FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 04 November 2015 10:52

Laurens ten Kate: 'Vrijzinnigheid is ons lot'

Laurens ten Kate Laurens ten Kate Tekst: Jan van Hooydonk Beeld: Corbino

God als persoon? “Een moeizame gedachte”, zegt Laurens ten Kate, kersvers hoogleraar Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme. Hij gelooft niet in een God die bestaat, maar is wel kerkelijk en kent uit eigen ervaring de waarde van christelijke rituelen.

Zijn vader was gereformeerd predikant, “een echte ARP’er, een doener; het ging hem om de praktijk, theoretische kwesties boeiden hem niet zo”. Moeder was “intellectueler ingesteld en daarnaast een echte domineesvrouw. Vader en moeder vormden samen een hechte tandem, ze leefden zeven dagen per week voor hun gemeente. Ik heb hen daarin altijd zeer bewonderd.” Dat zoon Laurens ten Kate (57) na de middelbare school theologie ging studeren, was dus niet zo vreemd. Of misschien toch ook wél? Want, herinnert hij zich, “ik was absoluut niet gelovig op de manier van mijn ouders. Dat er ergens een God zou bestaan en dat die God met mij dingen zou doen, vond ik al heel jong een moeizame gedachte.” Niettemin, het verschijnsel religie – “het enorme spel van verhalen, rituelen en beelden waarin het spreken in termen van iets buiten de mens als een belangrijke bron van zingeving wordt gezien” – liet hem niet meer los. Dat is nog steeds zo. Hij heeft er, zo zal in het gesprek blijken, zijn hoofd en zijn hart aan verpand.

Zijn intellectuele pad voerde hem al tijdens zijn studie van de godgeleerdheid naar de godsdienstfilosofie en daarna van diverse theologische-wijsgerige werkomgevingen naar de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht (UvH). Daar bekleedt hij sinds kort de nieuwe leerstoel Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme.

                                                                                                                                                               

U bent religieus, maar niet gelovig of kerkelijk?

“Het religieuze bepaalt mee mijn leven. Maar of ik ook gelovig ben? Het hangt er maar van af wat je onder geloof verstaat – geloven in een bestaande God, geloven in een betere toekomst voor de mens, geloven dat er dimensies in het leven zijn die je niet in je greep kunt krijgen? De Italiaanse filosoof Gianni Vattimo schreef een boek dat heet Ik geloof dat ik geloof. Die titel betekent: ik weet niet wat geloven inhoudt, maar ik weet zeker dat geloven voor mensen van nu een belangrijke, zij het raadselachtige ‘praktijk’ is. In die zin ben ik wel degelijk gelovig.” En kerkelijk? “Ik ben in Utrecht lid van de Domkerkgemeente. Ik kom er af en toe. Mijn vrouw en ik hebben onze kinderen laten dopen, want een kind krijgen is een geschenk.”

U gelooft niet in het bestaan van God, maar bent wel kerkelijk. Die combinatie lijkt me niet zo gebruikelijk.

“Ik vind ‘bestaan’ inderdaad niet het meest wezenlijke van God. Ik verbind de naam van God met iets in de mens dat duidt op het onverwachte, het niet-beheersbare, op wat filosofen transcendentie noemen. Als de naam van God staat voor die dimensie, even onbeholpen als betekenisvol, dan spreek ik graag over God. Ik vermoed dat veel mensen in en buiten de kerken, afgezien dan van een bepaalde orthodoxie, dicht bij deze opvatting van God staan. Dat noem ik religieuze vrijzinnigheid: God als vraag aan de mens .”

               

Religie als fictie, een werk van verbeelding?

“Dat is hoe theoloog Harry Kuitert de religie ziet: ‘Alles wat van boven komt, komt van beneden.’ Dat is zeker niet mijn positie. Religie is niet alleen een menselijk verschijnsel. Religie staat voor de menselijke poging om je te verhouden tot iets wat aan onze menselijke wereld ontsnapt. Echter, dat wat ontsnapt breekt in op onze ervaring… Transcendentie ‘bestaat’ als datgene wat niet van ons is en ons ondervraagt: geen andere wereld, maar ‘het andere’, zoals Levinas en Derrida het noemen, dat ons vanuit onze wereld onderbreekt en openbreekt. Het is de transcendentie van de vreemdeling, de vluchteling, om maar bij de pijnlijke actualiteit van deze dagen te blijven; maar ook van muziek, van erotiek, alles wat met tijdelijk zelfverlies te maken heeft.”

Wat voegt zó geloven aan het leven toe?

“Het menselijk leven heeft twee kanten. Enerzijds zijn we wezens die dankzij onze rationele vermogens de mogelijkheid hebben om greep te krijgen op de dingen en de natuur, de wereld aan ons te onderwerpen. Anderzijds zijn er binnen die wereld van de rationaliteit altijd weer lege plekken, doen zich blinde vlekken voor: dingen die niet te verklaren zijn en niet om te zetten zijn in productie of waarheden. Affiniteit met die ‘rest’ is uiterst belangrijk om het menselijk leven als geheel te leven. Een voorbeeld? Denk aan de gigantische luchtbellen die meekomen in het krachtenspel van de vrije markteconomie. Ja, het kapitalisme heeft ons veel voorspoed, welvaart en vrijheid gebracht, maar daarbinnen ontvouwen zich ook voortdurend processen die we niet in de hand hebben en die de wereldeconomie zo maar te gronde kunnen richten. Midden in de gebieden van economische rationaliteit en maakbaarheid stuiten we dus op iets wat niet klopt, iets wat wrikt. Religie leert ons daarmee affiniteit te hebben. Zij leert ons een zekere bescheidenheid en geeft ons daardoor de mogelijkheid om als het nodig is een andere weg te kiezen. In een tijd van neoliberale omarming van de vrije markt is zo’n andere weg hard nodig. Ook daar zie ik een uitdaging voor de vrijzinnige bewegingen ”

Wat betekent vrijzinnigheid voor u?

“Historisch gezien heb je het bij vrijzinnigen over stromingen binnen het protestantisme die gekenmerkt wordt door een niet-dogmatische houding, relativiteitszin, openheid voor de moderne cultuur. Die houding is niet het exclusieve eigendom van kerkelijke groeperingen die zich sinds de negentiende eeuw ‘vrij’ of ‘vrijzinnig’ noemen. Remonstranten en doopsgezinden hebben veel oudere wortels, en delen ook in een vrijzinnige blik op de wereld. En ook in het katholicisme zijn er talloze vrijzinnige interventies geweest, en ze zijn er in onze tijd alleen maar méér, ondanks de conservatieve wind die hier van bovenaf in ons gezicht waait.

Maar voor mij staat vrijzinnigheid voor nog iets breders, dat het niveau van kerken en groeperingen overstijgt: het is de bestaansconditie van de hedendaagse mens, waarmee ik bedoel dat niemand in onze tijd nog uit kan gaan van een voorgegeven zin. Zin moeten we zélf zoeken. Zo opgevat is vrijzinnigheid niet zozeer onze keuze als ons lot: een lot dat lastig is, maar ook kansen biedt.

Vergis je niet: dat geldt evenzeer voor mensen die zich vrijzinnig noemen als voor mensen die zich orthodox noemen of zelfs fundamentalist zijn. Wij delen hetzelfde wetenschappelijke wereldbeeld. Ook wie houvast zoeken in de natie (PVV’ers bijvoorbeeld) of in hun religie (sommige moslims) ontwerpen zélf hun antwoord – en geven daar dan vervolgens zélf een absolute status aan.”Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda