FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 18 December 2014 13:45

Onmogelijke gastvrijheid

Onmogelijke gastvrijheid Tekst: Chris van Wieren Beeld: ANP Foto

 

De winter staat voor de deur, maar gemeenten krijgen geen cent extra voor extra opvang van vluchtelingen. Naast de geregistreerde asielzoekers in azc’s leven vele illegalen op straat. Zijn zij te gast in ons land?

Nog iets gedaan vandaag?” Ik merk dat een smalle lift geen goede plek is voor confronterende vragen. Hij kijkt me aan met een wat ongemakkelijke blik. Ik heb de vraag ietwat gedachteloos gesteld, maar ben door zijn onzekere reactie toch wel benieuwd naar wat deze man overdag doet. Hij lachte met een zweem van schaamte, een antwoord kwam er niet. “Mmm ja, hier en daar geweest, weet u wel.”

Niet te gast
Sinds een paar maanden kom ik als vrijwilliger bij De Toevlucht, de Utrechtse nachtopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Een groep mannen maakt elke avond gebruik van de, inmiddels veelbesproken, drie B’s: bed, bad & brood. Na een jaar draaien is De Toevlucht wel meer dan die drie termen; in de huiskamer is het goed toeven. Elke avond wordt er tot laat televisie gekeken, thee gedronken en over voetbal en politiek gepraat in verschillende talen. Ik ben er welkom, in plaats van gastheer voel ik mij gast. Maar deze mannen zijn in Nederland niet welkom: uitgeprocedeerd en ongedocumenteerd ontbreekt hen elke hoop op een toekomst, in welke vorm ook. De kans om als gast behandeld te worden is voorbij, they’ve overstayed their welcome. Nu staan zij soms al jaren ‘stil’ op straat. Vooruit kunnen ze niet, ze zijn geen gasten maar verstekelingen. Alleen al uit de toon van het maatschappelijke debat blijkt dat deze mannen niet te gast zijn in Nederland. Het woord gastvrijheid ontbreekt. Het gaat over asielzoekers of ongewenste gelukszoekers, over hoe deze ‘zoekers’ als een tsunami de Nederlandse grenzen overspoelen. Nog voordat zij arriveren, gaat het over de vraag ‘wanneer gaan ze weg?’ Elke nieuw opvangcentrum zorgt voor een stroom aan negatieve reacties in de omgeving.
Kortom: het probleem ligt bij de reizigers en niet bij de mensen die al een plaats hebben. Gastvrijheid komt op de tweede plaats wanneer we al moeite genoeg hebben om voor onze eigen ouderen te zorgen.
Het is eigenlijk helemaal niet zo raar dat gastvrijheid als norm en traditie ontbreekt in het maatschappelijke debat. Elke weldenkende politicus bedenkt zich wel twee keer voor hij zich laat verleiden zo’n vaag begrip in de mond te nemen, waar hij slechts op aangevallen kan worden. Met gastvrijheid in je partijprogramma streef je naar het onmogelijke, want hoe kun je ooit gastvrij genoeg zijn als duizenden mensen aan de poort kloppen? Gastvrijheid is voor de politiek niet meer bruikbaar. Zomaar nieuwe groepen mensen ontvangen zou slecht zijn voor de veiligheid en de werkgelegenheid. Een wegkijkstaat is het gevolg van deze houding, ‘niet ons probleem’ de oplossing. Maar wat moet een politicus ook met iets als gastvrijheid, het is voor de enkeling al een moeilijk begrip. Een vreemdeling die aan jouw deur klopt, is in het algemeen al een potentiële dreiging. Niet alleen de simpele stress die ontstaat bij te weinig koffie en nootjes in huis, ook de kans op schade of agressie is aanwezig. Dus stelt elke gastheer bij onverwacht bezoek de vraag: ‘Grijp ik naar de knuppel naast mijn bed of naar de drankjes in de koelkast?’

Voorwaarden
Ook de Franse filosoof Jacques Derrida (1930-2004) merkte deze innerlijke tweestrijd op. Hij wijst op de dubbele betekenis van het Latijnse woord hostis, dat zowel gast als vijand betekent. De ambiguïteit zorgt voor paniek wanneer iemand onverwachts voor de deur staat: is de onbekende persoon vriend of vijand? Derrida beschrijft twee vormen van gastvrijheid. Enerzijds de voorwaardelijke gastvrijheid: twee partijen spreken met elkaar af hoe ze zich tot elkaar verhouden voor een bepaalde periode. Eventuele onzekerheden worden uit de weg geruimd door aan de voordeur te onderhandelen over rechten en plichten. Er wordt uitgegaan van een duidelijke rolverdeling om schade te voorkomen. Maar voor Derrida kan echte gastvrijheid, de tweede vorm, juist niet gaan over een economische of sociale uitwisseling tussen twee partijen. Zodra er onderhandelingen beginnen, spreekt men niet meer van een gast maar van een klant. Waar de koehandel begint, stopt de gastvrijheid. Zelfs wanneer je de ander vraagt naar zijn naam, begin je met voorwaarden stellen. Gastvrijheid betekent noodzakelijkerwijs zonder vragen de deur openen om een onbekende aankomende te verwelkomen. Zo komt de rigoureuze gastvrijheid in beeld, een gebeuren waarin rechten en plichten geen rol spelen. Op die manier wordt een gast ontvangen onmogelijk: gastvrijheid bestaat alleen waar de onwelkome gast welkom is. Echte gastvrijheid is blinde gastvrijheid, met gevaar voor eigen leven de ander onvoorwaardelijk welkom heten.
De crisis van het begrip is duidelijk: gastvrijheid bestaat gewoon niet. Conditionele gastvrijheid is het niet waard zo genoemd te worden vanwege de direct eindeloze hoeveelheid eisen, terwijl de onvoorwaardelijke variant volstrekt onmogelijk en onuitvoerbaar lijkt. Projecten als De Toevlucht, die onvoorwaardelijke opvang nastreven, blijven in onzekerheid over de steun die hen geboden wordt. ‘Pappen en nat houden’ is het gevolg, zonder hoop op structurele verandering.

Derrida’s radicale analyse van het begrip gastvrijheid lijkt een flauw uitspelen van een tegenstrijdigheid, maar er staat iets op het spel.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda