FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 15 September 2015 09:14

God op de divan

Tekst: Sjoerd van Hoorn. Beeld: ANP Foto Tekst: Sjoerd van Hoorn. Beeld: ANP Foto

De mens hééft niet zozeer verlangens, hij ís zijn verlangen, meent de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan. Het zoeken van zin uit zich in een streven naar een unieke relatie met God. Dit verlangen is volgens hem potentieel destructief. Juist omdat het verlangen oneindig is, creëert het de illusie van een oneindig veeleisende god, een god met sadomasochistische trekken.

Sadomasochisme kan ons veel leren over religie. Het succes van boeken als Vijftig tinten grijs doet de gedachte rijzen dat de erotische verwikkelingen van hoofdpersonen Ana en Christian een snaar bij het grote publiek hebben geraakt – dat het een uiterst beroerd geschreven boek is doet daar klaarblijkelijk niets aan af. Wat bij het grote publiek weerklank vindt, laat zich verklaren als een behoefte aan spanning, maar om welke spanning gaat het hier eigenlijk?

Zuivere liefde

Een en ander komt in een scheller licht te staan wanneer we kijken naar twee voorbeelden die bij nader inzien alles met elkaar te maken hebben. In de erotische roman Histoire d'O uit 1954 beschrijft de Franse auteur Pauline Réage (pseudoniem van Anne Desclos) de geschiedenis van O, een jonge vrouw die zich aan alle grillen van haar minnaar, René, onderwerpt: O laat zich vrijwillig vernederen, mishandelen en misbruiken door andere mannen om haar liefde voor René te bewijzen. O streeft naar een van elk eigenbelang ontdane, zuivere liefde. Ze wil zich volledig geven aan haar wrede minnaar. Hij vraagt steeds uitdrukkelijk om haar instemming en krijgt deze ook steeds. O is de vrijwillige slavin van René. In de vrijwillige slavernij schuilt haar genot.

Een soortgelijke structuur vinden we bij de zeventiende-eeuwse Franse schrijver François Fénelon, aanhanger van de religieuze beweging van de pur amour ('zuivere liefde'). Fénelon schreef aan Madame Guyon: "Wat als God reeds op het moment dat hij (ons) schiep, ons tot eeuwige duisternis heeft gepredestineerd? Ook dan zijn (wij) Hem dankbaar. Want op die manier biedt Hij ons de kans om echt mens te zijn: geen ontaard creatuur maar een beeld van God."

God heeft ons uit het niets, en om niet, geschapen. Dat is een gift waar wij Hem niet dankbaar genoeg voor kunnen zijn. We kunnen dus alleen een zuivere, onbaatzuchtige, van elk eigenbelang gespeende liefde ('pur amour') voor Hem aan de dag leggen, wat voor ellende Hij ons tot in alle eeuwigheid ook aandoet.

Wat René is voor O, dat is God voor Madame Guyon en François Fénelon.

Het onbewuste

Hoewel de beweging van de pur amour in 1699 werd veroordeeld door de rooms-katholieke kerk en hoewel ook sm-relaties doorgaans minder extreem zijn dan in Histoire d'O, tonen deze voorbeelden wellicht toch iets over de aard van het menselijke (religieuze) verlangen. Dat is in ieder geval de opvatting van de Vlaamse filosoof Marc De Kesel, aan wiens boek Niets dan liefde (2012) ik de bovenstaande voorbeelden alsook het citaat ontleen.

De Kesel begrijpt de pur amour vanuit de psychoanalyse, de psychotherapeutische techniek die ook een mensbeeld inhoudt. Om de weerklank van Vijftig tinten grijs te begrijpen, moeten we daarom ingaan op de psychoanalyse. Iedereen heeft wel een beeld van de divan bij de psychiater en woorden als 'onbewust' en 'verdringing' behoren inmiddels tot het dagelijkse vocabulaire van de Nederlander. Toch is de psychoanalyse zelf een grote onbekende in deze tijd van psychofarmaca.

In zijn een recent boek Tussen weten & niet weten (2015) legt psychoanalyticus Harry Stroeken op zeer toegankelijke wijze de fundamentele ervaring van de psychoanalyse uit en verheldert hij enkele basale begrippen, waarvan het begrip van het onbewuste zonder twijfel het belangrijkste is. Het onbewuste, legt hij uit, is hetgeen je niet weet maar dat je toch van alles laat doen. Het bestaan van het onbewuste verklaart waarom je steeds opnieuw dingen doet die je in zekere zin niet wil doen.

Het onbewuste heeft alles te maken met de seksualiteit. Seksualiteit is voor de mens immers allesbehalve vanzelfsprekend. Dit gebrek aan vanzelfsprekendheid moeten we letterlijk nemen. Wat ik verlang en wat ik ben, spreekt niet vanzelf en waarnaar ik taal, laat zich niet spontaan zeggen: identiteit en seksualiteit moeten onder woorden worden gebracht.

De moeilijkheid ligt zelfs nog dieper. Ik weet niet wat ik wil als ik het niet kan zeggen. Andersom is het maar dankzij de taal dat ik wel min of meer weet wat ik wil.

Oedipuscomplex

De grondlegger van de psychoanalyse, de Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939), vroeg zich af hoe het kon dat bepaalde patiënten symptomen vertoonden – verlamming van de benen bijvoorbeeld – die onder hypnose helemaal verdwenen. Freud kreeg voor het eerst een vermoeden van het antwoord op deze vraag toen zijn collega Joseph Breuer patiënten onder hypnose liet praten over hun trauma's. Die patiënten voelden zich na de therapie beter en ervoeren verlichting van hun klachten.

Freud formuleerde daarop in de loop van de jaren '90 van de negentiende eeuw de hypothese dat de mens naast, of onder, zijn bewuste geestesleven, ook nog een onbewust geestesleven heeft. Onder het bewustzijn heerst het onbewuste over de mens. De mens weet niet precies wat hij doet of waarom, omdat hij zich niet bewust is van het bestaan van de driften die hem sturen. Wat Freuds ideeën nieuw maakte, waren zijn stelling dat de mens uitsluitend bewogen wordt door de seksuele drift en – nóg schokkender – de stelling dat ook het kind seksuele verlangens heeft.

Freud ontwikkelde het idee van het oedipuscomplex. Oedipus is het hoofdpersonage in een drietal tragedies van de Griekse schrijver Sophokles (496-406 v. Chr.). In zijn stuk Koning Oedipus vermoordt Oedipus zijn vader en trouwt hij met zijn eigen moeder, zonder te weten dat zijn bruid zijn moeder is. Elk kind, aldus Freud, heeft onbewust het verlangen zijn vader opzij te zetten (te vermoorden) en het alleenrecht op de genegenheid van de moeder te verwerven (met haar te trouwen).

Volgens Freud structureert het oedipuscomplex ons psychische leven. De mens moet het oedipale stadium voorbijkomen, dat wil zeggen, de man moet de moeder vervangen door een andere vrouw en de vrouw moet zich op de plaats van haar moeder stellen en vervolgens haar vader vervangen door een andere man. De diverse psychopathologieën, waaronder Freud ook nog homoseksualiteit rekende, moeten worden gezien als stoornissen in de ontwikkeling van een normale, post-oedipale seksualiteit.
Ofschoon deze ideeën sommige mensen nog altijd schokken, waren ze in Freuds eigen tijd ook weer niet volstrekt ongehoord in de medische wereld. Veel revolutionairder als therapeutische techniek, was dat Freud mensen liet praten, gewoon praten, zonder hypnose, tegen een psychoanalyticus die probeerde zijn patiënt zelfinzicht te geven en zo te genezen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda