FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 20 November 2015 11:23

God verleent ons asiel

God verleent ons asiel Tekst: Joris Vercammen Beeld: ANP FOTO

De biechtstoel wordt in de meeste kerken nog maar zelden bezocht – zo er überhaupt al een aanwezig is. Toch ziet oud-katholiek aartsbisschop Joris Vercammen ‘een grote toekomst’ voor het ritueel van vergeving en verzoening. “Aan de uitgestoken hand van de kerk, de medechristenen, word ik opnieuw opgetild tot de hoogte van mijn menselijke waardigheid.”

“Is het niet beklemmend om in een omgeving te werken waarin schuld zo nadrukkelijk aanwezig is?” Een gevangenispastor vertelt mij dat hem deze vraag met enige regelmaat gesteld wordt. Schuld boezemt angst in en daarom rust er een taboe op. Het idee van schuld als een persoonlijke verantwoordelijkheid voor een bepaald gedrag voelt bedreigend. Daarom is zij haast onbespreekbaar. In de kerk heb ik dezelfde ervaring. Misschien is dat begrijpelijk,omdat ze nog steeds herstellende is van een recent verleden waarin in kerkelijke kring primair de schuld van de persoon de aandacht kreeg, eerder dan zijn of haar lijden, laat staan zijn of haar emancipatie. Daarbij werd vaak al te zeer de nadruk gelegd op de menselijke onmacht.
Die onmacht werd in de erfzonde geprojecteerd. In bepaalde kringen van vooral reformatorische christenen leidde een en ander tot een ronduit pessimistisch mensbeeld en tot een extreme nadruk op Gods soevereiniteit wat de genade betreft. De aanleiding voor deze ontwikkeling vormden de misstanden in de kerk van de middeleeuwen, die in haar ambitie bemiddelaarster van de genade te zijn toch eerder haar eigen aardse gewin op het oog had. Tot op vandaag blijven die gevoelens van onmacht ons parten spelen.
De ervaring van onmacht wordt sterker naarmate het gevoel van schuld zich nog dieper in mij nestelt. Onmachtsgevoelens leiden vervolgens naar schaamte. De al dan niet ingebeelde afkeurende blikken van anderen waaraan ik mij blootgesteld voel, hebben een grote impact. Ik neem hun kijk op mijzelf over. Ik verwerp mezelf en voel me waardeloos. Ik schaam mij. Schaamte blijft vaak onuitgesproken. Ze verbergt zich achter andere gevoelens. Depressieve gevoelens bijvoorbeeld of agressieve. Omdat schaamte niet te voorschijn komt, houdt ze zowel mij als schuldige en degene die slachtoffer werden van mijn schuldig handelen, in een soort van wurggreep gevangen. Een cultuur van schaamte is het gevolg en verzoening is verder weg dan ooit.

Niet vergeten
Verzoening is het enige antwoord op onze schuld. Alleen verzoening opent opnieuw perspectief. Het is bekend hoe aartsbisschop Desmond Tutu reageerde op de kritiek dat de schuldigen aan wreedheden van het apartheidsregime die voor zijn zogeheten ‘Waarheidscommissie’ openlijk hun schuld beleden,niet gestraft werden. “Jullie hebben ze opgehangen”, reageerde Tutu op zijn critici, “en was er nadien rust?”. Nadien was er natuurlijk niets opgelost, moesten de vragenstellers toegeven. Het verleden blijft je achtervolgen. Daarom zijn straffen en proberen te vergeten allerminst de oplossingen voor het leven met schuld, zowel persoonlijk als maatschappelijk.
Verzoening veronderstelt vergeving. Dat is wat anders dan te doen alsof het verleden er niet geweest is. Terechtstellingen van schuldigen, onder welke vorm dan ook, zijn altijd een poging om het verleden tussen haakjes te zetten of uit te wissen. Dat is echter onmogelijk. Het verleden willen vergeten, getuigt bovendien van een gebrek aan respect voor het lijden van de slachtoffers. Zoals het monument voor de Joodse slachtoffers in Auschwitz het uitschreeuwt: ‘Aarde, bedek hun bloed niet!’ Vergeven is iets heel anders dan vergeten. Het verleden is wat het is en als ik schuldig ben aan een of ander lijden, moet ik die schuld dragen. Dan pas kunnen slachtoffers mij ook vergeven. In het bewustzijn dat ik schuldig ben en straf verdien, mag ik echter ervaren dat de ander zich niet op mij wreekt, maar mij een toekomst gunt waarin ik de kans krijg mij liefdevoller te gedragen. Het woord dat het evangelie gebruikt voor ‘vergeven’ heeft niet voor niets ook de betekenis van ‘losmaken’. Door het bevrijden van de schuld van de doem van de wraak die er logisch zou op kunnen volgen, wordt een nieuwe toekomst mogelijk

Barsten van schuld
Maar de vraag is wat echte schuld is, of om de gelovige term te gebruiken: wat is zonde? Er zou namelijk nogal eens wat afstand kunnen zijn tussen bepaalde schuldgevoelens en echte zonde of tussen aangeprate schuld en zonde. Sinds het boek Job weten we dat we ons geen schuld moeten laten aanpraten, zeker niet als een soort van al te gemakkelijke verklaring voor lijden dat ons overkomt. Zaken moeten wel helder blijven! Zonde is je terugtrekken uit de communicatie met je schepper en dat is het tegendeel van wat Job doet. Het is afstand nemen van de zin van je leven die erin bestaat mens en medemens te zijn en schepsel Gods. Zonde is afbreuk doen aan de liefde die als enige betekenis geeft aan het menselijk bestaan. Het is de aansluiting missen bij Gods geheimnisvolle aanwezigheid onder mensen, die hen tot hun recht brengt en levensruimte schenkt. Gebrek aan respect, voor medemensen én voor hun Schepper, is het punt.
Het revolutionaire van het christelijk geloof is dat zonde echter niet per se op een onherstelbare ramp moet uitdraaien. In het hart van Jezus’ verkondiging staat dat God heel anders omgaat met onze schuld dan dat mensen spontaan geneigd zijn te doen met elkaars schuld. Ook al wordt geen enkele poging gedaan om de schuld te minimaliseren of te verbloemen, de boodschap is: God vergeeft, gratis en ongeacht al mijn inspanningen om toch deugdzaam te leven. In het evangelie van Matteüs vinden we een grote parabel over vergeving,waarin de koning een niet in te beelden schuld zo groot, met één woord vergeeft (Mt. 18). Die koning staat voor God. De parabel krijgt echter een problematische wending als blijkt dat de dienaar zelf niet bereid is tot het kwijtschelden van een veel kleinere schuld. Vergeving is immers een wederkerig gebeuren. Alleen wie bereid is zelf te vergeven, kan ook vergeving ontvangen. Als we elkaar de maat blijven nemen, houdt niemand stand. We zijn aangewezen op elkaars vergevingsgezindheid. Het evangelie wil bovendien duidelijk maken dat wie niet bereid is anderen te vergeven, evenmin genade vindt in Gods ogen! Door de barsten van onze schuld dringt Gods licht in ons leven binnen in de gestalte van de vergeving die we ontvangen.
Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda