FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 30 October 2015 10:13

BORGMAN EN PAAS OVER KERK MET KWALITEIT

Erik Borgman: 'Liefdesverklaring aan de kerk' Erik Borgman: 'Liefdesverklaring aan de kerk' Tekst: Willem van der Meiden

Vandaag presenteert de katholieke theoloog Erik Borgman zijn nieuwe boek, over kerkopbouw in tijden van afbraak. Zijn protestantse collega Stefan Paas publiceerde onlangs zijn visie op ‘de christelijke missie in een postchristelijke omgeving’. Beiden geven een even nuchter als bezield antwoord op de kerkcrisis: sta niet stil bij de resten van wat ooit was, maar zie je uitdaging en je roeping in wat zich hier en nu aandient.

Ze hebben in hun Utrechtse stomerij een oude foto hangen van de Sint-Monicakerk aan de Oudenoord. De parochie werd opgeheven in 1970, de kerk werd gesloopt in 1977. Ik vraag er wel eens naar en dan blinken er tranen in hun ogen. Ze kerken nu in de Sint Joseph aan de Draaiweg. Maar ook die parochie gaat verdwijnen als het aan aartsbisschop Eijk ligt. Ik durf mijn stomerij bijna niet meer te betreden, de rouw hangt er nu in plooien en vouwen.

Rouwproces

Al jarenlang mag ik af en toe opdraven bij gemeenten of parochies om mijn licht te laten schijnen over de vraag ‘of het tij nog te keren is’. En zo ja, welke middelen daartoe ingezet moeten worden. Dat laatste vooral, want een ‘nee’ als antwoord op de eerste vraag, leidt tot ongemakkelijke taferelen. Ik kom dan op bezoek in een rouwproces. Mensen zijn verdrietig dat de kerk waarin zij zijn opgegroeid, waaraan zij zoveel te danken hebben en waar zij ook zoveel energie in gestoken hebben, niet meer is wat ze was en gedoemd is te verdwijnen. Verdrietig, dat hun kinderen en kleinkinderen er niet meer komen. En dat ze straks met een sterk gekrompen groep oude mensen het licht moeten uitdoen. Zij zoeken naar tovermiddelen en blingbling om een kentering tot stand te brengen: een fonkelende website, culturele zondagen, fris en eigentijds jeugdwerk. Maar als je dan die ene vraag stelt, namelijk wat nietsvermoedende buitenstaanders dan wel in die kerken kunnen vinden, wat er zo uniek is in de kerken dat je je er letterlijk je heil gaat zoeken, dan hapert het gesprek. Zichzelf laten spiegelen en out of the box denken is in veel kerken en gemeenten onbegonnen werk. Kerken hebben dat overigens gemeen met andere instituties in transitie, zoals omroepen, vakbonden, politieke partijen, kranten en tijdschriften ook.

Al die alarmerende uitkomsten van onderzoeken naar het gestaag afnemende aantal leden en inkomsten van kerken… Tegen dit rouwgevoel is geen kruid gewassen, je kunt het hoogstens proberen om te keren door erop te wijzen dat de kerken een grote rol spelen bij het omzien naar de oudere medemens. Dat ze een kweekvijver zijn van niet te onderschatten vrijwilligerswerk. En je kunt proberen om mensen hun dankbaarheid te laten herontdekken over wat de kerk dan in elk geval hun heeft gebracht. Is dat dan niet goed genoeg? Wat in elk geval niet helpt is gemeenplaatsen roepen als: ‘het christendom groeit wereldwijd’ of ‘niet alle kerken lopen leeg’. Met de eerste stelling kunnen christenen in Nederland niets, de tweede leidt tot moeizame sociologische beschouwingen over de bible belt of tot badinerende meningen over kerken met een simpele boodschap en veel halleluja. Ook daar hebben rouwenden niets aan. Waaraan dan wel?

Ballingschap

Ik vroeg een kwart eeuw geleden aan Albert van den Heuvel, toen oud-bestuurder van de hervormde kerk en voorzitter van de VARA, om een opwekkende blauwdruk voor de kerk van de toekomst. Ik kreeg twee dagen later een uitgewerkt artikel, met daarbij een briefje. Daarin stond dat hij het een onmogelijke opdracht vond, maar omdat hij er ’s nachts niet van kon slapen er meteen maar werk van had gemaakt. De teneur van zijn glasheldere betoog was als volgt. Grote, volle kerken met gelovigen die overal een mening over hebben en de wereld wel eens zullen verbeteren: dat is voorbij en dat is maar goed ook. Wat er overblijft, is een kleine kudde vol kwaliteit. En dat is nog bijbels ook.

Die inmiddels populaire denklijn is geen medicijn tegen heimwee, maar wel een nuchtere en prettige constatering, die mensen kan helpen die zoeken naar nieuwe wegen en daarbij willen luisteren naar signalen uit de samenleving. Want die kunnen hen op nieuwe sporen zetten. Nog onlangs haalde PKN-scriba Arjan Plaisier de voorpagina van dagblad Trouw met de stelling dat zijn kerk maar eens af moest van het idee volkskerk te zijn. Volkskerk? Sommig begrip komt traag… Een dag eerder kopte dezelfde krant boven een recensie: ‘Lieve medechristenen, we zijn met weinig en dat is wel best.’ Het besproken boek is van Stefan Paas, hoogleraar missiologie in Amsterdam en Kampen, columnist en een gelovig, nuchter mens. De recensent noemt hem een party crasher: iemand die de sfeer op feestjes verpest door wilde plannen en projecten en onstuimig geloof in succesverhalen vakkundig de nek om te draaien. Dat wordt hem in evangelische kring, waar het missionaire elan soms de kerk uit schuimt en de winst slechts in duizenden wordt geteld, niet altijd in dank afgenomen. Doe maar gewoon, zegt Paas, de kerk bevindt zich in ballingschap en dat is prima. Sterker nog: een beter uitgangspunt kunnen gelovige christenen zich niet wensen. We hebben er immers driekwart van het Oude Testament aan te danken. Met de dadendrang van mensen die kerken planten, pioniersplekken inrichten en het evangelie van de daken willen schreeuwen is niets mis, maar leer leven met wat reëel is en geniet daarvan. Paas’ boek ademt de relativerende sfeer van het bijbelboek Prediker, het is erg goed geschreven en een must voor hemelbestormers, van welke signatuur dan ook: eet je brood met vreugde en drink je wijn van harte, want God heeft nu al plezier in wat je doet.

Verzoekplatenprogramma

Klein maar fijn. Maar kan geloven wel zonder instituties? Vooral sociologen zijn geneigd die vraag met ‘nee’ te beantwoorden. Het is de mantra van veel gelovigen die met man en macht strijden voor het behoud van hun kerkgebouw of een betaalde predikant. Want zo hebben ze zelf hun Werdegang in de kerk beleefd. Dankzij het instituut is hun geloof verankerd en is het vlees en bloed geworden in taal, vormen en mensen. Als dat wegvalt, wat blijft er dan over? Als dat moment op een gemeenteavond aanbreekt en een inleider als ik een reeks alternatieven uit de hoed begint te toveren, groeit het ongemak. Want een kerk is toch geen verzoekplatenprogramma? Geen u vraagt en wij draaien? Met andere woorden: het aanbod moet natuurlijk wel passen bij wat wij te bieden hebben. Dat laat ik niet op me zitten: “Hebben wij een Woord voor de wereld en niets dan dat of zijn we oprecht nieuwsgierig naar wat mensen bezielt en wat ze met anderen willen delen, ook al lijkt dat niet op wat wij in de aanbieding hebben?” “Gaat het ons ten diepste erom dat zij naar ons komen en niet dat wij naar hen gaan?” “Zijn wij een winkel, waar mensen iets komen halen, of willen wij partner zijn van mensen die iets zoeken?” En: “Als wij werkelijk iets unieks in de aanbieding hebben, is de verpakking waarin we dat aanbieden dan alleen zaligmakend?” “Kunnen we het aan God overlaten of is het toch mensenwerk?” Dan komen mensen met verhalen die er werkelijk toe doen en kan het toch nog een vruchtbare avond worden.

Liefdesverklaring

Rooms-katholieken maken zich ook zorgen over hun krimpende kerk. Het lijkt wel of het daar nog sneller gaat dan in protestants Nederland, al nemen katholieken veel minder gauw de stap om zich uit te schrijven uit hun kerk dan protestanten. Katholiek ben je en blijf je, ook al zie je nooit een kerk van binnen. Maar dat parochies opgeheven worden, kerken moeten sluiten en zelfs worden afgebroken, doet veel mensen pijn, zoals de mensen van mijn stomerij. Theoloog Erik Borgman, hoogleraar in Tilburg, heeft een boek geschreven om rouwende katholieken een hart onder de riem te steken en op nieuwe sporen te zetten. De feiten en cijfers spelen erin een marginale rol, het gaat Borgman over oud en nieuw geloof. Hij gaat terug naar de kern van waar het in de kerk om gaat: leer, liturgie en leven. Hij noemt zijn boek een vorm van ‘geloofsbelijdenis’ en een ‘liefdesverklaring’. Een kerk kijkt niet terug, hoezeer zij de traditie ook koestert, maar vooruit. En het is eigen aan de kerk dat zij voortdurend in transitie is, zich vernieuwt en aansluiting zoekt bij de ontwikkelingen in de samenleving. De kerk is verandering. Als in een kleine geloofsleer pelt Borgman de rokken van de kerkelijke ui om bij de kern te komen: de eucharistie. Met mooie beelden en sterke bijbelse voorbeelden is hij in staat om in het delen van brood en wijn het werk van de kerk te laten weerspiegelen. En hij wordt niet moe te benadrukken dat hij in zijn theologie Schrift en traditie achter zich heeft staan. Bij niet-katholieke lezers wekken de talrijke citaten van pausen en concilies wel bevreemding, maar Borgman laat niet voor niets zien dat zijn moderne en vooruitstrevende theologie verankerd is in de kerk die hem lief is, althans op sterke getuigen kan bogen.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda