FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 16 April 2015 11:06

Zelfbeschikking verdringt barmhartigheid

Zelfbeschikking verdringt barmhartigheid Tekst: Bert Ummelen Beeld: ANP Foto

Regisseur Eddy Terstall wil met zijn film 'Simon' laten zien "hoe waardevol onze progressieve, tolerante maatschappij is". Letterkundige Wouter Schrover analyseert in zijn proefschrift 'Einde verhaal' zo'n 150 romans en films waarin euthanasie een rol speelt. Een positieve visie domineert: autonomie rechtvaardigt euthanasie, het leven is niet fundamenteel onschendbaar. Humanisering van de samenleving?

Kwesties genoeg als het over de Nederlandse euthanasiepraktijk gaat. Zijn we op een hellend vlak beland of wijst de gestage groei van het aantal gevallen juist op een goede interpretatie van de ruimte die de wet biedt?
Dit jaar zal het aantal van vijfduizend euthanasieën zeker worden gehaald. Maar in die gestage groei (zo’n 15 procent per jaar) zit het probleem niet. Dat zit hem in de uitbreiding van de indicaties. De normatieve grondslag van de Euthanasiewet – ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’ – lijkt drijfzand geworden. Zelfs de ‘strikte’ grens van wilsbekwaamheid is gepasseerd: ‘Waarom zouden we mensen die daar zelf niet meer om kunnen vragen niet uit hun lijden verlossen?

Paradox
Euthanasie wordt als een recht in de politieke arena gebracht. Daar hoef je helemaal niet ernstig ziek voor te zijn; bij het in vrijheid genoten leven hoort de vrijheid om er een eind aan te laten maken. Het is één van de posities in het voortgaande euthanasiedebat die de revue passeren in een bijzonder boek: de dissertatie Einde verhaal van letterkundige Wouter Schrover. Hij wilde zicht krijgen (en bieden) op de manier waarop het publieke debat over euthanasie en hulp bij zelfdoding wordt weerspiegeld in literatuur en cinema.
Breed wordt uitgepakt over de geschiedenis van de Nederlandse euthanasiepraktijk. In grove lijn: de herinnering aan de euthanasieprogramma’s van de nazi’s zetten tot de jaren zeventig een domper op ook maar het begin van een discussie. Vervolgens bracht medisch-technologische vooruitgang (intensive care) levensverlenging, maar met een keerzijde: verlenging van lijden. Daardoor ontstond een nieuwe vorm van medische ethiek, “een wijze van ethisch redeneren waarin niet langer de professionele autonomie van de arts, maar het recht op zelfbeschikking van de patiënt centraal stond”.
Schrover zoomt in op de paradox die in onze wetgeving zit ingebakken: zelfbeschikking en barmhartigheid zijn de belangrijkste rechtvaardigingsgronden voor euthanasie, maar bij zelfbeschikking heb je helemaal geen barmhartigheid nodig. Je zou de ontwikkeling van de Nederlandse euthanasiepraktijk in de afgelopen tien jaar kunnen beschrijven als het opzij dringen van de idee van barmhartigheid door het autonomieprincipe.
Ter zijde: op de voorstelling van het optreden van ‘Paars’ als breuklijn valt wel wat af te dingen. De Euthanasiewet (2001) is door de paarse partijen gevierd als wapenfeit, uitkomst van ‘eindelijk regeren zonder de confessionelen’. De politieke geschiedenis levert echter een genuanceerder beeld op. Dat de christelijke partijen zich zo lang wisten te handhaven in het centrum van de macht had alles te maken met hun bereidheid scherpe levensbeschouwelijke standpunten op te geven. De Euthanasiewet is met haar noties van beschermwaardig leven en onnodig lijden vooral uitdrukking van de Nederlandse consensusdemocratie.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda