FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 16 July 2015 10:20

Liever fietsen dan 'Het Hele Erge'

Liever fietsen dan 'Het Hele Erge' Tekst & Beeld: Nico Keuning

Volgende week zaterdag start de Tour de France in Utrecht. Een contradictio in terminis. Maar Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Wellicht schuilt er een dieper verband tussen de oude bisschopsstad en de katholieke wielersport. Oud-uitgever en radiorecensent Martin Ros (78) keert in Heldenlevens, dat opnieuw wordt herdrukt, terug naar zijn katholieke jeugd en zijn wielerhelden: de roomse romantiek van het cyclisme.

Tegen de gesloten gordijnen van de woonkamer steekt het ronde hoofd van Martin Ros als een bleke maan boven de boekentorens uit. Overal boeken. Geschiedenis, literatuur, sport. Stapels, hoog opgetast tegen de wand en op de vloer. We zitten in een wak tussen de boeken. “Dit boek is voor mij een vorm van terugkeren,” zegt Ros over de herdruk van Heldenlevens. “Niemand kent dat meer. De oude helden, de romantiek. Mijn debuut betrof het wielrennen.” De eerste druk is van 1987. Met De renner van Tim Krabbé uit 1978 met een omslagfoto van Guus Ros, de broer van Martin, geldt Heldenlevens als een van de gangmakers van een enorme reeks wielerboeken. Sport en literatuur kwamen samen. Onder andere in de Sportbibliotheek van uitgeverij Thomas Rap en in de serie Sport & Letteren van uitgeverij Agathon.

Vieze woorden
Als nakomertje wordt Martin Ros in 1937 als negende kind geboren in een oerkatholiek gezin in Hilversum in de arbeiderswijk Klein-Rome: “Men was zwaar rooms-katholiek. De klokken van de Vituskerk beierden daartoe trouwens dwars door de huizen en bedden van Klein-Rome heen.” Na de lagere school gaat hij naar het katholiek Lyceum voor ’t Gooi aan de Emmastraat. “Ik kon geen spijker in de muur slaan, maar ik kon alles onthouden. Daar is mijn carrière als lezer begonnen.” Maar lezen was in die tijd een verboden bezigheid, omdat er in boeken vieze woorden stonden. “Ouders, waakt zorgvuldig over de lectuur uwer kinderen!” declameert Ros met stemverheffing. “Het was nog erger dan nu de islam. Een dag voor Kerstmis wilde ik Rumeiland lezen van Simon Vestdijk. Ik had het boek verborgen in de schuur tussen allerlei rommel van mijn broers die motoren hadden. Ik had me er enorm op verheugd het te lezen. Triomfantelijk liep ik ermee de kamer in. Mijn vader zei: die viespeuk wil ik hier niet in huis hebben. Kwaad scheurde hij het boek in stukken.”
Elke vorm van seksualiteit werd volgens Ros in die tijd beschouwd als ‘Het Hele Erge’. Om jongens af te brengen van het masturberen en hen te verlossen van hun seksuele driften en lusten moesten ze fietsen. Ros vertelde in de biechtstoel over zijn heimelijke verlangens. De kapelaan gaf de lyceïst het boekwerk van dr. Tissot Dissertation sur les maladies produites par la masturbation. Als je dat had gelezen, ging je nog harder fietsen: “Geregeld en groot verlies van zaad veroorzaakt uitputting, debiliteit, onmacht, hartaanvallen, toevallen, bewusteloosheid, uitdroging, magerte en vreselijke hoofdpijnen. De gevoelens stompen af en de ogen worden steeds slechter. Ten slotte komen er ruggemergstoringen en treden ziektes op die leiden tot de dood.” Dan liever sterven op de fiets, in een lange sprint of op een steile klim.
Wielrennen groeide uit tot dé katholieke sport. “Het wielrennen werd de passie van een rijke roomse jeugd,” schrijft Ros in het eerste hoofdstuk van Heldenlevens. “Toen ouders zorgvuldig waakten over, tegen de lectuur hunner kinderen. De meeste ouders vonden trouwens dat kinderen met lectuur kans liepen heel hun verstand te verlezen. En met wat we op het lyceum leerden, wisten we al genoeg. Zo heeft veel rijke roomse jeugd geleid tot wielerheldenleven, ook het mijne, dat klein en kort en toch vervoerend was,
ofschoon het treurig mislukte.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda