iedere keer iemand op, vertelde hij in een interview later.Redenen voor eerherstel
Als die drang tot zelfvernietiging is geweken, wordt het noodzaak om de uit elkaar gevallen identiteit opnieuw te construeren. Met dat als doel moet een nieuw psychologisch narratief worden uitgedacht, waarin in elk geval een paar fouten uit het verleden worden erkend, maar waarin ook genoeg redenen voor eerherstel zijn. De bouwstenen voor dat narratief blijken bij veel ‘publiekelijk gevallenen’ nagenoeg dezelfde.
Allereerst is er ‘het systeem’ waarvan de beschuldigde een pion was. Niet langer meer suïcidaal beklemtoonde Stapel eind 2013 in Vrij Nederland dat hij onderdeel was geweest van een verziekte wetenschappelijke cultuur. “We hielden elkaar voor de gek in de race om publicaties”, zei hij. “We zijn doorgeschoten in het beoordelen van individuele prestaties onder een immense druk. Voor veel wetenschappers ben ik een confrontatie met hun systeem. Ik heb aangetoond dat de wetenschap niet onfeilbaar is, heb een heilig huis ingetrapt, en dus moet ik verdwijnen.”
Dezelfde redenering volgt derivatenhandelaar Arjan Greeven. “Het kon allemaal gemakkelijk gebeuren in een systeem waarin elke moraal zoek was”, staat in De Bekentenis. “En dat systeem draait nog altijd op volle toeren. De dertien banken die Vestia derivaten verkochten, hebben samen één miljard euro verdiend aan de handel, schat Greeven.”
Greeven zelf was maar een kleine speler, als intermediair tussen Vestia en Londense bankiers. En die laatsten vormen het echte morele kwaad, lijkt hij te suggereren. Want ook dat is een beproefde tactiek om zelf het morele lijf te redden: op anderen wijzen die pas werkelijk kwaadaardig zijn. “Terwijl de duurste juristen in Londen zich bekommeren om hun verdediging zijn de dealers alweer op zoek naar een volgende Vestia. Dat maakt hem kwaad. Wanneer pakken ze die jongens nou eens aan?”
Ook wielrenner Lance Armstrong wees om zich heen, in een vraaggesprek met de Franse krant Le Monde in september 2013: “Ik heb doping niet uitgevonden. En met mij zal het ook niet stoppen”, poneerde hij. “Ik heb simpelweg geparticipeerd in een systeem. Ik ben een menselijk wezen. Doping bestaat al sinds de oudheid en zal zonder twijfel altijd bestaan. Ik weet dat dat geen populair antwoord is, maar helaas is het de realiteit.”
Pure deemoed tonen, is psychologisch misschien wel onmogelijk. Jeffrey Wijnberg, psychotherapeut en publicist, vindt ontwijkende redeneringen alleszins begrijpelijk. “Als de grond onder je voeten verdwijnt en je volledig op jezelf wordt teruggeworpen, is het logisch dat je een psychologische manier zoekt om staande te blijven”, vertelt hij. “Je kunt je wel laten afvoeren door het afvoerputje, maar daar heb je te veel overlevingsdrang voor. Om dat te voorkomen zijn allerlei manieren goed: de ander is gestoord, de ander een heeft afwijking, iemand is omgekocht. Alles om je eigen ego overeind te houden.”
“Je hebt het nu over heel grote gevallen”, zegt Wijnberg, “maar je ziet dit ook in het klein. Stel je vergeet een afspraak met je vrouw en die zegt tegen jou: dat hadden we toch afgesproken? Dan zullen weinigen zeggen: je hebt helemaal gelijk, wat een sukkel ben ik, hoe kan ik het goed maken? Dat valt de meeste mensen erg zwaar, omdat ze zich daarmee volledig ondergeschikt maken aan de ander, en als het ware ook overgeleverd zijn aan die ander. ‘Zeg het maar: wat moet ik doen?’ Dat is tegenovergesteld aan wat je gewend bent: het hebben van een zekere controle over je leven. Door deemoed te tonen, lever je je over aan de macht van de ander. Dat is psychologisch gezien een heel moeilijke stap. Zeker als je een bepaald overwicht of dominantie gewend bent.”Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda