FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 03 September 2015 08:46

De imam weet raad

Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Elmer Spaargaren Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Elmer Spaargaren

Met de polderimams wil het nog niet erg lukken. De meeste imams in Nederland zijn migrant, al dan niet op tijdelijke basis. Jurgen Tiekstra schetst het portret van een drukbezette beroepsgroep die het niet ontbreekt aan kennis en goede bedoelingen, maar die ook kampt met een gebrek aan taalbeheersing en kennis van de samenleving.

Aan de gevel van de Sionskerk in Groningen hangen schotelantennes. Binnen staat een Turkse nieuwszender aan op de televisie, met het geluid hard. Turkse oudere mannen zitten ontspannen met elkaar te praten. In de gebedsruimte is het stil. Drie mannen zitten op hun knieën op het hoogpolige tapijt, gericht naar de mihrab. Deze houten nis aan de wand geeft aan in welke windrichting zich Mekka, ver weg in Saoedi-Arabië, bevindt.

Het is vrijdagmiddag in deze voormalige protestantse kerk, die werd gebouwd in 1934 en bijna twintig jaar geleden veranderde in de Eyup Sultan Moskee. De bakstenen kerktoren wijst nog steeds als een vinger omhoog: eerst naar een christelijke, nu naar een islamitische God. De buitendeur van het moskeewinkeltje staat verwelkomend open. Op de planken liggen ronde Turkse broden opgetast, naast zakken bulgur, couscous, rijst, fruit.

imam3

De groningse Eyup Sultan Moskee trekt moslims van vele nationaliteiten.

Geloofsambtenaar

In zijn kantoor staat de imam: Veli Yalçin, 33 jaar. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen, en is nu ruim twee jaar in Nederland. Hij wijst op een gekleurde landkaart van Turkije, scheef hangend aan een schroef in de muur, waar hij vandaan komt: uit de provincie Denizli, in het westen van Turkije. Nederlands spreekt hij, net als Engels, nauwelijks. "Een klein beetje", lacht hij, twee vingers dicht bij elkaar houdend. Hij heeft een net baardje, draagt een witte blouse, een blauwgrijze blazer, op zijn hoofd een mutsje.

Veli Yalçin is één van de 141 imams die naar Nederland zijn gezonden door Diyanet, het Presidium voor Godsdienstzaken, dat resideert onder het Turkse ministerie van Algemene Zaken. Hij is in wezen een geloofsambtenaar, die nu met zijn buitenlandstage bezig is, maar na de geplande vijf jaar graag terug naar Turkije gaat. "Het is veel vermoeiender dan het lijkt" om in Nederland te werken, vertelt hij, terwijl vader des vaderlands Atatürk een vorsende blik het kantoor inwerpt vanaf diens portret aan de wand.

Een belangrijke reden daarvoor is de taalbarrière. Als tolk is Oktay Ormanoglu aangeschoven, een 25-jarig bestuurslid van de moskee. "Ik wil graag met mijn buren praten", vertelt Yalçin via hem, "maar ik kom niet verder dan 'hallo' en 'hoe gaat het?'" Dat wreekt zich niet alleen buiten de moskee. Voorafgaand aan het vrijdaggebed, dat vanwege de zonnestand om exact 13.47 uur begint, zal hij straks een korte preek houden over het belang van broederschap nu Turkije overspoeld wordt door vluchtelingen. Jammer genoeg zullen veel van de 250 moskeebezoekers zijn verhaal niet verstaan, omdat ze een mengelmoes van niet-Turkse nationaliteiten vormen.

Islamitische Universiteit

Nederland telt zo'n vijfhonderd moskeeën, waarvan de helft Turks is en een minder groot deel Marokkaans. In beide gevallen komen de imams vaak uit het buitenland en spreken ze niet goed Nederlands. Afgelopen juni schreef minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer dat hij in overleg met Diyanet wil kijken of er, net als in Duitsland, taalcursussen aan ingevlogen imams aangeboden kunnen worden. Want Asscher maakt zich zorgen over de integratie van Turkse-Nederlanders en vreest dat organisaties als Diyanet die juist tegenwerken, aangezien ze zo nauw verbonden zijn met de Turkse overheid. Hij liet hier speciaal een onderzoek voor instellen, maar het eindrapport eind vorig jaar gaf hem geen duidelijk antwoord.

Imam Veli Yalçin benadrukt juist de grote betrokkenheid van Diyanet en de aangesloten moskeeën bij de Nederlandse samenleving. Die blijkt alleen al uit het feit dat hij zelf jaarlijks veertig groepen schoolkinderen rondleidt. Vanuit dezelfde zorg over integratie is de afgelopen jaren geprobeerd om 'polderimams' te kweken op gesubsidieerde imamopleidingen aan de Universiteit Leiden, Hogeschool Inholland en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dat is deels mislukt: de eerste twee studies zijn vanwege een gebrek aan animo gestopt. Alleen de VU doet het betrekkelijk goed.

Maar het succesvolst lijkt de door de moslimgemeenschap zelf opgerichte Islamitische Universiteit in Rotterdam (IUR), die in totaal 208 studenten heeft. Islamitische studenten zouden zich er sneller thuis te voelen dan aan de VU, al speelt ook mee dat het toelatingsbeleid ruimer is. Helaas botert het niet met de Nederlandse politiek. In de Tweede Kamer heerst wantrouwen, omdat de Turkse rector meer dan eens controversiële uitspraken over de Turkse politiek heeft gedaan, die volgens de universiteit keer op keer uit hun verband worden gerukt. Desondanks werden in juli de accreditaties van beide aangeboden opleidingen gewoon verlengd. Al vroeg de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie zich wel af of de IUR haar doelstelling om open te staan jegens andersdenkenden "blijvend kan waarmaken".

Taal van jongeren

Eén van de docenten aan de Islamitische Universiteit is Azzedine Karrat, 28 jaar en voormalig eigenaar van een ict-bedrijf. Naast zijn studie Informatica was hij ooit zelf student van deze imamopleiding en preekte hij her en der in Marokkaanse moskeeën. Maar in 2013 werd hij plotseling de nieuwe hoofdimam van de Essalammoskee in Rotterdam, die met 2500 leden de grootste moskee van Nederland is. Het met hoge minaretten getooide gebedshuis, vlakbij het Feijenoord-stadion, ging in 2010 open. Het werd met het geld van een sjeik uit de Verenigde Arabische Emiraten gebouwd.

"Absoluut, het is niet gebruikelijk dat iemand op zo jonge leeftijd imam wordt en in zo'n grote moskee", vertelt Azzedine Karrat. "Maar we hebben in Nederland een tekort aan ervaren imams. Heel veel traditionele imams worden uit Marokko of uit islamitische landen geïmporteerd. Zij hebben heel veel kennis en goede bedoelingen, maar ook een gebrek aan taalbeheersing en kennis van de samenleving. De bestuurders van deze moskee vonden het belangrijk om iemand te hebben die de samenleving wel kent en de taal van de jongeren spreekt. Dat hebben zij waarschijnlijk in mij gevonden."

Het is voor moskeebesturen moeilijk goede imams te vinden, zegt Karrat. Buitenlandse imams krijgen tegenwoordig minder makkelijk een verblijfsvergunning en los daarvan worstelen moskeeën vaak met hun financiën. Een buitenlandse geldschieter kan een oplossing zijn, maar dan ben je niet zeker welke ideologische invloed je binnenhaalt. Bovendien kijkt de Nederlandse overheid met argusogen naar dat soort geldstromen. Tijdens de vastenmaand is er helemaal een nijpend gebrek: dan worden er tientallen 'ramadanimams' ingevlogen, omdat in dertig dagen tijd de volledige Koran gereciteerd moet worden. Dat zou voor de vaste imam, áls hij de Koran al volledig uit zijn hoofd kent, een uitputtingsslag betekenen.

imam2

Imam Azzedine Karrat: "We hebben een tekort aan ervaren imams."

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda