FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 31 December 2015 12:47

Leoni Jansen: 'Muziek is mijn hoogste doel'

Leoni Jansen: 'Muziek is mijn hoogste doel' Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Corbino

In januari 2015 overleed haar echtgenoot, componist, arrangeur en pianist Onno Krijn. Vijf weken daarna stond Leoni Jansen alweer in het theater. Haar kracht en inzet voor een betere wereld lijken ongebroken. Toch voelt ze zich kwetsbaarder dan daarvoor en is ze haar vak anders gaan benaderen. “Het is een groot ding, je geliefde verliezen.”

Leoni Jansen (60) stamt uit naar eigen zeggen uit een volkomen ‘anti-theïstisch’ milieu. Toch kwam ze juist in de kerk, meegenomen door de buren ‘die vonden dat ik gered moest worden’, voor het eerst in aanraking met een van haar liefste bezigheden: zingen. “Ik stond daar als klein meisje tussen al die jassen, op zakhoogte. De gemeente was opgestaan en begon te zingen. Ik kon niet anders dan huilen, ik was daar ontzettend door aangeslagen. Dat zingen, dat zingen!”

Haar vader was erg tegen het geloof gekant. “Maar hij vond alles best wat ik deed. Dat kerkbezoek voelde voor mij als iets authentieks, als iets van mezelf. Ik had een hang naar mystiek en naar iets groters. Maar het was een tijdelijke kinderbevlieging, ik ben er niet mee doorgegaan. Het voordeel daarvan is dat ik niet ben besmet door welk geloof of welke traditie dan ook. Ik kom tegenwoordig wel eens in de kerk en negen van de tien keer vind ik het gewoon niet bezield, een slecht en levenloos toneelstuk. Men draait een ritueel af omdat ze het de afgelopen honderd jaar ook al zo deden. Het wordt niet meer ingevuld vanuit het nu, niet meer verlicht.”

Toch vindt zij zichzelf wel een gelovig mens. “Ik geloof in de stilte en de natuur en ergens zal er wel een hoger plan zijn, maar ik ben helemaal niet van de bijbel of van de kerk.”

Vluchtelingen

Jansens geloof in de ‘multiculturele samenleving’ is onverminderd groot en komt voort uit het plezier dat ze ervaart als ze met mensen uit andere culturen ‘werkt, praat, leeft en muziek maakt.’. “Contact hebben met mensen uit een totaal andere cultuur vind ik fijn en inspirerend. In de nazomer werd ik gebeld door een bevriende bassist die erg bezig is met vluchtelingen. Hij vond dat we iets moesten doen. ‘Jij hebt een weiland’, zei hij. ‘Mogen we daar een tent opzetten en dan achtentwintig uur brainstormen?’ Ik woon op een boerderij en heb inderdaad een stukje weiland, inclusief een hokje buiten met douche en toilet. Veel mensen bleven slapen in tenten. Vluchtelingen, muzikanten, medewerkers van Amnesty International en Vluchtelingenwerk. Ineens liepen er zestig mensen, waarvan ik er veel niet kende, over mijn terrein. Sommigen wisten niet dat ik daar woonde. Die hadden iets van: oh, leuk hier. Ik werd heftig geconfronteerd met mijn eigen angst dat er iets stuk of mis zou gaan. Toen die angst wegebde kon ik er ongelofelijk van genieten dat ik mijn landje met anderen kon delen, maar ik begrijp echt wel dat mensen bang zijn bij het zien van die grote stroom vluchtelingen en denken: wat overkomt ons, waar moeten ze allemaal naartoe? Tegelijkertijd denk ik: jongens, ik ben hier wel geboren, maar dit land is niet van mij.”

Verschillen overbruggen

Jansen heeft veel samengewerkt met artiesten uit andere culturen. Meestal kost het daarbij weinig moeite het verschil in culturen te overbruggen. “Muzikanten zijn doorgaans open mensen, nieuwsgierig en gewend om een verbinding aan te gaan met anderen. Toen ik Afrika was om met twaalf jonge zangeressen het programma Daughters Of Africa te maken, hadden we het geregeld over cultuurverschillen. Voor mij was het voortdurend laveren tussen een programma maken dat in Nederland aanspreekt en ruimte maken voor hun cultuur. Als zij tegen mij zeggen: dit is in onze cultuur not done, dan probeer ik daar een mouw aan te passen. Maar ik weiger dat te doen bij bijvoorbeeld een afwijzende houding van homoseksualiteit. Ik zeg hen van te voren: ‘Meiden, weet dat wij in Nederland elke vorm van liefde accepteren.’ Dan zeggen zij: ‘Ja Leoni, maar homoseksualiteit is toch een keus?’ Je merkt hoe moeilijk het is als mensen vanaf hun jeugd dat soort vooroordelen ingeprent hebben gekregen. Mijn antwoord is dan: ‘Dat mogen jullie vinden, maar dat wordt niet uitgedragen in Nederland. Zover ga ik niet met jullie mee.’”

Ze heeft ook geen enkele consideratie voor vrouwenonderdrukking waar ook ter wereld. “Maar we moeten ons wel realiseren dat de betrekkelijke gelijkheid tussen mannen en vrouwen in het Westen ook nog maar vrij recent is. Toen ik dertig jaar geleden een kind kreeg, zei mijn toenmalige man: ‘een baby hoort bij de moeder’. Hij schrok zelf van die uitspraak en heeft de zorg destijds wel voor de helft op zich genomen, maar deep down zit in de genen van veel mannen blijkbaar toch iets van: moet ik de hele dag met een baby opgezadeld zitten? Ik heb ook vaak het liedje Magdalene Laundry van J. Mulhern gezongen. Magdalene laundries waren katholieke wasserijen in Ierland waar meisjes naartoe werden gestuurd die buitenechtelijk zwanger waren geraakt. Soms ging het ook om meisjes die zo mooi waren dat ze onrust in een dorp veroorzaakten. Zij werden naar de nonnen gestuurd en kwamen daar nooit meer van terug. De laatste magdalene laundry werd nog maar verontrustend kort geleden gesloten: in 1996!”Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda