FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 06 August 2015 09:28

Tegen de massamens

Tekst: Bert Ummelen. Beeld: ANP Foto Tekst: Bert Ummelen. Beeld: ANP Foto

"Zelfgenoegzame heertjes", zo typeerde de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset eind jaren twintig van de vorige eeuw de "gemiddelde mens" van zijn dagen. Tegenover de 'opstand van de massamens' pleitte hij voor de elite, voor fatsoen en karaktervorming. Bert Ummelen over het gelijk van een man die lange tijd, ook door hemzelf, voor een reactionaire mopperkont werd versleten.

Opstand der horden

Vanuit het boekenkastje had de titel grimmig naar me geloerd. Herenhuis in Den Haag, deftige kast, deftig bandje – met inderdaad die brutale titel: Opstand der horden. Ik zal nog geen twintig zijn geweest toen ik het beroemde boek voor het eerst in de hand had en erin begon te bladeren. "De massa is plotseling zichtbaar geworden en heeft bezit genomen van de voornaamste posities in de maatschappij. Zij waren er vroeger ook wel, maar ze vielen niet op; ze vormden toen de achtergrond van het maatschappelijk toneel. Nu staan ze als protagonist voor het voetlicht. Er zijn geen hoofdrolspelers meer, er is alleen nog het koor."

"Bij de rellen in tijden van schaarste schreeuwt de meute om brood, en als ze op zoek gaan doen ze dat meestal door bakkerijen te vernielen. Dat is een voorbeeld van het gedrag dat de massa's op subtielere manieren, maar op grotere schaal aannemen ten opzichte van de beschaving die ze onderhoudt."

"In heel Europa is de laatste tijd sprake van een algehele verlaging van de fatsoensnormen. Iedere opgefokte toepassing van het democratische gelijkheidsideaal op een domein dat zich buiten de politiek bevindt, leidt uiteindelijk tot een onzalige verplatting van de hele samenleving. Zo vindt er een totale ommekeer van waarden plaats: het hogere verliest zijn status enkel en alleen omdat het hoog is. In plaats daarvan wordt het lagere opgehemeld."

Ander volk

Het was de jeugdige linksmensch duidelijk. Dit was een reactionaire mopperkont. Toegegeven, wat kon die José Ortega y Gasset schrijven. Een klaterende fontein tussen de onderaardse stromen van het filosofische landschap van eind negentiende, begin twintigste eeuw. Tot mijn verontschuldiging: het was de tijd dat 'het volk' nog hoog op het voetstuk stond dat de Franse Revolutie het had verschaft. En links – traditioneel links, niet de provo's die smaalden over het 'klootjesvolk' – was zijn vanzelfsprekende advocaat. Het zou verkeren.

Winter 2011 bracht de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk instituut van de PvdA, een nummer van zijn blad Socialisme & Democratie uit met de omineuze kop 'Verlangen naar een ander volk'.  Op het omslag figuren die je niet graag de camping op ziet komen. Het type 'ik zeg wat ik vind en ik doe wat ik wil'. In het titelstuk werd opgesomd wat er tegenwoordig zoal, niet alleen uit linkse hoek, aan bezwaren tegen het volk naar voren wordt gebracht. Een waslijst. Het heeft een foute smaak (zie je in de concertzaal nog wel eens een stropdas?), een ongezonde leefwijze (die voor hoge zorgkosten en -premies zorgt), het is jaloers (waardoor onze banken het straks nog zonder toptalent moeten doen), lui (de 'negen-tot-vijf-mentaliteit' nekt onze ondernemingen), conservatief (het begrijpt niet dat de verzorgingsstaat niet overeind te houden valt), egoïstisch (stop ontwikkelingsgeld maar liever in ouderenzorg), en weigert het mooie van de multiculturele samenleving en het verenigde Europa te zien.

Guusje ter Horst had het als minister van Binnenlands Zaken zo gehad met het volk dat ze opriep tot "een opstand van de elite". Niet vaak is hier de verbijstering van de politieke elite over het wantrouwen en cynisme waarop haar goede werken tegenwoordig mogen rekenen zo unverfroren vertolkt als door haar tegenover Vrij Nederland. "Je zou verwachten dat mensen het heerlijk vinden om anno 2009 in Nederland te mogen leven." Maar niks. De coalitie van haar PvdA en het CDA had er bij Europese verkiezingen van langs gekregen, het kabinet bakte er niks van, politici waren zakkenvullers, ambtenaren achter het loket van de sociale dienst moesten achter veiligheidsglas en op krantensites breiden 'reaguurders' staarten van getier aan praktisch elk bericht.

Mentale nivellering

Ortega (1893-1955) zou niet verbaasd zijn geweest. Narcistisch, zonder zelfkritiek, respectloos tegenover autoriteit en met geen greintje verantwoordelijkheidsgevoel – zo typeert hij de 'gemiddelde mens' zoals die uit de negentiende eeuw tevoorschijn kwam. Een 'zelfgenoegzame heertje' noemt hij hem. "Deze zelfgenoegzaamheid brengt hem ertoe om zich af te sluiten van iedere externe autoriteit. Hij weigert te luisteren, hij weigert zijn opvattingen te laten beoordelen en rekening te houden met anderen. Het intieme gevoel van macht vervult hem met het verlangen te domineren. Daardoor gedraagt hij zich alsof hij alleen op de wereld is; met als gevolg dat hij op alles invloed wil uitoefenen en zijn vulgaire opvattingen ongegeneerd opdringt, zonder respect voor wie of wat dan ook, en zonder reserves of voorbehoud."

Ortega had als hij zulke pijlen op zijn boog nam geen bepaalde maatschappelijke groep, geen sociale (onder)klasse, op het oog. Het is een misverstand dat de Spaanse denker heeft geplaagd en dat misschien ook wel te wijten is aan de titel waaronder de Nederlandse vertaling van zijn vermaarde essay, oorspronkelijk als feuilleton in 1929 en 1930 geschreven voor een Madrileense krant, eerst verscheen. Diederik Boomsma, die nu met een levendige nieuwe vertaling is gekomen, heeft dat misverstand al op het omslag uit de wereld willen helpen. Hij verving 'horden' door 'massamens'. "De samenleving verdelen in massa's en selecte minderheden is wat anders dan haar verdelen in sociale klassen", schreef Ortega zelf. "Onder het begrip 'massa' moet men niet in de eerste plaats de 'arbeidersmassa' verstaan. Het gaat om de doorsnee kwaliteit, het gemiddelde, het grijze, de mens die niet van andere mensen te onderscheiden is en niet anders wil zijn dan standaard, exemplarisch in zijn soort."

Elders beschrijft hij de oude erfelijke aristocraat als voorloper van het menstype dat hij op de korrel heeft. "Vanaf de wieg komt hij in een gespreid bed met rijkdommen en privileges, zonder dat hij weet waarom, of wat daarvoor nodig is. Zelf heeft hij niets voor die dingen gedaan. Ze zijn hem zomaar komen aanwaaien." Het verwende kind als volwassene – nog zo'n Ortegiaans bon mot. Nee, hij is niet blind voor de voordelen van de welvaartsproductie, maar legt de vinger op de kwade kant ervan. Materiële en mentale nivellering gaan hand in hand. Als iedereen net als ieder ander is en ook wil zijn, komt het bijzondere, het voortreffelijke, in het gedrang. Het verliest zijn status, zijn begeerlijkheid, en daarmee zijn rol. Wat resteert is een futloze samenleving.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda