FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 05 October 2015 08:53

Huis voor Klokkenluiders

Heleen Hörmann & Judith Smits. Beeld: John Back Heleen Hörmann & Judith Smits. Beeld: John Back

"Klokkenluiders moeten acuut in de adelstand worden verheven", zegt filosoof Joep Dohmen. Het verbaast hem "dat we eerbewijzen kennen in de sport en in de kunst, maar niet in de moraal". Voor kindercardioloog en klokkenluider Erik Jan Meijboom, gaat dat wat ver. "Bovendien, wie zou dat vast moeten stellen?" De Eerste Kamer stemt dit najaar over het Huis voor Klokkenluiders, een onafhankelijk instituut dat melders van misstanden rechtsbescherming biedt en dat misstanden gaat onderzoeken. Een gesprek over moed, vrijmoedig spreken en morele dilemma's van klokkenluiders.

Zeven jaar is de Tweede Kamer ermee bezig geweest: een wetsvoorstel om een Huis voor Klokkenluiders mogelijk te maken. Eenmaal aangenomen in de Eerste Kamer, kan de eerste klokkenluider zich in januari 2016 melden bij het Huis. Voor Erik Jan Meijboom komt het Huis te laat, maar hij is blij dat het er komt. Ook Joep Dohmen is positief: "Er moet een cultuur komen van vrijmoedig spreken", vindt hij. En juist daarin excelleren klokkenluiders.

Prompt ontslag

Een klokkenluider is iemand die op zijn werk een misstand signaleert en daar melding van maakt. Soms is de organisatie daar gevoelig voor en wordt de misstand aangepakt. Vaker gaat men er voluit tegenin. Dat ondervond Meijboom, in de jaren negentig werkzaam in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht, toen onder een nieuwe hartchirurg de kindersterfte schrikbarend steeg. Hij kaartte het intern aan, maar de Raad van Bestuur van het ziekenhuis zette zich schrap. Meijboom spitte met collega's een rapport van de betreffende hartchirurg door. "In dat rapport verdoezelde hij het probleem. En erger nog. Er werden patiëntjes genoemd die met succes geopereerd zouden zijn, maar van wie ik zelf op de begrafenis was geweest."

Meijboom besloot zijn zorgen, gestaafd door cijfers, op papier te zetten, aan de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Alleen hijzelf ondertekende die brief. Achteraf is hij daar blij mee, want zelfs collega's die hem enkel 'passief steunden' kregen het later flink te verduren. Hij noemt dat een soort collateral damage. "Daar moet je als klokkenluider echt rekening mee houden." Dat deed Meijboom, welbewust, maar dat maakte het er niet makkelijker op: "Op zo'n moment sta je er helemaal alleen voor." De volgende ochtend al kreeg hij zijn ontslag aangezegd.

De tegenstand van de kant van de Raad van Bestuur verraste Meijboom. "Ik ben verbaasd gebleven, tot en met het kort geding." Zijn advocaat was bedacht op een tegenzet van de kant van het ziekenhuis. "Hij dacht: ze hebben iets anders. Hij noemde dat 'het verhaal van de verkrachte verpleegster'." Maar niets daarvan, en Meijboom werd in het gelijk gesteld. Het enige wat de rechter hem nog vroeg, was waarom hij niet eerder aan de bel had getrokken.
De arts vindt het jammer dat het wetsvoorstel dat het Huis voor Klokkenluiders regelt niet meer zo sterk is als aanvankelijk door initiatiefnemers Van Raak c.s. was bedoeld, "maar we gaan in ieder geval met kleine stapjes vooruit". Klokkenluiderszaken hebben doorgaans een lange, slepende geschiedenis, waarin de verhoudingen op scherp zijn gezet. "Het Huis gaat een zaak even op neutraal zetten en uitzoeken. Ook komt er hulp in de vorm van rechtsbescherming; een klokkenluider mag niet worden ontslagen als gevolg van een melding."

Confrontatie vermijden

Moedig voelde hij zich niet, toen hij aan de bel trok, ook later niet. Meijboom: "Nee, ik was niet moedig, maar angstig. Je weet niet hoe het verder gaat. Dat heeft me heel wat slapeloze nachten gekost." Meijboom zegt dat hij geen keuze had. "Er gingen kinderen dood...!" En toch, hij vertelt dat collega's van hem een andere baan zochten, of "onder het tapijt kropen". Waarom hij dat niet deed: "Binnen de afdeling waar ik werkte, was ik op een gegeven moment degene met de meeste senioriteit. Mijn baas was inmiddels met vervroegd pensioen gegaan. Die wilde de confrontatie vermijden."

De vader van Erik Jan Meijboom was ook arts-specialist. "Hij was een door en door eerlijke man. Dat had hij om zo te zeggen uit de oorlog overgehouden – hij had in een kamp gezeten. Hij vond dat je geen geheimen moest hebben. "Als de vijand dat wil, krijgt die dat geheim toch wel uit je, zei hij."

Meijboom komt uit een doopsgezind gezin, maar heeft niet het gevoel dat hem dat heeft gesterkt in zijn standvastigheid. Wel denkt hij "dat je het achteraf in een kader kunt plaatsen van: aan wie leggen we eigenlijk verantwoording af?"
Het wordt klokkenluiders vaak verweten dat ze niet loyaal zijn aan hun organisatie. De vraag is: aan wie of wat ben je loyaal? Hij herkent dit: "Binnen het ziekenhuis leefde een heel sterk loyaliteitsgevoel aan elkaar. Collega's binnen het ziekenhuis, ook op afdelingen die niets met hartchirurgie te maken hadden, hebben mij ontzettend kwalijk genomen, dat ik 'hun mooie ziekenhuis' te grabbel had gegooid."

Als verrader gezien

Joep Dohmen is filosoof en oud-hoogleraar ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek. Hij vindt klokkenluiden een voorbeeld bij uitstek van moed, of beter gezegd: van vrijmoedig spreken, een begrip dat hij ontleent aan de Franse filosoof Michel Foucault ontleent: "Je ziet dat iets niet deugt en dat het de verkeerde kant op gaat. Je weet dat het riskant is om dat aan te kaarten want je loopt grote risico's. In alle concrete gevallen van klokkenluiders die ik ken, waren de gevolgen verschrikkelijk. Je wordt als klokkenluider geïsoleerd, verdacht gemaakt en als het even kan ontslagen." De situatie waarin een klokkenluider zit, is vaak tragisch. "Als ze niks doen, worden ze partner in crime. En als ze er wel werk van maken, kost het hen de kop."

Zelfs als een klokkenluider uiteindelijk volkomen gelijk blijkt te hebben wordt hij nog altijd een beetje als een verrader wordt gezien. Dohmen: "Het lijkt erop dat als mensen met het kwaad – in welke vorm dan ook – in aanraking zijn gekomen, iets daarvan aan hen blijft kleven. Zoiets is volkomen irrationeel, maar blijkbaar werkt het zo."

Meijboom kan daar over meespreken: "Tot jaren later loop je aan tegen het feit dat mensen en bestuurders je wantrouwen, en je bijvoorbeeld niet op bepaalde posten wordt benoemd. Soms wordt dat recht in je gezicht gezegd, maar vaker nog heb je het gevoel dat het achter je rug om gebeurt."

Dohmen: "Je moet een oersterke klokkenluider zijn met een enorm netwerk om je heen om dit gevecht te overleven." Met alleen moed redt je het niet: "Deugden hangen onderling samen, dus als je bijvoorbeeld geen geduld hebt of niet prudent bent, zou ik de klok niet gaan luiden. Bovendien: deugden hangen nauw samen met waarden. Je moet wel weten waarvoor je je moed in zet. Soms kan het raadzaam zijn om je snor te drukken, omdat de waarde van zelfbehoud, en die van je gezin, groter is dan de wereld die er te winnen valt."

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda