FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 18 May 2015 11:27

Ruimte voor verwondering

Le Corbursier: Notre-Dame-du-Haut in Ronchamp, Frankrijk Le Corbursier: Notre-Dame-du-Haut in Ronchamp, Frankrijk Tekst: Hendrik Jan Groeneweg

Je hoeft niet gelovig te zijn om de zeggingskracht van een religieus bouwwerk te begrijpen. Evenmin hoef je gelovig te zijn om zo’n kerk, tempel of moskee te ontwerpen, stelt architect Hendrik Jan Groeneweg. Wat is het geheim van goede religieuze architectuur? Waarom raakt die mensen, ongeacht hun religieuze achtergrond?

Het overkomt mij vaak. Ik denk dat ik het als kind al had. Bij het binnengaan van een oude kerk of kathedraal word ik overvallen door een gevoel van verwondering. De ruimte brengt een effect teweeg: een sensatie van opgetild worden boven het alledaagse, een bewustzijn dat stil maakt.
Met dit in gedachte benader ik als architect altijd de ontwerpopgaven voor kerken en meditatieruimten die mij worden opgedragen. Dat zijn opgaven voor gebouwen en plekken voor uiteenlopende kerkelijke gezindten en spirituele groepen. Ook ben ik momenteel bezig met de opdracht voor een stiltekapel als gedenkplek voor verstandelijk gehandicapten.

Inlevingsvermogen
Moet je als architect gelovig zijn om zulke opdrachten tot een goed einde te brengen? Dat is volgens mij niet noodzakelijk, hoewel affiniteit met het onderwerp en enig religieus besef wel een vereiste is. De Zwitsers-Franse architect Le Corbusier (pseudoniem van Charles-Édouard Jeanneret-Gris, 1887-1965), niet bepaald een vroom katholiek, heeft een ongelooflijke liefde gelegd in het ontwerp van zijn kapel Notre-Dame-du-Haut in Ronchamp. Aldo van Eyck (1918-1999), een van de meest invloedrijke architecten in naoorlogs Nederland, heeft indruk gemaakt met zijn diverse kerkontwerpen en was ook bepaald geen kerkelijk mens. Le Corbusier en Van Eyck zijn beiden een grote inspiratie geweest voor de kerkelijke architectuur van na de oorlog.
Zelf heb ik, weliswaar gelovig maar niet bij een kerkgenootschap aangesloten, de ervaring dat het er niet toe doet of je hetzelfde geloof aanhangt om in de samenwerking met een kerkgenootschap tot een overtuigend ontwerp te komen. Sommige bouwcommissies vonden het juist een pre dat ik niet uit de eigen kring kwam. Mijn visie op hoe je hedendaagse sacraliteit zou moeten creëren bepaalde de voorkeur. Het inlevingsvermogen in het gebruik en de beleving van de ruimte staan daarbij voorop.
Ondanks de ontkerkelijking leeft de interesse in het maken van een spirituele ruimte nog altijd sterk in Nederland, niet in de laatste plaats onder architecten. Dit heb ik enkele jaren geleden ervaren als direct betrokkene bij de manifestatie Bouwen voor de geest in Dordrecht. De onder architecten uitgeschreven ontwerpwedstrijd voor een stilteplek, ‘een tempeltje voor de stad’, leverde meer dan honderdveertig inzendingen op van een hoge kwaliteit. Ook werd de tentoonstelling zeer goed bezocht.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda