FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 20 April 2015 11:31

'Als ik zelf mijn afgoden maar mag maken'

'Als ik zelf mijn afgoden maar mag maken' Tekst: Nico Keuning


Kort voor zijn dood schreef de dichter Jacques Perk (1859-1881) honderd sonnetten. Ze getuigen van zijn verering voor de onbereikbare Mathilde en van zijn worsteling met het geloof van zijn vader, die predikant was van de Waalse kerk. Nico Keuning reist de dichter achterna, naar 'de lustige Ourthe'.

“Ik ijl naar mijn geliefde, de lustige Ourthe, die mij schaterend opvangt…” Deze tekst in rode letters op de zwerfkei tegen een bergwand boven het plaatsje Laroche in de Belgische Ardennen is een hommage au poète néérlandais, zoals het onderschrift op de steen vermeldt. De dichter is niemand minder dan Jacques Perk (1859-1881), die kort voor zijn vroege dood in vier maanden honderd sonnetten schreef en aaneenreeg tot zijn Mathilde, een sonnettenkrans in vier boeken. De bron van deze poëticale woordenstroom ligt hier, in Laroche, waar hij Mathilde Thomas ontmoette. Een schoonheid die hij vanaf de eerste kennismaking kon aanbidden zonder zich druk te hoeven maken over een mogelijke liefdesrelatie. Zij was immers katholiek en sinds kort verloofd. Het betrof een liefde zonder verplichtingen. Niet de begeerte maar de verering vormde de rijke inspiratiebron. Evenals zijn worsteling met het geloof.
Het citaat op de steen is afkomstig uit een brief van Jacques Perk aan zijn ouders op de ‘3e Dinsdag in Juli ’80’. Als hij met zijn vriend en dichter Willem Kloos in Laroche is, denkt hij aan zijn ouders met wie hij hier ooit was, aan de lustige Ourthe, “die mij schaterend van pleizier opvangt in haar molligen schoot en mij de betraande lokken met natte kussen overdekt”.
Pathos was hem niet vreemd. Deze literaire dandy, die zweefde tussen de uitersten van vrolijkheid en zwaarmoedigheid. Volgens Kloos school er ook een “Mephisto’tje” in Perk, “dat saamgesmolten met een yskoud, niets en niemand ontziend, wilskrachtig egoïsme ten minste de helft van zijn natuur uitmaakte”. Perks gevoel voor schoonheid was daarentegen diep doorleefd en oprecht: “Dagelijks doe ik 2 of 3 tochten, in het lichtgrijs gekleed, mijn roode kamermuts op, blauwe das en gele tabakszak bungelende tegen mijn buik.” Op de veranda van een café geniet hij van de ‘gonzende eenzaamheid’, terwijl de ‘blauwe wolkjes’ van zijn fijne sigaar ‘wegdartelen in den zonneschijn’.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda