FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 30 December 2015 11:49

Ton Schulten, priester met penseel

Ton Schulten, priester met penseel Tekst: fFrieda Pruim Beeld: Corbino

Zijn keuze voor het priesterschap bleek al snel een vergissing, maar als schilder verricht de Twentse schilder Ton Schulten nu toch een priesterlijke taak. Monnik Anselm Grün, met wie hij dit jaar het boek Betoverend licht uitbracht, wees hem daarop. “Ik wil mensen laten zien dat er meer is tussen hemel en aarde.”

Geloof speelt van jongs af aan een belangrijke rol in het leven van bakkerszoon Ton Schulten (77), die als kind naast de kerk in Ootmarsum woont. “Als ik het klokgelui hoorde, deed ik mijn jasje aan en ging ik naar de dagelijkse mis”, vertelt hij in Museum Ton Schulten, geflankeerd door zijn vrouw en zakelijke steun en toeverlaat Ank. “Dat voelde als thuiskomen bij God. Ik genoot van de wierook en de warme aankleding van de kerk. Je had beelden waarnaar je kon knipogen. Het gregoriaans vond ik ook mooi. Nu is er nog maar eens per maand een mis in Ootmarsum. Daar ga ik nog steeds graag naar toe. De eucharistie en de gebeden vind ik indrukwekkend. Dan ben ik weer dicht bij God. Als er een lekendienst is, steek ik thuis een kaarsje op, kijk ik naar RKK en draai ik gregoriaanse muziek.” “Dan zingt hij uit volle borst mee”, vult Ank aan.

Kerst is een belangrijke feestdag voor Schulten, een van de weinige dagen dat hij niet schildert. “We vieren het eenvoudig: we gaan naar de mis, nuttigen een gezellig maar niet overdadig ontbijtje, branden kaarsjes en draaien mooie klassieke muziek. Vóór Kerst gaan we naar het dierenasiel met een financiële ondersteuning en een krentenbrood, want ik ben erg begaan met dieren. Dan drinken we met alle vrijwilligers koffie.”

Blijdschap

Schulten wilde graag iets betekenen voor de kerk, dus op zijn zestiende ging hij naar het seminarie. Maar dat bleek een vergissing. “De mooie dingen in de kerk trokken mij erg, maar op de priesteropleiding kon ik niet mezelf zijn. ’s Avonds als er gestudeerd moest worden, zat ik tekeningen te maken, dus ik kreeg steeds op mijn donder. Schilderen was sowieso niet toegestaan. Na minder dan een jaar ben ik overgestapt naar de kunstacademie. Onlangs waren we in de abdij van Anselm Grün, met wie ik samen een boek heb uitgebracht. Toen ik hem hierover vertelde, zei hij: ‘Maar jij bent priester! Jij hebt een boodschap met jouw werk.’ Dat vond ik zó leuk. Het is waar, ik wil mensen laten zien dat er meer is tussen hemel en aarde dan alleen eten en drinken, dat het leven veel meer diepgang heeft. Mensen zouden meer de stilte moeten opzoeken en in zichzelf moeten keren om in contact te komen met hun emoties − ‘het heilige in zichzelf’, zoals Anselm Grün dat noemt. Mijn werk draagt daartoe bij. Sommige mensen komen helemaal aangedaan uit het museum en omhelzen me als ze me zien, terwijl ik ze nooit eerder heb ontmoet. Soms gaan we samen wat drinken. Ik vind het leuk om ze te leren kennen en ze iets van mijn blijdschap mee te geven.”

Rozenkrans

Het liefst had hij voor de vrije richting op de kunstacademie gekozen, maar dat mag niet van zijn ouders, omdat er als kunstenaar geen droog brood te verdienen is. Het wordt dus grafische vormgeving. Na tien jaar in dienst van een reclamebureau, begint hij zijn eigen bureau, met uiteindelijk 45 medewerkers en grote klanten. “Ik illustreerde bijvoorbeeld de kartonnen verpakkingen van alle melkproducten van Albert Heijn. Daarmee hebben we een grote prijs gewonnen. In het creatieve werk had ik veel plezier, maar ik werd steeds meer de manager die overal presentaties moest houden en met iedereen uit eten moest. Daardoor zat ik nauwelijks meer achter mijn tekentafel. Dat hing me de strot uit. In 1989, op mijn vijftigste, dacht ik: Wat doe ik met mijn leven? Ik wil schilderen! Ik had een flink salaris en een dikke auto, maar ik was het zat. Toen heb ik het bureau verkocht.” Ank, met wie hij nu al vijftig jaar getrouwd is: “Ik kon er helemaal achter staan. Ik was hoofd van de kleuterschool geweest en dacht: als we het niet redden, ga ik gewoon weer voor de klas.”

Twee jaar later slaat het noodlot toe. Tijdens een vakantie op Tenerife, samen met een bevriend stel, krijgen ze een ernstig auto-ongeluk. Vriend Ben overlijdt en Ton en Ank raken in coma. “Drie dagen lang heb ik een geweldig visioen gezien”, vertelt de schilder. “Met de prachtigste kleuren en muziek van Mozart. Daar wilde ik niet meer uitstappen. Ik heb over de horizon gekeken. Sindsdien weet ik dat onze geest eeuwig blijft doorleven en ben ik niet bang meer voor de dood. Eenmaal weer wakker bad ik voortdurend de rozenkrans in bed. Een paar keer draaide ik zo hard aan de kraaltjes dat ze tussen mijn benen belandden. Ik dacht steeds: waarom is mijn vriend wel overleden maar ik niet?”

“Ik heb antwoord gekregen”, vervolgt hij na het opsteken van een volgende sigaar. “Mijn werk was niet af. God heeft me de kans gegeven om mijn werk af te maken, en die kans heb ik helemaal gepakt.” Een andere vriend van hem, de inmiddels overleden Twentse dichter Willem Wilmink, verwoordde dit kernachtig in een gedicht: Wie in de schaduw van de dood/ Op ’t laatst nog weinig weerstand bood/ maar toch ontsnapte en genas,/ ervaart bij heerlijk geurend gras/ een glimp van een herinnering:/ dat hij de hemel binnenging/ en daar het landschap gadesloeg/ tot iemand riep: ‘Jij bent te vroeg!’Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda