FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 01 June 2015 09:45

Montaigne schept ruimte voor de ander

Montaigne schept ruimte voor de ander Tekst: Sjoerd van Hoorn

"Ik beschrijf de overgang: niet de overgang van de ene leeftijd naar de andere, maar van dag tot dag, van minuut tot minuut." Michel de Montaigne is niet alleen de vader van het essay, maar ook van de autofictie: schrijven over jezelf als romanpersonage. Hij wilde een leven leiden dat in balans was. Evenwichtigheid, gematigdheid, jezelf relativeren: het maakt hem tot een beminnelijk mens die ruimte schept voor de ander.  

Schrijven over jezelf is wellicht niet erg origineel. De literaire selfie is bepaald niet zeldzaam te noemen. Men spreekt met een term van Serge Doubrovsky ook wel over autofictie. Je schrijft zulke autofictie als je jezelf als romanpersonage behandelt. Het is een tendens die past bij de hang naar het documentaire in de hedendaagse kunst.
Het begin van de autofictie is te vinden in de grote roman van de eerste helft van de vorige eeuw À la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd) van Marcel Proust uit 1913. De roman is het verhaal van een fictieve Marcel, die ook de werkelijke Marcel Proust is. Marcel beschrijft zijn slaapgewoonten, de verwikkelingen waar zijn familie in verstrikt raakt en de wanhopige verliefdheden van zichzelf en anderen. De geschiedenis van het schrijven van het eigen leven gaat natuurlijk nog verder terug dan 1913.
Het schrijven over je eigen leven gaat zelfs terug tot de late Oudheid. Augustinus schreef aan het einde van de vierde eeuw al de Belijdenissen, waarin hij zijn levenswandel opbiecht en de wendingen in zijn zielenleven beschrijft. Je zou bij de bron van de autofictie ook nog kunnen denken aan de Confessions van de achttiende-eeuwse Franse filsoof Jean-Jacques Rousseau – een titel die lijkt op die van Augustinus’ Confessiones, maar die in Rousseau’s geval met Bekentenissen wordt vertaald. Ook Rousseau bekent immers zijn zonden, maar hij belijdt allerminst zijn berouw of bekering. Zo bezien kunnen we Rousseau beschouwen als de grondlegger van het proza van de niets ontziende eerlijkheid over zichzelf die in de twintigste eeuw is uitgemond in Arena van Michel Leiris, een boek waarover zijn vriend Pablo Picasso tegen de schrijver schijnt te hebben opgemerkt dat zijn ergste vijand niets ergers had kunnen opschrijven dan wat Leiris in dat werk over zichzelf vertelt.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda