FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 29 April 2015 09:47

Van de marge naar het centrum en weer terug

Gedenkstenen in kamp Westerbork voor de 102.000 joodse slachtoffers van de nazi's. Gedenkstenen in kamp Westerbork voor de 102.000 joodse slachtoffers van de nazi's. Tekst: Bart Wallet Beeld: ANP Foto

Tegen veler verwachting in is na 1945 een joodse gemeenschap in Nederland blijven bestaan. Die is in de loop van de decennia echter wel ingrijpend veranderd. Naast interne joodse ontwikkelingen speelde daarbij een belangrijke rol de ruimte die de Nederlandse samenleving aan joden gaf. Een terugblik in drie fases: van de marge naar het centrum en weer terug.

Direct na de Tweede Wereldoorlog was er alom twijfel onder Nederlandse joden. Moest men blijven of weggaan? Moest de joodse gemeenschap opnieuw opgebouwd worden naar vooroorlogs model, of juist diepgaand vernieuwd worden en zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden? Hoewel velen de wens uitspraken om te emigreren, was het uiteindelijk slechts een minderheid die die stap ook daadwerkelijk zette. Nederlandse joden bleven, tot hun eigen verrassing, in het land en bouwden met grote energie de gemeenschap weer op.

Herzuild Nederland, 1945-1970
De vorm die de joodse gemeenschap na 1945 kreeg, werd gedicteerd door de ruimte die de overheid gaf. Ondanks pogingen tot een ‘doorbraak’ werd het oude, vooroorlogse verzuilde bestel weer opgebouwd. Het beleid van de regering hield rekening met de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke groepen en financierde ieders organisaties. De joodse gemeenschap kon daardoor weinig anders dan zich ook opnieuw als religieuze denominatie presenteren: het sinds 1814 bestaande Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK).
Het herzuilde bestel betekende dat er een eigen, gelegitimeerde plaats was voor de joodse gemeenschap in Nederland – naast de verschillende soorten protestanten en katholieken. Joden kregen de ruimte en financiën om de eigen joodse infrastructuur weer op te bouwen. Maar vanwege de decimering van de gemeenschap door de Sjoa werd die ruimte door de overheid wel ingeperkt: als kleine gemeenschap werden joden niet langer uitgenodigd voor regulier overleg met de overheid, de ruimte voor ritueel slachten werd ingeperkt en na de aandacht in de eerste naoorlogse jaren leek het vervolgens of er nog nauwelijks joden in Nederland waren overgebleven. Joden waren een groep in de marge: ze mochten er zijn, maar bleven grotendeels buiten beeld.
Door de herzuilde orde stond het bestaansrecht van de gemeenschap en het joods-religieuze leven niet op het spel. Die insteek zorgde er wel voor dat er een sterke nadruk lag op joodse identiteit als religie, waardoor alternatieve of seculiere vormen van jodendom nauwelijks ruimte kregen of zichtbaar werden. Joden waren de spreekwoordelijke minderheid, omdat de samenleving als geheel zichzelf zag als ‘algemeen christelijk’. Binnen de verzuilde context bestond er brede consensus over een nationale moraal die de liberale voorman Thorbecke halverwege de negentiende eeuw had gedefinieerd als ‘christendom boven de geloofsverdeeldheid’.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda