FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 02 December 2015 13:28

Hans Boutellier: 'Veiligheid is ons nieuwe geloof'

Hans Boutellier over de seculiere samenleving Hans Boutellier over de seculiere samenleving Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Corbino

Sinds de jaren zestig geloven veel mensen niet meer in God, maar hoe leven we eigenlijk zonder hem? Sociaal psycholoog Hans Boutellier maakt de balans op. “De bezieling haal je helemaal uit jezelf, maar is dat voldoende?”

Hij werd geboren in 1953 en is dus een ‘kind van de secularisering’, vertelt Hans Boutellier. Gezeten bij het raam van zijn hotelkamer in Groningen, de stad waar hij de avond ervoor een lezing gaf, praat hij over zijn zojuist verschenen boek Het seculiere experiment. Het is een boek met een grotendeels beschouwende, bestudeerde toon, dat tegelijkertijd ook persoonlijk is gekleurd: tijdens het schrijven ging hij op fietspelgrimage naar Rome. Terwijl de weg onder zijn banden doorgleed, maakte hij al peinzend de balans op van vijftig jaar secularisering. Zijn ingevingen noteerde hij in de restaurantjes en hotels die hij ’s avonds opzocht.
Boutellier is een sociaal psycholoog die eerder titels schreef als De veiligheidsutopie (2002) en De improvisatiemaatschappij (2011); boeken waarin hij de Nederlandse samenleving fileert. Datzelfde doet hij dagelijks als wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut, dat ‘maatschappelijke vraagstukken’ bestudeert, en als bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Maar zijn eigen boeken zijn subjectiever van toon en vrijer van vorm.
Met secularisering bedoelt Boutellier de verdwijning van religie als een organiserend principe in de samenleving. Geloof is er binnenkamers nog altijd, maar in de maatschappij is het zijn regulerende functie kwijt. “De vraag wat die seculiere conditie nou precies betekent, is in deze tijd pregnant geworden”, zegt hij. “Ten eerste zie ik veel morele verlegenheid: mensen weten niet goed meer waar ze aan toe zijn. Er is een behoefte aan meer duidelijkheid, meer richting, meer geborgenheid. Laten we beginnen met de politiek: de politicus vandaag de dag is een tragische figuur, die zijn inhoud helemaal uit zichzelf moet halen. Vroeger was de politicus de spokesman van een ideologie en een beweging. Dat is nagenoeg weg. Datgene wat voor de politicus van waarde is, moet helemaal door hem of haar zelf geformuleerd worden. Daarom wordt nu van politici geëist dat ze authentiek zijn: mensen willen weten waar de politicus voor staat, vanuit diens persoonlijke motivatie. Die morele verlegenheid zie je ook bij professionals, in bijvoorbeeld het onderwijs, en bij burgers. Zij vragen zich af: waar doen we nou goed aan? Pim Fortuyn had het over ‘de verweesde samenleving’. Dat is niet helemaal een idioot begrip. De geborgenheid die mensen tot op bepaalde hoogte nodig hebben, het grotere geheel waarin ze vertrouwen hebben, is behoorlijk weg.”
“Ten tweede hebben we te maken met een grote tweede godsdienst: de islam. Ook die leidt tot verlegenheid, omdat in de westerse landen het algemene idee is ontstaan: we kunnen het maatschappelijk wel af zonder God. Zoals God verdween uit Jorwerd, zo verdween God uit Nederland; als organiserend principe. Dat ging eigenlijk best goed. Maar de seculiere beleving van godsdienst, zoals veel christenen in Nederland die hebben, is voor moslims niet zo vanzelfsprekend.”

Uw vader zei eind jaren zestig tegen u, zo schrijft u in uw boek: ‘Als niemand meer in God gelooft, dan wordt het een zooitje, jongen.’ Tegen welke achtergrond deed hij die onheilsprofetie?
“Je moet je verplaatsen naar de jaren zestig. Ik ben katholiek opgevoed: ik ben misdienaar geweest, ‘s zondags gingen we naar de mis, we woonden in een huis van een katholieke woningbouwvereniging, ik ging naar een katholieke school, ik zat op katholieke sport. Die verzuilde wereld was tot eind jaren zestig heel vitaal, maar daarna helemaal weg. Toen is die onzekerheid onder heel veel christenen, inclusief mijn eigen ouders, ontstaan.”

U schrijft in uw boek dat de vrees van uw vader onterecht bleek: het is in Nederland geen chaos geworden. Wat zou u nu tegen hem zeggen?
“Nou pap, het is gelukt om in plaats van zo’n religieus georganiseerde samenleving een puur pragmatisch georganiseerde samenleving te ontwikkelen: een bestuur dat gericht is op het praktisch aanpakken van problemen en kansen. Dat noem ik een ‘pragmacratie’. Dat is op zichzelf een ongelooflijk succes geweest. Maar achter dat succes zit een grote ‘maar’, en die grote ‘maar’ is in feite dat we er zo moeilijk in kunnen geloven. Het is een succes, maar we kunnen er niet onze identiteit aan ontlenen. We lopen er niet warm voor.”Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda