FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 05 November 2015 12:02

Hoe heksen aan hun bezemsteel komen

Frans Francken II, Heksenbijeenkomst (detail), 1607, KHM Wenen Frans Francken II, Heksenbijeenkomst (detail), 1607, KHM Wenen Tekst: Lucas van Heerikhuizen

De heks die in Disneyfilms op een bezem door de lucht vliegt, vindt zijn oorsprong in het werk van de Vlaamse meester Pieter Bruegel uit de zestiende eeuw. Museum Catharijneconvent in Utrecht belicht in een boeiende tentoonstelling de heks tegen de achtergrond van haar tijd.
De heks zoals wij die kennen, die op een bezem door de schoorsteen naar buiten vliegt terwijl de heksenketel in de haard staat te pruttelen en haar kat zich bij de open haard warmt, is ondenkbaar zonder Bruegels prototypes,” schrijft Renilde Vervoort, in 2011 op het onderwerp van de heks in de kunst gepromoveerd, in het boek De heksen van Bruegel. Het boek begeleidt de gelijknamige tentoonstelling in het Catharijneconvent in Utrecht. Twee prenten van Bruegel staan centraal in de tentoonstelling – tot en met 31 januari 2016 te zien – met daarop voor het eerst de heks afgebeeld zoals wij die vandaag de dag nog altijd kennen. Deze tentoonstelling, samengesteld door onder anderen Vervoort, belicht de beeldvorming rondom hekserij uitvoerig en geeft de noodzakelijke achtergronden om het fenomeen hekserij in de periode 1450-1700 beter te kunnen begrijpen. De tentoonstelling is inclusief de getoonde gruwelen aantrekkelijk en overigens ook goed getimed zo net voor Halloween.

Angst
Heksen bestaan niet. Vandaag de dag zijn er weliswaar mensen die zich heks noemen, maar dat er tussen 1450 en 1700 regelmatig vrouwen op bezems door de lucht vlogen, daar gelooft niemand (meer) in. Toch was de angst voor heksen in die tijd algemeen verbreid. Niet geloven in heksen was toen ondenkbaar. Iemand die niet in heksen geloofde, kon zelfs als ketter gelden. Hoe is het eigenlijk mogelijk dat geloof in zoiets bizars als heksen toch zo algemeen aanvaard werd?
De Kleine IJstijd speelt hier een rol in – daar zijn historici het wel over eens. Europa werd geteisterd door een ongekende kou in deze periode. Hierdoor mislukten oogsten. Hagelbuien konden bovendien enorme schade aanrichten. Wie in die tijd leefden, vroegen zich af waarom zij nu juist door deze hevige malaise getroffen werden. God had het toch immers goed met de mensen voor? Er moest iets anders aan de hand zijn, er moest een groep zijn die de boel probeerde te saboteren. Het was een reden om te vermoeden dat er heksen met kwade bedoelingen waren die de kou en het noodweer op hun geweten hadden.
Sociaaleconomische tegenspoed – vaak overigens door de Kleine IJstijd bevorderd – is ook een reden die Vervoort noemt: “In de sterk verstedelijkte en goed ontwikkelde kustprovincies van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden in de vroegmoderne periode werd de volkse angst voor toverij en hekserij sterk beïnvloed door economische omstandigheden: waar oorlog en economische laagconjunctuur die angst stimuleerden, deed relatieve economische zekerheid haar afnemen.”
Hoewel omstandigheden zoals een bepaald klimaat of een bepaalde toestand van de samenleving achtergrond kunnen bieden, blijft het toch een onoplosbaar raadsel waarom angst voor heksen en heksenvervolging in deze tijd bestonden. Vervoort waarschuwt overigens zelf ook al: “Monocausaliteit moet worden vermeden”.

Schrikbeeld
Vaak gaat angst gepaard met eigenaardige fantasieën. Er werd gevreesd dat heksen elkaar tijdens de heksensabbat troffen. Zij vlogen naar een afgelegen plek om daar duivelse rituelen uit te voeren. Sommigen zouden er een pact met de duivel sluiten, door middel van de osculum infame, ’de kus op de anus van de bok’. De bok werd daarbij geacht Satan te zijn, in dierlijke gedaante. Hoe vreemd ook, het idee van een duivelse samenzwering om de samenleving te verwoesten bood een verklaring voor de geleden tegenspoed.
Waanvoorstellingen over vrouwen hangen ook met angst voor heksen samen. Een heks kon een man óf een vrouw zijn, maar meestal werden heksen als vrouw voorgesteld. Vervoort schrijft: “Om culturele redenen werden vooral vrouwen van hekserij verdacht. Ze werden verondersteld seksueel onverzadigbaar te zijn, want de baarmoeder werd, in navolging van Plato, afgeschilderd als een dier dat hongert naar mannelijk zaad.” Seksuele verleiding, de manier waarop Satan mensen voor zijn karretje wist te spannen, was in het geval van vrouwen gemakkelijker. Er heerste ook een angst dat vrouwen “de macht van de mannen wilden overnemen”. Niet zelden werd de angst hiervoor uitgebeeld door penisroof.
De associatie tussen hekserij en vrouwen nam door de komst van de boekdrukkunst toe. Een berucht boek als Maleus Maleficarum, vertaald als Heksenhamer, uit 1486 van inquisiteur Heinrich Kramer raakte door deze nieuwe techniek snel verspreid. Vervoort: “Kramer beschreef uitvoerig de misdaden van de heksen en hoe rechters en inquisiteurs heksenprocessen moesten voeren. Hij speelde een belangrijke rol in de mate waarin vrouwen met hekserij geassocieerd werden.” Kramer werd overigens wel omschreven als “een gek die overal ruzie zocht, een extreme vrouwenhater – zelfs naar middeleeuwse normen – en een sadist met een obscene belangstelling voor seks”.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda