FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 06 May 2015 09:53

'De vraag of je gelooft in God, is erg onjoods'

'De vraag of je gelooft in God, is erg onjoods' Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Renee Kater

De Joodse religie is de ‘core business’, zegt rabbijn Menno ten Brink van de Liberale Joodse Gemeente Amsterdam. Maar dat is lang niet de enige reden om lid te zijn van de sjoel. Veel leden weten niet eens of ze wel gelovig zijn. Harry Polak weet niet eens of hij wel in God gelooft, maar slaat toch de gebedsmantel om. “Het is misschien gek, maar ik heb daar geen problemen mee. Ik zie het als de traditie van mijn voorouders. Zo hebben zij vorm gegeven aan hun religieuze gevoel: er is iets hogers, er is iets wat we niet bevatten.”

Als je er komt zul je zien waarom de buurt het de ‘Jodenbunker’ noemt, werd me voor mijn komst ingefluisterd. Het is een kalme zaterdagochtend in maart. Op loopafstand van het trein- en metrostation Amsterdam RAI verrijst de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente. De sjoel werd vijf jaar geleden gebouwd: een stijlvol grijs gebouw met een al op grote afstand herkenbare raampartij, waarvan de vorm het midden houdt tussen een kastanjeblad en een zevenarmige kandelaar.

Vrolijke sfeer
Voordat je als bezoeker het bruggetje over de gracht naar de synagoge op kan lopen en door het elektrische hek kan glippen, word je staande gehouden door één van twee leden van het eigen beveiligingsteam van de gemeente. Terwijl drie man gewapende marechaussee losjes toekijkt, wordt gevraagd naar de reden van het bezoek en of de rugtas even open kan. Aan de andere kant van de straat is een wit politiehuisje neergezet. Op de stoep staan verfloze stootblokken, die detoneren met het gestileerde godshuis dat ze kennelijk moeten behoeden voor een ramkraak.
Binnen is het een andere wereld. De bezoeker wordt hartelijk welkom geheten. Aan de betonnen wanden zijn schilderijen te zien. Langs de brede trap die omhoog voert naar de ontvangstruimte hangen zeven grote vilten doeken van kunstenares Claudy Jongstra. De grote ramen in de vide kijken uit op de begraafplaats Zorgvlied. Vanaf een zijmuur lacht je een fotoportret toe van Anne Frank, die lid was van de gemeente. Bij de ingang naar de gebedsruimte wordt vriendelijk geholpen om een keppel vast te spelden en worden een Sidoer (gebedenboek) en Tenach (bijbel) aangereikt voor tijdens de sjoeldienst.
Er is vandaag een bar mitswa. De dertienjarige zoon van bestuurslid Dennis Cohen viert dat hij ‘zoon van het gebod’ wordt. Het is daarom drukker dan tijdens een doorsneedienst. Een paar honderd man zit in de gestileerde houten banken en de sfeer is gemoedelijk, vrolijk zelfs. Tijdens het zangerige reciteren van de Hebreeuwse gebeden door de voorzanger op de biema, het houten podium middenin de zaal, wordt soms gekeuveld en heen en weer gelopen. De mannen dragen een tallit (gebedskleed). Maar niet alleen zij: ook sommige vrouwen hebben het gebedskleed, met de speciaal geknoopte touwtjes aan de hoeken, om hun schouders hangen. Dat is kenmerkend voor de liberale Joden: bij de orthodoxen zitten de vrouwen, áls ze al komen, zelfs apart op een balkon, soms achter een gordijn, om de mannen niet af te leiden van hun eredienst aan de Allerhoogste.
Er zijn tweeduizend mensen lid van zijn gemeente, vertelt rabbijn Menno ten Brink een paar dagen na de bar mitswa. Maar op een gemiddelde sjoeldienst op vrijdagavond of zaterdagochtend zit niet meer dan tachtig of negentig man in de banken. De betrokkenheid bij de synagoge is zo los als alleen in een Joodse gemeente dat kan. Veel ouders komen vooral als hun kinderen op zondagochtend Joodse les krijgen. Anderen komen alleen als er een concert of lezing wordt georganiseerd, of als één van de vele feesten wordt gevierd: van Rosj Hasjana, Poerim, Jom Kipoer tot Pesach.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda