FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 30 July 2015 09:00

75 jaar oecumenische gemeenschap van Taizé

Tekst: Jeroen Fierens. Beeld: Christopher Noske Tekst: Jeroen Fierens. Beeld: Christopher Noske

Aan de buitenkant van de Verzoeningskerk hangen foto's uit het leven van broeder Roger. Roger als klein jongetje met zijn broers en zussen. Roger lachend met paus Paulus VI als twee oude vrienden. De mooiste vind ik een foto uit de beginjaren van de gemeenschap: vijf broeders buiten aan tafel, als een familie, samen een eenvoudige maaltijd delend. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de protestantse theologiestudent Roger Schutz op de fiets de veiligheid van het neutrale Zwitserland 'ontvluchtte' in de overtuiging dat hij in het bezette Frankrijk meer voor zijn medemensen kon betekenen. In het bijna uitgestorven plattelandsdorpje Taizé trof hij een oude vrouw aan die hem vroeg of hij alsjeblieft wilde blijven. Dat deed hij. Tijdens de oorlog ving hij er met zijn zus vluchtelingen op. Na de oorlog kwam hij terug met een paar broeders om in gemeenschapsleven een teken van Gods liefde te kunnen zijn. Vijfenzeventig jaar later is het dorp verre van uitgestorven. De 'gelijkenis van gemeenschap' bestaat inmiddels uit een meer dan honderd - protestantse én katholieke - broeders die jaarlijks tienduizenden jongeren ontvangen. 2015 is niet alleen de 75e verjaardag van de gemeenschap, het is ook 10 jaar geleden dat broeder Roger, die afgelopen mei 100 zou zijn geworden, om het leven kwam. Een bijzonder jaar dus. Hoe staat de gemeenschap hier bij stil? En hoe zit het leven van een broeder in Taizé er anno 2015 uit?

Een parabel van gemeenschap

"Natuurlijk is er veel veranderd," zegt broeder Aloïs, de huidige prior van de gemeenschap, "maar het belangrijkste is er nog altijd. Broeder Roger zag het gemeenschapsleven als een gelijkenis zoals Jezus die geeft in de bijbel, een eenvoudig verhaal om iets veel groters te begrijpen: dat God liefde is, en niets dan liefde. Die parabel vormt nog steeds de kern van onze gemeenschap. Maar er is ook veel veranderd. In de beginjaren was er veel aandacht voor het verdeelde Europa, inmiddels zitten onze broeders over de hele wereld. Ook de vragen van de vele duizenden jongeren die ons sinds de jaren '70 ieder jaar weer bezoeken veranderen, er is meer behoefte gekomen aan basale vragen als 'Wie ben ik?' en 'Wat is de zin van het leven?', 'Hoe kan ik in God geloven?' Maar daarbij vergeten we nooit dat het evangelie ons ook leert verder dan onszelf te kijken, onze ogen naar buiten te openen. We spreken niet voor niets steeds over de 'nieuwe solidariteit', dat is nog even belangrijk als toen Taizé begon. En dat mag niet alleen een maar mooi idee zijn, we vragen ons altijd af: hoe kunnen wij het evangelie leven? Een heel praktisch voorbeeld is dat we pasgeleden met een aantal broeders naar Oost-Oekraïne zijn gegaan om daar de jongeren te ontmoeten, ze te laten weten dat de wereld hen niet vergeten is, om zo ons kleine beetje bij te dragen."

N(i)et zo bijzonder

Volgens de uit Nederland afkomstige broeder Jasper moeten we ons dit 'evangelie leven' tegelijkertijd niet te groots voorstellen. "Jongeren die hier voor een week op bezoek zijn, zien ons in onze witte gewaden in de kerk en denken dat we allemaal een soort heiligen zijn, maar als ik de wc schoon maak of een potje volleybal speel met mijn broeders, zie ik echt niet continu het beeld van Christus voor me. Juist het banale, het samen afwassen, is een belangrijk deel van het gemeenschapsleven. Als iemand broeder wil worden om alleen maar grote spirituele ervaringen te hebben, mist hij 80% van waar het leven hier om gaat. Tegelijkertijd moet je de grote dingen niet uit het oog verliezen, we zijn geen organisatie die leuke jongerenkampen organiseert, uiteindelijk zit ik hier wel in het vertrouwen dat God dat wil. Beide kanten zijn belangrijk en moet je ten volle proberen te leven. Als ik bezoekers iets kan meegeven, hoop ik dat dat is dat ons leven niet bijzonderder is dan dat van hun. Christen zijn doe je voor de volle honderd procent. Dat is in Nederland net zo bijzonder als in Taizé, misschien nog wel bijzonderder.

De eerste jaren

Als ik 's morgens vroeg met een paar honderd anderen naar de kerk loop voor het ochtendgebed, loop ik weer langs de foto van de eerste vijf broeders buiten hun eenvoudige huis. Het is moeilijk voor te stellen hoeveel er in een paar decennia veranderd is. Van een paar broeders in een verlaten Frans plattelandsdorpje naar meer dan honderd broeders en meer dan honderdduizend bezoekers per jaar. Als je 's zomers per ongeluk en onwetend door het dorp zou rijden, denk je eerder aan een festival dan aan een klooster.

Iemand die al deze veranderingen van heel dichtbij heeft meegemaakt, is broeder François. Hij kwam in 1951 als dertiende broeder naar Taizé. De gebeden vonden toen nog plaats in het kleine romaanse dorpskerkje, de gemeenschap leefde van een eigen boerderij en er was veel aandacht voor muziek, kunst en theologie. "Ook werden heel voorzichtig de eerste oecumenische contacten gesmeed, destijds iets heel ongewoons. Dat veranderde in 1958 met paus Johannes XXIII. Frère Roger werd uitgenodigd voor diens installatie en toen die twee elkaar ontmoetten 'herkénden' zij elkaar, ze vonden in de ander waar ze naar op zoek waren. In 1969 kwamen de eerste twee katholieke broeders naar Taizé. Nu klinkt dat heel gewoon, maar je moet je voorstellen, dat leek toen onmogelijk! Mensen zeiden: 'dat kan niet!' Maar het kon toch."

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda