FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 03 June 2015 10:44

Tussen wereldbrand en wereldvrede

Tussen wereldbrand en wereldvrede Tekst: Peter Nissen Beeld: ANP Foto

“Religie is als een lucifer: je kunt er een kaars mee aansteken, teken van hoop en verlichting, maar je kunt er ook een heel bos mee in brand steken. Religie kan voor beide gebruikt worden: religie kan geweld bevorderen en religie kan vrede stichten.” Historicus Peter Nissen onderzoekt de twee gedaanten die religie van oudsher aanneemt: kracht ten goede of kracht ten kwade. Zijn conclusie: “Welke kant het opgaat, hangt niet af van de religie, maar van de gebruikers ervan.”

Na de aanslag op de redactie van het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo in de Rue Nicolas Appert in Parijs op 7 januari van dit jaar laaiden de gemoederen in het publieke debat over wat mensen heilig is hoog op. Voor de een zijn religieuze overtuigingen het meest heilige, voor de ander juist de vrijheid om die overtuigingen te mogen bespotten. De aanhangers van de ene opvatting van heiligheid voelden zich ten diepste gekrenkt door teksten en tekeningen die de profeet Mohammed bespotten. Voor hen is de profeet het meest heilige op aarde, heiliger dan een mensenleven. Wie aan de profeet komt, kwetst hen in hun meest verheven gevoelens en overtuigingen. De aanhangers van de andere opvatting verdedigen een seculiere heiligheid: die van de grenzeloze en ongebreidelde vrijheid, een vrijheid van spreken die ook een vrijheid van kwetsen, sarren, spotten, krenken en beledigen is.
Het debat ging met grote spanningen gepaard, spanningen die al snel gerelateerd werden aan het fenomeen religie. Vanwege de terroristische aanslag van twee verdwaasde broers werd een hele religie in de beklaagdenbank geplaatst: het was de schuld van de islam. Van aanhangers van die religie werd in de media geëist dat zij zich publiekelijk van de terreurdaad zouden distantiëren. Aan de andere kant van het spectrum waren er gelovigen die niet konden billijken dat er met hun religie gespot wordt, ja die, ook al veroordeelden zij de terreurdaad zelf, toch aan de cartoonisten een zekere schuld toeschreven: als je zo spot met een heilig geloof, dan weet je wat ervan komt. Religie moet, zo luidt daar de opvatting, gevrijwaard blijven van kritiek, van relativering, van spot en ironie. Met God mag niet gelachen worden en gelovige mensen hoeven geen verantwoording af te leggen voor hun heilige overtuiging tegenover hen die hun geloof niet delen. Dit zijn twee extreme posities, die allebei getuigen van een zeer beperkt beeld van religie: een extreem secularistisch beeld aan de ene kant en een extreem fundamentalistisch beeld aan de andere kant. Die extremen bepalen momenteel in Nederland het publieke beeld van religie. En juist door hun extremiteit roepen zij grote maatschappelijke spanningen op.

Doolhof of inzicht
Ook de tijd van Jan Amos Comenius (1592-1670) was vol van maatschappelijke spanningen die aan religie gerelateerd waren. Met een beroep op religieuze overtuigingen werd er oorlog gevoerd in Europa en werden mensen verbannen uit hun land. Het was de tijd van de zogenaamde godsdienstoorlogen: de Tachtigjarige Oorlog in de Lage Landen, de Dertigjarige Oorlog in het Duitse Rijk, de Hugenotenoorlogen in Frankrijk, de Bisschoppenoorlogen in Schotland en de Villmergeroorlogen tussen de Zwitserse kantons. Comenius was zelf een van de ballingen die slachtoffer was van de religieuze spanningen van zijn tijd. Hij werd Europeaan, meer uit noodzaak dan uit idealisme. Het protestantisme waartoe hij behoorde, dat van de Moravische Broeders, werd vanaf 1620 niet langer getolereerd in zijn geboorteland. Protestanten werden daar gedwongen ofwel katholiek te worden ofwel te vertrekken. Geboren en opgegroeid in Tsjechië, preciezer gezegd in Moravië, woonde Comenius achtereenvolgens in Polen, Engeland, Zweden en Hongarije, om uiteindelijk de laatste veertien jaar van zijn leven in Amsterdam door te brengen.
Terwijl de grote conflicten die Europa in de zeventiende eeuw teisterden en die Comenius tot een vluchteling maakten, met religie in verband werden gebracht, meer precies met de verscheurdheid van het westerse christendom, bleef Comenius tegelijk geloven dat religie ook de vrede tot stand zou kunnen brengen. Maar dat zou niet vanzelf gaan. Comenius was er zich van bewust dat religie in zijn tijd vooral voor verwarring en tegenstellingen zorgde. In plaats van een zinvolle ordening van de werkelijkheid was religie een doolhof geworden, een labyrint, waarin mensen de weg kwijt raakten, een web van verwarring. In zijn geschrift Unum necessarium (Het enig noodzakelijke) uit 1668 beschreef hij wat er volgens hem nodig was om uit die verwarring te geraken. Het eerste was een op vrijheid gebaseerde politieke ordening van de werkelijkheid, een structuur die de eendracht zou bevorderen, en wel doordat mensen zich vrijwillig en met inzicht aan de gezamenlijk afgesproken politieke ordening zouden houden. Het tweede wat nodig was, was zelfkennis. Die zelfkennis was dat ‘enig noodzakelijke’ waar de titel van zijn geschrift naar verwijst, en die zelfkennis achtte hij ook wezenlijk als het om religie gaat. Religie moet de mensen inzicht geven in zichzelf, in hun betrokkenheid op de anderen en op de wereld. En vanuit die zelfkennis kan dan de derde stap gezet worden: in gesprek gaan met elkaar. In zijn belangrijkste, zevendelige en toch nog onvoltooide werk, bepleit Comenius een ‘breed beraad over de verbetering van de menselijke situatie’: De rerum humanarum emendatione consultatio catholica. Wetenschap, religie en politiek dienen de menselijke situatie te verbeteren, maar worden daarbij vaak door zichzelf gehinderd. Ze staan zichzelf in de weg: de wetenschap doordat zij lacunes en dwalingen kent, de politiek doordat zij tot twistzucht en oorlog vervalt, en de religie doordat zij het goede verkwanselt in plaats van het te bevorderen. Om daar een einde aan te maken, moet er een consultatio catholica, een algemeen beraad plaatsvinden, door Comenius ook wel een wereldconcilie genoemd: de geleerden, de politici en de religieuze leiders, van welke kerk, religie of confessie ook, moeten met elkaar in gesprek gaan en van elkaar leren hoe zij de wereldvrede kunnen waarborgen. En dat met slechts één bedoeling: het ‘heil van alle volken’, dat wil zeggen het geluk en welzijn van alle mensen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda