FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 24 June 2015 12:13

Kom uit je schuttersputje

Studio vruGt: installatie 'Look at you 03' Studio vruGt: installatie 'Look at you 03' Tekst: Theo de Wit Beeld: ANP Foto

De verzuiling zijn we voorbij, het multiculturalisme staat in een kwade reuk. Nederland is nu in de ban van een 'nationaal-liberale identiteit', meent filosoof Theo de Wit. En kerken worden al even zelfgenoegzaam.

Rond Kerstmis afgelopen jaar lanceerde de Remonstrantse Broederschap een postercampagne. De posters, die vooral op NS-stations te zien waren, bevatten teksten als:  ‘Mijn God is een superoptimist’ en ‘Mijn God trouwt ook homo’s’. De Remonstrantse Broederschap is het kerkgenootschap waarvan Peter Nissen, wiens Comeniuslezing in dit nummer van Volzin staat afgedrukt, predikant is. Zo begint diens kerkgenootschap deel uit te maken van de grote ‘supermarkt der religies’, die de door Nissen aangehaalde Duitse theoloog Friedrich Wilhelm Graf door de globalisering ziet ontstaan. En reclamecampagnes schrikken er tegenwoordig niet voor terug, een product vooral aan te prijzen door te wijzen op de gebreken van concurrerende aanbieders van hetzelfde product. Zo hadden we in Madrid en Londen eerder al reclameboodschappen op stadsbussen voor de atheïstische levensovertuiging: ‘God bestaat (waarschijnlijk) niet.’ En het Humanistisch Verbond liet enkele jaren geleden via reclame op de radio weten: ‘Humanisten geloven in de kracht van mensen.’
In termen van ‘redelijkheid’ (een centraal begrip in Nissens betoog) vallen er wel vragen te stellen bij deze posters en reclameleuzen. Is ‘superoptimisme’ altijd aan te bevelen, kan pessimisme over bepaalde ontwikkelingen of tendensen soms niet verstandiger zijn? En moeten wij niet vóór alles de vraag stellen waartoe de ‘kracht van mensen’ wordt aangewend, in plaats van deze simpelweg te bewieroken? Een verdergaande vraag is, of een religie of anti-religie die zich als ‘product’ aanbiedt niet op weg is naar de uitgang, dat wil zeggen bezig is om zichzelf overbodig te maken. Een product is namelijk per definitie vervangbaar door iets beters of door iets dat nog prettiger of comfortabeler is. Drugs kunnen een goed alternatief zijn voor feelgoodreligie.
Maar wat vooral te denken geeft, is dat het schema van de Europese godsdienstoorlogen, die ook in Nissens lezing aan bod komen, in de campagne van de Broederschap nog steeds intact lijkt. Volgens dat schema is er een strijd gaande tussen ‘onze’ (vanzelfsprekend heilzame, menslievende) goden en die van de ‘anderen’ (onwaar, kwaadaardig en wreed). Daarom maakt de hele campagne een nogal kinderachtige en zelfingenomen indruk: mijn god is lekker beter dan de jouwe. Ik wil Peter Nissen de verantwoordelijkheid voor deze campagne natuurlijk niet in de schoenen schuiven – de kans is groot dat hij er niets mee van doen had.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda