FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 02 January 2015 13:33

Haruki Murakami schrijft zonder landkaart

Haruki Murakami schrijft zonder landkaart Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Gasper Tringale

Geen schrijver activeert het zesde zintuig van de lezer zo als Haruki Murakami. Zoals al zijn boeken zegt De Kleurloze Tsukuru Tazaki En Zijn Pelgrimsjaren, de meest recente roman van deze Japanse meesterauteur, ons veel over de alledaagse menselijke beleving van vandaag de dag, maar ook over wat er achter die beleving schuil gaat. Murakami is een meester in het oproepen van een parallel universum, waarin Goed, Kwaad, Zin en Onzin de mens tot speelbal maken. Zijn oeuvre is rijk aan ideeën, spannend, toegankelijk en meeslepend tegelijk en doet de lezer vaak van de ene in de andere verbazing vallen. Een analyse van zijn werk en de achterliggende gedachtegang.

Geen schrijver activeert het zesde zintuig van de lezer zo als Haruki Murakami (65 jaar, geboren in Kyoto, ex-jazzclubeigenaar, liefhebber van jazz en Amerikaanse literatuur en al jaren gedoodverfd kandidaat om de Nobelprijs voor literatuur te winnen). In zijn meest recente roman, De Kleurloze Tsukuru Tazaki En Zijn Pelgrimsjaren, staat een passage die ons midden in het hart van zijn literaire universum voert.

Het was of reeds vergane tijd vaste vorm rond hem (hoofdpersoon Tsukuru, TE) aannam. Die verleden tijd begon zich geruisloos in te dringen in de tegenwoordige tijd die nu aan het verstrijken was, als rook die door een klein kiertje van een deur een kamer binnenglijdt.

Het gaat hier om de kracht van de herinnering, maar in het oeuvre van Murakami kan de rook die door een kiertje van de deur een kamer binnenglijdt ook een emotie zijn, of een vermoeden of voorgevoel, of de Dood, of een glimp van het Niets, een volkomen leegte, of een volstrekt andere dimensie.
Steeds is sprake van een opening, een deur, een kier, een code, muziek, de wind, een reis, een put, een trap, een blik op de nachtelijke hemel, waardoor we in een parallelle werkelijkheid belanden. We? Dat zijn wij, Murakami’s lezers, die zich makkelijk mee laten voeren met zijn doodnormale, schuchtere, zachtaardige, inderdaad op het eerste gezicht bijna kleurloze hoofdpersonen. Hun Japanse leefwereld is evident, maar je kunt je doorgaans verbluffend makkelijk met hen identificeren. Nooit heb je het gevoel dat ze ver van je afstaan. Zij zijn moderne Elkerlycs, levende in het wat anonieme urbane landschap van het Westen anno nu. Tegelijkertijd kijken Murakami’s lezers er ook niet raar van op als de schrijver een van zijn personages met katten laat converseren. Zoals de onvergetelijke geestelijk gehandicapte meneer Nakata in de roman Kafka Op Het Strand, die maar een halve schaduw heeft. In dat zelfde boek laat Murakami zomaar bakken vissen uit de hemel regenen. Een andere hoofdpersoon van hem wordt bij thuiskomst ontvangen door een ‘reusachtige kikker’, die hem aanspoort tot een bijdrage aan een onderaardse worsteling tegen het Kwaad, om zodoende een verwoestende aardbeving te voorkomen (lees het verhaal Kikker Redt Tokyo).

Niet-werkelijke wereld
Er schuilt weinig hoogdravends aan Murakami’s taalgebruik. Hij schrijft in heldere, simpele zinnen, zo toegankelijk en zonder opsmuk dat het je bijna ontgaat hoe virtuoos en trefzeker hij te werk gaat. De Kleurloze Tsukuru Tazaki En Zijn Pelgrimsjaren, een van zijn ‘normalere’ boeken, wist bij mij grote ontroering op te wekken.
Het is het verhaal van een vormende vriendschap tussen vijf tieners. Ze zijn met elkaar verbonden als een unieke scheikundige fusie (“Weet je, Tsukuru, het is niet voor niets dat wij ons waren – dat we met z’n allen in die ene groep als het ware een lichaam vormden”), maar Tsukuru wordt plots – zonder te horen te krijgen waarom – door de andere vier verstoten. Hij ervaart dat als Doodgaan.
Net zoals die figuur uit de Bijbel die door een walvis was opgeslokt en een tijd in diens buik had geleefd, was Tsukuru in de maag van de dood gevallen en had hij een tijdlang moeten doorbrengen in die donkere verstikkende holte waar dag en nacht niet bestaan.
De ontroering – en het verbijsterende effect van Murakami’s werk – ontstaat doordat hij niet alleen heel overtuigend ‘de werkelijke wereld’ beschrijft, maar ook in staat is heel realistisch allerlei elementen te benoemen uit de ‘niet-werkelijke wereld’. De rook die door het kiertje aan de andere kant van de deur opstijgt. Elementen die we allemaal ook wel eens hebben gevoeld of vermoed. Je zou het de spirituele wereld kunnen noemen.
Ieder van ons heeft standaard wel een waardensysteem paraat om de spirituele wereld te duiden, maar Murakami hakt al dat soort menselijke waardensystemen (de christelijke religie, maar ook het boeddhisme, het shintogeloof, de Japanse en Griekse mythologie, maar tevens filosofie, literatuur en kunsttheorie) aan mootjes en rangschikt ze in een nieuwe volgorde, die binnen de verhaallijn vaak een stuk ‘logischer’ aanvoelt.
Soms stuit je in dit verband op onverwachte inzichten, zoals het gegeven dat in de traditionele Japanse literatuur mensen kunnen transformeren tot levend spook, zonder dat zij er zelf weet van hebben. Hun onderbewuste kan mijlen ver reizen om elders een nieuwe gedaante aan te nemen. Soms ligt echter ook iets heel profaans ten grondslag aan het wereldbeeld van zijn personages. In zijn boek Ten Zuiden Van De Grens is dat bijvoorbeeld een Walt Disneyfilm.

De Woestijn Leeft.
‘Een woestijn met zandheuvels en hier en daar een cactus. Er leeft van alles in zo’n woestijn.’
‘Ben ik daar ik daar ook, in die woestijn?’
‘Natuurlijk ben jij daar. Wij allemaal. Maar het enige wat echt leeft is de woestijn. Net als in de film.’

Verdwenen wederhelft
In de boeken van Murakami komt altijd wel seks voor. Vaak als aangenaam tijdverdrijf dat de hoofdpersonages min of meer overkomt. Vaak plastisch beschreven.

De meisjeslichamen kronkelden zich soepel om de zijne. Zwartjes borsten waren vol en zacht. Die van Witje waren kleiner, maar haar tepels waren zo hard en rond als kiezelsteentjes. Bij allebei droop hun schaamhaar als een regenwoud.

Vaak vloeit ‘de daad’ ook samen met een droom of visioen en biedt de seks toegang tot een andere spirituele dimensie.
Een belangrijk gegeven in Murakami’s oeuvre wordt geformuleerd in Kafka Op Het Strand, een bijzondere roman over een vijftienjarige jongen die voorspeld is dat hij niet alleen zijn vader zal vermoorden en met zijn moeder zal slapen– zoals Oedipus – , maar – ook nog – zijn zus zal onteren. Daar staat:

‘Vroeger werd de wereld niet bewoond door mannen en vrouwen, maar door man-mannen, man-vrouwen, en vrouw-vrouwen. Met andere woorden, een mens was toen wat wij nu ‘twee mensen’ noemen. Iedereen was daar tevreden mee en leidde een gelukkig leven, tot Zeus een mes pakte en alle mensen in tweeën sneed. Dwars doormidden, overlangs. Nu bestaat de mensheid dus alleen nog maar uit mannen en vrouwen, die hun hele leven lang vertwijfeld zoeken naar hun verdwenen wederhelft.’
‘Waarom deed Zeus dat? De mensen doormidden snijden?’
‘Tja, dat zou ik ook niet weten. Wat goden doen is zelden te begrijpen. Ze zijn erg opvliegend en hebben een overdreven neiging tot ... hoe zal ik het noemen – idealisme? Hij zal het wel hebben gedaan om ze voor iets te straffen. Zo’n beetje als Adam en Eva, die het Paradijs uit moesten.’

Parallelle wereld
In 1q84, de trilogie uit 2009-2010, die door velen wordt gezien als zijn magnus opus, draait alles om een man en vrouw die voor elkaar bestemd zijn. Als kind hebben ze elkaar gekend (beiden groeiden op als Jehovah’s Getuige), maar het lot heeft hen letterlijk – zoals Zeus – van elkaar losgesneden. De vrouw, Aomame, is een feilloze huurmoordenares geworden, de man, Tengo, een parttime wiskundeleraar.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda