FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 11 August 2015 09:12

'Een vonk als een glimlach zacht in mij'

Tekst: Theo van de Kerkhof. Beeld: Vincent van Gaalen Tekst: Theo van de Kerkhof. Beeld: Vincent van Gaalen

In de serie Jonge denkers interviewde Theo van de Kerkhof afgelopen jaar twaalf jonge religieprofessionals. In een terugblik vraagt hij zich af: hoe kwam God in beeld? Waar is God volgens de jonge denkers te vinden? Op zoek naar God buiten ingessleten patronen. Drie stellingen over 'het mysterie dat iedere ogenblik opnieuw in alles aanwezig is'.

Religie verdwijnt niet zomaar uit de moderne samenleving, religie transformeert, zo luidt een recent godsdienstsociologisch inzicht. Het heilige hult zich steeds weer in nieuwe gewaden. Dat maakt religie tegenwoordig tot een wat ongrijpbaar fenomeen, dat zich op verschillende manieren kan manifesteren en voor verschillende mensen verschillende dingen kan betekenen.

In een poging dat meerduidige fenomeen toch wat scherper op het netvlies te krijgen, interviewde ik in de Volzin-serie Jonge Denkers afgelopen jaar twaalf jonge (aankomende) religieprofessionals (tussen de 23 en 34 jaar). We zochten naar mensen die vanwege studie, beroep of achtergrond een bovengemiddelde affiniteit hebben met religie of spiritualiteit en in staat zijn daarop te reflecteren. Tegelijkertijd, zo was de gedachte, zouden zij door hun jeugdigheid wellicht vrijer staan tegenover ingesleten patronen en feeling hebben voor de wijze waarop religie oplicht in het hedendaagse leven.

Wat is het resultaat? De twaalf geïnterviewden brachten veel interessants naar voren, meer dan hier in kort bestek kan worden samengevat. Ik wil slechts één thema eruit lichten: Hoe kwam God in beeld? Immers, wat maakt een fenomeen nu juist tot een religieus fenomeen? "Uiteindelijk heeft dat toch te maken met een godservaring", zegt godsdienstwetenschapper Brenda Mathijssen. Ik kom, op basis van de twaalf interviews, tot drie stellingen.

Niet vastleggen

De eerste stelling luidt: God is niet iets objectiefs (iets in de buitenwereld). God laat zich niet vastleggen, zoals objecten uit onze ervaringswereld vast te leggen zijn. Hij is geen ding tussen de dingen. God is eerder, om met Dag Hammarskjöld, te spreken een "vliedend licht in ons diepste innerlijk". Wie naar God grijpt, grijpt per definitie mis.

Voor een aantal jonge denkers betekent dit allereerst een relativering van iedere stellige geloofsuitspraak. "Ik weet niet of God bestaat", zegt docent levensbeschouwing Erwin van de Bunt, maar hij heeft wel het gevoel dat er 'meer' is. "Het leven is voor mij een wonder, dat roept bij mij een besef wakker van iets groters. Dat zou je God kunnen noemen." Maar: "ik denk dat we dat grotere niet te snel dogmatisch moeten dichttimmeren."

Voor Van de Bunt is het christelijke geloof 'een talig construct', een hulpmiddel om uit te drukken wat eigenlijk niet uit te drukken valt en als zodanig relatief.

Filosofe Joyce Pijnenburg ziet het goddelijke (al gebruikt ze dat woord liever niet) opdoemen in gnostieke en metafysische theorieën over het Ene, het absolute, dat zich uitstort in een veelheid, en zo onze wereld voortbrengt. Zij is gefascineerd door een vreugdevol scheppend principe dat ze overal waarneemt, zowel in haar eigen innerlijk als in de wereld als zodanig. De gnostieke theorieën die zij bestudeert, spreken van een goddelijke vonk. Ze citeert ook de schrijver Louis Couperus, die datzelfde woord gebruikt als hij mijmert over de momenten van grote vreugde in zijn leven: "Er was een glimlach zacht in mij, als een vonk die altijd glimpte."

Maar zo benadrukt Pijnenburg: je moet die beelden over het Ene, goddelijke niet al te letterlijk nemen. Het zijn metaforen: "Verbeelding van iets dat zonder beelden onbeschrijfbaar is."

Hoe zit dat bij de jonge denkers met een meer orthodoxe achtergrond? Krijgt het goddelijk daar wellicht vastere contouren? Voor de evangelisch gelovige Eleonora Hof is de klassieke christelijke geloofsleer wel degelijk heel belangrijk. Het centrum van haar geloof vindt ze in de persoon van Jezus. Maar: "het gaat mij inderdaad niet om stellingen ergens in mijn hoofd. (...) Die inhoud is verweven met mijn hele zijn."

Priester Jos Moons vindt dat het in de kerk te vaak over uiterlijkheden, liturgische voorschriften, theologie en moraal gaat, "terwijl het geloof ook over innerlijkheid gaat". Geloof is voor hem "geen rationele of juridische zaak, maar een zaak van het hart".

Johannes ten Hoor groeide op in een orthodox reformatorisch gezin. Twijfelen aan het bestaan van God doet hij niet. Maar: "Wat ik heb laten vallen is de grote stelligheid. De gedetailleerdheid waarmee je zou weten wat God allemaal van ons wil."

En moslima Sheily Belhaj zegt: "Ik ben niet zo van de vaststaande regeltjes en rituelen. Je moet kijken naar de waarden erachter. De tijden veranderen en iedere cultuur vraagt om een eigen invulling." In haar ogen is God "heel ruimdenkend".

Reëel

God mag dan als een vliedend licht zijn, ongrijpbaar, ondefinieerbaar, geen ding tussen de dingen, niettemin: God is reëel, zo benadrukken verschillende jonge denkers eveneens. God is niet louter fictief, enkel iets in ons bewustzijn. Vandaar stelling twee: God is niet alleen maar subjectief (iets in onze binnenwereld).

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda