FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 04 January 2016 10:45

Yassine Abarkane nodigt Wilders uit voor 'positieve dag'

Yassine Abarkane Yassine Abarkane Tekst: Elleke Bal Beeld: Corbino

Afgelopen zomer speelde Yassine Abarkane een grote rol in het sussen van de rellen in de Haagse Schilderswijk. Als maatschappelijk werker weet de onbevangen 25-jarige heel wat voor elkaar te krijgen. En hij nodigt Geert Wilders uit om met hem een rondje door de wijk te lopen.
“Even proeven Yassine?” Er zwaait een houten pollepel door de keuken met een schepje fijngesneden groenten en kip. Yassine Abarkane (25) neemt een hap, kauwt even en knikt met zijn mond vol. “Heel lekker.”
Kruidige geuren vullen het Stagehuis in de Haagse Schilderswijk. Het is er een komen en gaan. Mannen, vrouwen en kinderen, het lijkt alsof iedereen een taak heeft. In de keuken staat een groepje Marokkaanse vrouwen te koken, in de woonkamer zitten wat vrouwen te praten. Abarkane loopt er rond alsof hij helemaal thuis is. Hij wordt steeds geroepen en aangesproken, beantwoordt wat vragen in een mengelmoes van Arabisch en Nederlands en maakt intussen koffie en thee.
Uiteindelijk loopt hij de trap op, naar een klein lokaaltje met tafels, stoelen, drie computers en een onverklaarbare landkaart van Letland. “Het bijles-lokaal”, zegt Abarkane. Hij gaat zitten, neemt een slok van zijn koffie, en begint te vertellen.
Het begon op het Cruyff Court, even verderop in de straat. Daar maakte hij jaren geleden deel uit van een voetbalteam met een groepje jongens uit de wijk. Op een dag kwam hij erachter dat alleen hijzelf, zijn broer en een vriend van hem naar school gingen. “Joh, waarom gaan jullie niet naar school?”, vroeg hij aan de anderen. “Dus wij ze aanmoedigen. En zodoende gingen er twee van hen terug naar school.”
Abarkane praat in sneltreinvaart, in lange zinnen. Als hij lacht zie je twee gouden tanden verschijnen, zijn haar zit strak in de gel. Hij praat met veel gevoel en begrip over zijn buurtgenoten in de Schilderswijk, zonder belerend te worden. ‘Ik heb hart voor mensen’, zegt hij later in het gesprek. Het is meteen duidelijk waarom buurtgenoten naar hem luisteren en waarom hij deze zomer zo’n grote rol speelde in het sussen van de rellen in de Schilderswijk: het is een ontwapenende jongen.

Legendarisch verhaal

Hoe het Stagehuis er ooit kwam is een nu al legendarisch verhaal. De twee vrienden Nol Breebaart en Willem Giezeman wilden aan het eind van hun carrière iets nuttigs gaan doen. Ze besloten in 2008 het huis aan het Teniersplantsoen midden in de Schilderswijk te huren. Dag in dag uit gingen ze er op een bankje voor de deur zitten, net zolang totdat er na maanden een keer een buurtbewoner aan ze vroeg: “Wat doen jullie hier eigenlijk?”

“Wat jullie willen” was hun antwoord, waarop er Nederlandse les kwam waar onder meer Yassine’s vader aan meedeed. Later volgden huiswerkbegeleiding en buurtfeestjes en momenteel wordt er een buurtsportvereniging opgericht waar inmiddels zo’n 250 Schilderswijkers lid van zijn. Studenten kunnen er stage lopen en organiseren onder meer laagdrempelige sportactiviteiten.

Van de markt naar de wijk
Voor Abarkane begon het ook met een stage, als onderdeel van zijn studie Sociaal Maatschappelijke Dienstverlening. Als stagiair bereikte hij al veel: hij was de oprichter van een paar zaalvoetbalteams en raakte betrokken bij ‘Dik voor Mekaar’, een project voor kinderen uit de wijk met overgewicht. Maar na het afronden van zijn studie moest hij toch een ‘echte’ baan gaan zoeken. De Haagse Markt lag voor de hand, hij werkte al jaren in de viskraam van zijn broer. (Trots: “Dit jaar gekozen als beste vishandel door de consumentenbond.”) Daarom besloot hij voor de markt te kiezen, het meisje van zijn dromen te trouwen en hard te gaan werken om later zijn eigen zaak te kunnen beginnen. Het liep anders. Behalve met het trouwen, want inmiddels is hij al twee jaar “gelukkig getrouwd”.

“Na een half jaar had ik het wel gezien op de markt”, vertelt Abarkane. “Nol moest lachen toen ik weer voor de deur stond. Ik zei: ‘Ik denk dat ik moet doen waar ik goed in ben: als maatschappelijk werker hier in de wijk aan de slag gaan.’” Abarkane werd zzp’er. Hij kreeg een persoonlijke spoedcursus ondernemen van Giezeman en Breebaart. Zo werd hij full-time jeugdwerker bij het Stagehuis. Hij werkt nu voor de gemeente Den Haag, voor verschillende fondsen, en heeft veel contact met de Haagse organisatie Stad en Kerk.

Abarkane vertelt over de vrouwen die beneden in het huis aan koken zijn. Ze maken deel uit van de Wijkacademie Opvoeden, een project dat ouders uit verschillende landen met elkaar laat praten over wat ze belangrijk vinden aan opvoeden. Het was een van de eerste activiteiten die Abarkane als zzp’er ging begeleiden. Nemen moeders en vaders advies aan van zo’n ‘jonkie’ als Yassine? Hij lacht, en vertelt dat ze eerder advies aannemen van iemand uit de wijk, dan van grote welzijnsinstanties die van buiten komen.

Abarkane zoekt steeds nieuwe werkvormen om over opvoeden te praten. “We hebben bijvoorbeeld een poppenkast, waarmee we opvoedscènes van thuis naspelen.” Belangrijke thema’s zijn pubertijd, de vaderrol en de moeilijke tijden waar de Schilderswijk doorheen gaat. Inmiddels heeft het project al zo’n 50 tot 60 vrouwen uit de wijk bereikt, uit verschillende culturen.

Discipline

Buiten klinkt blikkerig gezang uit een luidspreker. Het is de oproep voor het gebed, naast het Stagehuis staat een Milli Görüş-moskee. Abarkane gaat er ook wel eens bidden, vertelt hij. “Het gebed is belangrijk voor mij. Mijn vader heeft altijd gezegd: ‘Doe wat je wilt, maar blijf bidden.’ Vroeger luisterde ik daar niet naar, ik was veel buiten op straat. Een paar jaar geleden ging ik me pas in de islam verdiepen.” Dat begon allemaal met de vraag of hij nu eigenlijk Marokkaans of Nederlands was, vertelt Abarkane.
“Het was lastig, hier was ik ‘die Marokkaan’, maar in de zomer op vakantie in Marokko werd ik ook als buitenlander gezien. Op een gegeven moment kreeg ik er schijt aan. Ik dacht gewoon: dit ben ik, hier ben ik goed in.”
Bij zijn identiteit hoort ook de islam, ontdekte Abarkane toen. Hij ging in de Koran en de Hadith lezen. Zo begon hij zich naar eigen zeggen te realiseren dat er veel verschillende interpretaties van de islam zijn. “Onze profeet vocht met tegenzin, en hij vermoordde zijn vijanden niet. Wat is er gebeurd dat we nu mensen afslachten in de naam van de islam?”
Tegenwoordig komt Abarkane elke vrijdag in de El-Islam moskee in de Schilderswijk. Denkt hij heel anders over religie dan zijn leeftijdsgenoten in de wijk? “Veel jongens van mijn leeftijd zijn nog heel erg in de weer met zichzelf”, zegt Abarkane, “ze zijn veel op straat. Ik heb dat al gehad. Ik denk dat religie ze juist een stukje verder zou kunnen helpen.”
Wacht even, de jongeren in de Schilderswijk hebben meer religie nodig? Abarkane lacht. “Nee, als we het zo formuleren dan komt het niet goed. Maar ik denk dat sommige jongens iets aan het geloof kunnen hebben. Discipline. En meer kennis over hoe de islam is ontstaan.”
Abarkane vervolgt: “Bidden heeft mij veel gebracht. Ik bid nu sinds een paar jaar vijf keer per dag, en ik sta om vijf uur ’s ochtends op om het gebed te verrichten. Dat is lastig hoor, want die slaap overheerst je, die moet je echt overwinnen. Dat is een stukje discipline dat ik mezelf wil aanleren. Als je iets wilt moet je ervoor gaan. Die gedachte neem ik ook mee in mijn werk.”
Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda