FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 04 February 2015 15:29

Pelgrims zijn we

Op weg naar Santiago Op weg naar Santiago Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Loek van Vliet

De reis naar buiten is ook een reis naar binnen

Pelgrimages zijn populairder dan ooit. Jaarlijks lopen alleen al naar Santiago de Compostella zo’n tweehonderdduizend pelgrims. De kerk mag voor velen hebben afgedaan, de mens behoudt een existentiële behoefte om hogere machten aan te roepen. En blijft op zoek naar zichzelf. Pelgrim Marianne Hoogervorst: “Ik denk dat ook dát pelgrimeren is: dat je jezelf overwint op een punt waarvan je zegt dat het menselijkerwijs gesproken niet kan. En toch red je het.”


Al op de eerste dag liep hij zichzelf twee keer bewusteloos. Op 28 april 1994 vertrok René Heinrichs te voet vanuit het plaatsje Saint-Jean-Pied-de-Port in de Franse Pyreneeën richting het Spaanse gehucht Roncevalles. Het is de klassieke eerste etappe van de achthonderd kilometer lange camino Francés richting Santiago de Compostella, de Noord-Spaanse pelgrimsplek waar volgens overlevering de apostel Jacobus begraven ligt.
Een half jaar eerder nog zat Heinrichs gefrustreerd thuis. Als aalmoezenier op de vliegbasis Woensdrecht zat hij op een dood punt in zijn leven. Hij worstelde met conflicten op zijn werk. Met zijn benen op tafel zat hij thuis voor de televisie toen daarop een documentaire over de sintjacobsroute uitgezonden werd. “Toen zei ik tegen mijn echtgenote: dát is wat ik dus nu moet gaan doen. Om de weg te vinden naar mezelf toe. Tot mijn stomste verbazing zei mijn eega: ja, dat lijkt mij ook. Dat is des te meer verbazingwekkend, omdat ik helemaal geen lichaam heb dat geschikt is om lang te wandelen. Ik heb platvoeten, en wat doorgezakte knieën. Bij de ABOHZIS, dat is de formule die gehanteerd werd voor de keuring voor mensen die in militaire dienst gaan, kreeg ik bij ‘onderlichaam’ een 3. Dat betekende dat ik niet geschikt was voor infanterist en dat ik dus helemaal niet geschikt ben om lang met een rugzak om te gaan lopen.”
Desondanks vertrok hij op 28 april richting Roncevalles. “Ik was dermate slecht in conditie, bleek toen, dat ik mijzelf met een rugzak van 22 kilo op de schouders behoorlijk over de limiet belastte.” De laatste twee kilometer van de 26 kilometer van die eerste dag moest hij per auto vervoerd worden naar het klooster waar de pelgrims traditiegetrouw overnachten. Maar met behulp van een Duitse cardioloog die hij op de camino had leren kennen, liep Heinrichs de tocht naar Santiago toch uit. En in de jaren daarna zou hij de tocht uiteindelijk acht keer lopen.

Van alle tijden en plaatsen
Elk jaar lopen ruim tweehonderdduizend geregistreerde pelgrims over één van de vele camino’s naar Santiago. Deze routes worden al sinds de Middeleeuwen bewandeld: omwille van boetedoening, vanwege een belofte die de pelgrim gedaan had of om de heilige Jacobus bij diens graf om een gunst te smeken. Het opvallende is dat de pelgrimstocht naar Santiago in de achttiende en negentiende eeuw een stille dood stierf, maar groter dan ooit werd vanaf de jaren zeventig en tachtig van de 20ste eeuw: juist in het tijdsgewricht dat de secularisering keihard inzette in Europa.
De invloed van de Spaanse camino is overal ter wereld te zien. In 2003 begon Compostella-pelgrim Almiro Grings een Braziliaanse tegenhanger: de vijfhonderd kilometer lange Caminho de Fé die als eindpunt de Nossa Senhorabasiliek in de stad Aparecida heeft. In 2007 startte de Zuid-Koreaanse journaliste Suh Myung-Sook bovendien de 422 kilometer lange Jeju Olle Trail op het eiland Jeju, na haar eigen reis naar Santiago. Honderdduizenden Koreanen komen nu jaarlijks naar dit eiland toe.
Pelgrimages zijn van alle tijden en volkeren, zegt Peter Jan Margry, bedevaartspecialist en etnoloog bij het Meertens Instituut. “De Romeinen, de Grieken, de Etrusken hadden allemaal levendige bedevaartculturen. Je vindt ze overal: als je naar Madagascar gaat, naar Japan, China, India.”
Hij is net terug uit Santiago, waar hij een key lecture hield over wat hij de ‘caminonisering’ noemt. “Dat is het proces dat allerlei routes worden uitgezet en tot spirituele wandelwegen worden getransformeerd, met de Camino de Santiago als trendsetter. Dat zie je nu enorm versnellen onder de auspiciën van de Raad van Europa en Unesco, maar ook allerlei lokale, regionale en nationale initiatieven. Er zijn echt tientallen routes gekomen onder de benamingen van heiligen of thema’s: van oecumenisch, katholiek tot semi-islamitisch, zoals de Sultan’s Trail naar Istanbul.’
Pelgrimeren hoort bij de ‘condition humaine’, schreef Margry in zijn boek Shrines and pelgrimage in the modern world uit 2008. “De pelgrimage toont de moeite die het het individu kost om betekenis en richting te geven aan zijn of haar persoonlijke bestaan”, noteert hij in de inleiding van dit boek dat ‘moderne’ bedevaarten beschrijft naar het standbeeld van Tito, het graf van Soekarno, de herdenkingsplek voor de Amerikaanse atleet Steve Prefontaine en het graf van de Hongaarse muzikant Jimmy Zámbó. Zelfs aan die pelgrimages zit wel degelijk een religieus karakter, benadrukt Margry. Want een belangrijk deel van deze pelgrims dicht ‘hogere’ gaven toe aan de overledene. Neem het graf van Jim Morrison in Parijs: “Hij is een popidool, maar tegelijkertijd iemand met transcendente gaven. Mensen die dat graf langs lopen, kunnen hem inroepen als ware hij een godheid die een transformatie in hun leven kan aanbrengen. Die mensen ervaren dat op dezelfde wijze als een katholiek die naar Lourdes gaat.”
Opmerkelijk genoeg betoogt Margry dat juist het afkalven van de traditionele religieuze instituties de pelgrimage goed heeft gedaan. De kerk mag voor velen hebben afgedaan, maar de mens behoudt een existentiële behoefte om de ‘hogere machten’ aan te roepen. De mens is een onzeker wezen, dus blijft hij reizen maken naar wat hij als ‘heilig’ beschouwt.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda