FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 02 January 2015 12:45

'De PKN een kerk zonder ballen? Onzin!'

'De PKN een kerk zonder ballen? Onzin!' Tekst: Elze Sietzema- Riemer Foto: ANP

De nu tien jaar oude Protestantse Kerk in Nederland wordt ‘zachter’ en ‘dienstbaarder’. Maar wat zegt dat over de positie van vrouwen en van vrouwelijke predikanten binnen de kerk? Drie kerkvrouwen maken de balans op.

‘Vrouwen klimmen op de kansel’, kopte Trouw in juli. In een eeuw tijd van één naar elfhonderd vrouwelijke predikanten; het klinkt indrukwekkend, voor sommigen zelfs een beetje bedreigend. Maar is er binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) daadwerkelijk sprake van ‘oprukkende vrouwen’? Het aantal vrouwelijke gemeentepredikanten groeit volgens de kerkstatistieken jaarlijks gemiddeld met iets meer dan een half procent. Als deze lijn zich doorzet, en die van de kerkverlating ook, zullen de kerken leeg zijn nog voordat er evenveel mannelijke als vrouwelijke predikanten zijn. Het ambt mag dan zijn opengesteld voor vrouwen, een vanzelfsprekendheid is de vrouw in het ambt nog lang niet.

Nagefloten
Op dit moment is vijfentwintig procent van de gemeentepredikanten binnen de PKN vrouw, in 2006 was dit twintig procent. “Ik zou al blij zijn als dit aantal op z’n minst op peil blijft!”, roept Jasja Nottelman, studentenpastor aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en voorzitter van de Oecumenische Vrouwensynode, uit. Zij vreest stagnatie, als gevolg van een toenemende orthodoxie binnen de PKN. Van zowel mannelijke als vrouwelijke studenten hoort zij dat er in de collegebanken en ook daarbuiten vaak vanuit een bepaalde stelligheid wordt geredeneerd. Er is daardoor weinig ruimte is voor andere meningen en opvattingen. Ze is geschrokken van de gevolgen die dit heeft voor vrouwen die het predikantschap ambiëren. “Tijdens de opleiding krijgen ze te maken met mannelijke medestudenten die hen met de Bijbel in de hand ervan proberen te overtuigen dat ze niet op de kansel horen. Er is een tijd geweest dat dit een stuk minder speelde. Ik vrees dat vrouwen zich hierdoor laten afschrikken; ik weet dat er studentes zijn die daarom afhaken en afzien van de predikantenopleiding.”
Anne-Claire Mulder, docente vrouwen- en genderstudies aan de PThU, bevestigt dit beeld. Volgens haar zie je eenzelfde weerstand binnen de beroepspraktijk. “De anekdotische verhalen van vrouwelijke predikanten die ik hoor, hebben allemaal een ondergrond van ongemak. Het bestuur van de kerk is altijd een mannenwereld geweest en is dat gebleven tot op de dag van vandaag. De anekdotes maken duidelijk dat er in het werkveld vaak grenzen zijn aan de mate waarin vrouwen serieus worden genomen. De één mag het doen na de preek doen met een ‘goed gedaan meisje!’, de ander wordt nagefloten terwijl ze naar de kansel loopt.”
“Meestal is de achtergestelde positie van vrouwen echter minder zichtbaar”, nuanceert Nottelman, “zoals wanneer het gaat om de financiën. Hardnekkig is het idee dat vrouwen zich daar maar niet mee moeten bemoeien.” Wellicht dat deze weerstand een van de oorzaken dat het aantal vrouwelijke predikanten met een ‘bijzondere opdracht’ – geestelijk verzorgers in de gezondheidszorg, gevangenis- en legerpredikanten, enzovoorts –relatief groot is; het zou kunnen dat vrouwen hun toevlucht zoeken bij deze ‘bijzondere opdrachten’.

Met de tijd meebewegen
Karin van den Broeke, synodevoorzitter van de PKN, herkent de verhalen. Zelf heeft ze er in de tweeëntwintig jaar dat ze predikant is ook mee te maken gehad. Als beginnend predikant zei een collega tegen haar: “Als mens respecteer ik je, maar als vrouw hoor je gewoon niet in het ambt.” Volgens haar is de discussie over de vrouw in het ambt nooit weg geweest. ”Die discussie is iets wat bij kerk-zijn hoort, zeker binnen de oecumene. In rooms-katholieke, orthodoxe en orthodox-reformatorische kerken zijn de ambten van predikant/priester, diaken en ouderling niet opengesteld. Juist binnen de protestantse traditie is er veel ruimte voor vrouwen.” Haar eigen aanstelling als PKN-preses getuigt hiervan, maar ook de positieve verhalen die zij hoort, bijvoorbeeld over gemeenten die na een vrouwelijke predikant niet gauw meer kiezen voor een mannelijke dominee. Volgens haar speelt de discussie vooral bij een gedeelte van de oudere generatie, de dominante tendens binnen de PKN is volgens haar evenwel dat dat vrouwelijke ambtsdragers gerespecteerd worden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda