FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 16 September 2015 11:38

Die mij beweegt

Tekst: Bert van der Kruk Tekst: Bert van der Kruk

Marli Huijer (Amsterdam, 1955) is denker des vaderlands, hoogleraar filosofie van cultuur, politiek en religie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lector aan de Haagse Hogeschool. Ze schreef onder meer Ritme, op zoek naar een terugkerende tijd en Discipline, overleven in overvloed (Boom). Zij geeft haar visie op een sonnet van Maria van Daalen.

Het sonnet voor het nieuwe huis

Wanneer ik rondloop, op de cirkel, mij voor-
stel dat het de navel van de wereld is,
het geboortebewijs maar niet het gemis-
te verlangen, begin zonder oorzaak, door-

gaan waar het begint, omdat alle woorden
mij zeggen dat ik terug moet naar beslissen-
de gebaren, niet de paring, maar er is
ook een andere wetmatigheid, bijvoor-

beeld hoe het zich indraait, concentrisch over-
neemt wat ik lijnrecht bedenk en zeg: 'Mijn Heer,
de liefde, die is het.' Die mij beweegt, lacht

en strekt zich uit op bed. De waarheid is zacht
voordat die zich spant en mij vult, elke keer
is er die opening, ik geef mij over.

Maria van Daalen (1950) uit: Electron, Muon, Tau (uitgeverij Querido, 2000)

"Ik hou erg van de erotische bundel waaruit dit gedicht komt. Er zit nauwelijks enige beschrijving van seksualiteit in, maar de gedichten werken zo onvoorstelbaar goed, dat je er toch warm van wordt. De erotiek spettert van de bladzijden. Het zijn 84 sonnetten. Op de achterflap staat, ik lees even voor: 'De gedichten zijn erotisch, niet alleen omdat ze bij een erotische relatie horen, maar vooral ook omdat ze de lezer erotisch aanspreken en zelfs aanraken.' Zelf word ik er ook door aangeraakt, maar ik ga natuurlijk niet verklappen hoe. Nee zeg, dan staat straks boven het stukje dat Huijer van deze poëzie opgewonden wordt. Dan ga ik buiten het gedicht en wordt het plotseling heel erg banaal.

Ik beweeg mij niet op het terrein van literatuur- of poëziewetenschap, ik lees zo'n gedicht als iemand die het ondergaat. En ik associeer; het zijn geen interpretaties. Het mooie aan dit gedicht is de verbinding tussen het grootse en het banale. Het nieuwe huis – het is niet duidelijk of het een metafoor is of werkelijk een nieuw huis – wordt het middelpunt van de wereld, het universum. Dat is een religieus thema. Zoals religies al duizenden jaren torens of iets anders hoogs neerzetten in het midden van de gemeenschap, zo gebeurt dat ook hier. De dichter stelt zich voor dat het de navel van de wereld is, het geboortebewijs, waardoor het terugverwijst naar iets wat er daarvoor al was. Als in een cirkel waarin het indraait – een prachtig woord vind ik dat, indraaien. Als in een draaikolk, waarin je steeds verder wordt ingezogen in de tijd, terug, of in de ruimte.

De dichter maakt gebruik van heel oude mythische elementen die, zoals godsdiensthistoricus Mircea Eliade vertelt, ook in primitieve culturen voorkwamen: alles gaat in vuur of water ten onder en begint daarna weer helemaal opnieuw; de hele kosmos wordt opnieuw geboren. Dat terugkeren naar een begin waarvan je de oorsprong niet kent, zit ergens achter dit gedicht. Het cyclische denken neemt het over van ons lijnrecht denken, waarbij je de tijd ziet als iets wat chronologisch van begin tot einde loopt.

En dan is er die mij beweegt, zoals de eerste, onbewogen beweger bij Aristoteles, die het heelal en alle bewegingen van de sterren in gang zette. De dichter maakt daar een allegorie op. Ook zij wordt in die slingerende beweging door iemand van buiten, iemand die je niet ziet, in beweging gezet. En dat vertaalt zich dan ineens in de banaliteit van het bed, uitgestrekt, dus niet meer circulair maar lineair. En wat zacht was, wordt recht en vult haar. Elke keer is er die opening. En daarmee zijn we terug bij het circulaire van de navel, of wat het ook is, waarin je naar beneden getrokken wordt in tijd of ruimte. Zo wordt in de seksualiteit de lineaire tijd gecombineerd met de cyclische tijd. En het enige wat je dan nog rest, is: je er maar aan over te geven.

Het is zo'n wonderlijk fenomeen dat wij geen genoeg krijgen van seksualiteit. Dat we het elke keer weer doen. Dat heeft iets te maken met wat in dit gedicht staat. Dat we daarin verbonden zijn met iets mythisch, iets wat al veel eerder is gebeurd en groter is dan wijzelf. Ik ben helemaal niet van de grote beweger, maar dat er in de seksualiteit iets gebeurt waardoor je in de passie of in het zelfverlies onderdeel wordt van iets groters waarin je je overgeeft aan de ritmiek van de dingen, ja dat kan ik me heel goed voorstellen."

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda