FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 02 January 2015 13:26

”Een politicus moet niet onfatsoenlijk spreken”

”Een politicus moet niet onfatsoenlijk spreken” Tekst: Bert van der Kruk

 

Kees van der Staaij, fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer, gebruikt Bijbelse termen als 'barmhartigheid' in de Tweede Kamer. 

“De taal van de staat en de straat zijn, sinds de tijd van Pim Fortuyn, dichterbij elkaar gekomen. Daar zit een goede kant aan; de debatten waren soms een soort geheimtaal voor ingewijden. Dat kan tot vervreemding leiden bij de burger, die ervaart dat zijn probleem niet erkend wordt. De partijen, ook wijzelf, zijn erop gaan letten zich zo helder en duidelijk mogelijk uit te drukken. Ik vind het nog steeds belangrijk om niet in superlatieven te vervallen die grof of onfatsoenlijk zijn. Het is geen aanwinst in de richting van bewindslieden uit te drukken dat ze ‘knettergek’ zijn; dan verlaat je het veld waarop je ook fatsoenlijk op een stevige manier van mening met elkaar kunt verschillen. Het moet niet beledigend worden. Ik merk aan de reacties dat mensen dit op prijs stellen; zij zitten er meestal niet op te wachten dat er grofheden worden gedebiteerd. 

Door de druk op het taalgebruik bestaat wel het risico dat mijn verhaal niet doorkomt, als ik zeg dat ik het met de minister oneens ben, terwijl iemand anders hem knettergek noemt. Alles wat reuring veroorzaakt, heeft immers een breder bereik. Maar omdat ik mij normaal gesproken vrij rustig en bedachtzaam uitdruk, maakt het des te meer indruk als ik eens wat zwaardere terminologie gebruik. Zo heb ik nog lang moeten horen dat ik Alexander Pechtold (D66) een paar jaar geleden ‘gezwam’ toevoegde. Nee, daar heb ik geen spijt van, dat vond ik echt.
Nu het gaat over de verschuiving van taken naar gemeenten, moeten we in het parlement extra goed oppassen voor managementjargon en technocratische uitdrukkingen die geen enkele warmte oproepen. Als we het alleen maar hebben over transitie-autoriteiten en monitoringprogramma’s, kan dat vervreemding en onbehagen opwekken. Het gaat niet alleen om rationele bestuursprocessen, er moet ook erkenning zijn voor de problemen die mensen ervaren. Dat spreekt uit het taalgebruik.
Als je de goede woorden kiest, zoals de premier en de minister van Buitenlandse Zaken deden direct na de ramp met de MH17, kan alleen daar al een helende werking van uitgaan. Tegelijk kan onzorgvuldig taalgebruik rare consequenties hebben. Dat was naar mijn idee het geval toen het kabinet zei dat het optreden van IS niks met de islam te maken had. Dat was bedoeld als een soort bezweringsformule waaruit zou moeten spreken dat we gematigde moslims niet aankijken op wat IS aanricht. Maar tegelijk zendt het kabinet een onhelder signaal uit, waarmee het mensen die zonder enige nuance over deze zaak spreken in de kaart speelt. Het luistert allemaal nogal nauw.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda