FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 01 December 2014 09:50

‘Naar waarheid zoeken is mijn plicht’

‘Naar waarheid zoeken is mijn plicht’ Tekst: Chris van Wieren

 

Marianne Moyaert is hoogleraar comparatieve theologie aan de Vrije Universiteit. Ze onderzoekt of het mogelijk is dat aanhangers van verschillende religies rituelen met elkaar delen. “Er bestaat niet zoiets als ‘hét christendom’ of ‘dé islam’.”

Het gesprek tussen aanhangers van verschillende godsdiensten zou weinig zoden aan de dijk zetten of iets zijn dat religieuze leiders doen op een hoog, diplomatiek niveau zonder dat er binnen geloofsgemeenschappen of in de wereld echt iets verandert.” In Nederland heerst vaak een verkeerd beeld van de interreligieuze dialoog, meent Marianne Moyaert. De jonge Vlaamse theoloog, hoogleraar aan de Vrije Universiteit, is niet pessimistisch over de vooruitgang op interreligieus terrein. “Er gebeurt zoveel meer op dit gebied dan alleen gesprekken voeren. Vooral op lokaal niveau levert de interreligieuze dialoog een praktische bijdrage aan een samenleving waarin mensen voor elkaar openstaan. Het opbouwen van de gemeenschap bijvoorbeeld of het versterken van de buurt. Dat zijn gemeenschappelijke uitdagingen waar soms laatdunkend over gedaan wordt terwijl het enorm belangrijk is om juist op deze terreinen van elkaar te leren. Ik zeg niet dat religieuze dogma’s en waarheidsvragen er niet toe doen, maar een simpel iets als thuis kunnen komen bij je buren raakt wel ten diepste ons samenleven.”

Maar doen dit soort activiteiten en gesprekken er wel werkelijk toe?
“Het besef dat religieuze gemeenschappen belangrijke spelers zijn in het publieke domein, groeit in de samenleving. Religie heeft, positief of negatief, een impact op de samenleving. Het is zeker geen slecht idee om religieuze groeperingen samen te brengen, gelovigen betrokken te houden op maatschappelijke uitdagingen. Maar openheid naar elkaar ontstaat niet zomaar, mensen moeten een taal vinden waarin ze met elkaar over het religieuze kunnen spreken. Er is de afgelopen decennia ontzettend veel veranderd in de manier waarop er in het Westen met religie wordt omgegaan. Om een voorbeeld te noemen: dat mensen met een verschillende religie bij belangrijke publieke gebeurtenissen samen bidden, wordt algemeen aanvaard. Mensen kijken daar niet vreemd van op, maar worden hierdoor vaak aangenaam getroffen. Het is belangrijk dat mensen weten dat er een context bestaat waarin het gesprek mogelijk is zonder dat zij elkaar de kop inslaan. Het diplomatieke niveau is belangrijk om te tonen dat er zo’n context bestaat: religieuze leiders geven elkaar een hand en gaan in gesprek. Wanneer de paus samen met joden en moslims bidt – zoals hij gedaan heeft met de leiders van Israël en de Palestijnen – kan ik als katholiek niet zeggen: interreligieuze dialoog doet er niet toe. Zodra je dit gegeven serieus neemt, zie je dat gelovigen tegelijkertijd geëmancipeerd én moslima kunnen zijn of feministe én katholiek.”

Wat ontbreekt er aan de interreligieuze dialoog zoals die nu gevoerd wordt?
“Het is problematisch dat de interne diversiteit van godsdiensten genegeerd wordt. Deelnemers aan interreligieuze gesprekken worden nogal eens beschouwd als vertegenwoordiger van een bepaalde religie. Maar niet alle katholieken of alle moslims of joden denken hetzelfde over een bepaald onderwerp als hun medegelovigen. Zo ontstaat een beeld van verschillende religies als monolithische blokken, een groep gelovigen zonder tegenstrijdige gedachten onderling. Je ziet dat terug in het debat over de islam zoals dat nu gevoerd wordt. De islam wordt voorgesteld als een monolithische godsdienst. Moslims worden dan uitgedaagd om zich tegen dit beeld te verdedigen. Dat is voor hen natuurlijk onmogelijk.”

Hoe is dit probleem op te lossen?
“Een manier om beelden als deze te voorkomen is door mensen een religieuze gevoeligheid voor verschillen aan te leren. Zodra gelovigen de diversiteit binnen de eigen traditie kunnen erkennen, weten ze dat er niet zoiets bestaat als ‘hét christendom’ of ‘dé islam’. Wanneer gelovigen andere religies meteen monolithisch beoordelen als hetzij ‘progressief’ hetzij ‘conservatief’, wordt het moeilijk om werkelijk als godsdienstige mensen met elkaar solidair te zijn.
Spreken over een zwaar onderwerp als waarheid vergt een open religieuze houding. In heel veel religieuze tradities zie je dat er weliswaar gesproken wordt over waarheid, maar tegelijkertijd heerst er ook een besef van de menselijke beperktheid bij het bepalen van wat waarheid uiteindelijk is. Wanneer de ander geen oog heeft voor deze beperking en kwetsbaarheid, wordt het gesprek zeer moeilijk. Toch merk je wanneer je intensiever met elkaar omgaat dat stelligheid plaats maakt voor nuance. De theoloog John Hick, de vader van de pluralistische benadering, had aanvankelijk een grote bekeringsdrang. Maar door de contacten die hij als pastor in Birmingham had met moskeeën, is hij anders gaan denken. Hij ging beseffen dat ieder slechts een deel van de waarheid vat. Het gebeurt niet altijd, maar levendig contact van nabij met mensen werkt zeker positief uit.”

Wat is die religieuze houding waar u over spreekt?
“Wat ik gelovigen toewens is dat ze grensgangers zijn en waar nodig grenzen ook willen oversteken. Die houding is noodzakelijk als je van andersgelovigen iets wil leren. De manier waarop gelovigen zichzelf verstaan, waarop ze in het leven hun geloof proberen uit te dragen, vind ik ontzettend belangrijk. Door in gesprek te gaan met de religieuze ander wordt je geloof versterkt en tegelijkertijd word je verplicht om ook je eigen geloof te verduidelijken. Grenzen oversteken levert echt iets op. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat christenen en moslims een grotere waardering hebben gekregen voor elkaars traditie van het vasten. Dat betekent niet dat je je eigen identiteit zomaar moet opgeven of dat er geen kritiek op de ander mogelijk is; ernstige vragen stellen is belangrijk binnen de interreligieuze dialoog. Soms vind ik het lastig om dat te doen, omdat er binnen mijn eigen traditie ook voldoende punten zijn waar ik kritiek op heb. Belangrijk is dan de betrokkenheid op elkaar en de acceptatie van een religieuze traditie als zodanig, ondanks de kritiek die je ook hebt. Het is soms precies vanuit die openheid voor religie dat mensen begrip opbrengen voor andersgelovigen. Soms kunnen mensen die niet-godsdienstig zijn heel weinig begrip opbrengen voor mensen die wel religieus betrokken zijn. Komen ze toch met religie in aanraking, dan sluiten ze zich daarvoor af, omdat ze er niet mee om kunnen gaan.”

Wat is comparatieve theologie?
“Comparatieve theologie is vaak gericht op de vergelijking van teksten. Het zelfverstaan van religies kom je op het spoor via hun teksten. In zekere zin vormen die teksten dus het hart van de traditie. Door de eeuwen heen is er vanuit allerlei verschillende achtergronden commentaar geleverd op die teksten. Zo kom je als vergelijkend theoloog de religieuze verbeelding van een traditie op het spoor. Ik ben gefascineerd door religieuze teksten omdat ze iets heel stabiels hebben, maar tegelijkertijd bestaat er een veelheid aan interpretaties, conflicteren interpretaties soms met elkaar en worden er verschillende wendingen genomen. Deze benadering van de tekst levert belangrijke nieuwe inzichten op. Zo verstaan wij nu als christenen teksten uit het Nieuwe Testament anders dan vroeger. We hebben de afgelopen vijfitg jaar bijvoorbeeld geleerd dat Jezus opgroeide in een joodse context en de wetten van het jodendom volgde, dat inzicht is essentieel voor het plaatsen van bepaalde uitspraken van Jezus.Onderzoek van teksten is dus belangrijk. Tegelijkertijd besef ik dat je met deze insteek een te beperkt facet van religie belicht. Je bent dan vooral gericht op het cognitieve aspect en niet zozeer met de religie zoals die daadwerkelijk beleefd wordt. Binnen mijn huidige onderzoeksproject staat dan ook veeleer de geleefde religie centraal. Dat project luistert naar de naam Samen vieren met gelovigen van andere godsdiensten. Dat onderzoek gaat over rituelen die mensen binnen de interreligieuze dialoog met elkaar kunnen delen om tot een beter verstaan van de ander te kunnen komen. Religie is iets wat mensen doen, dus als je een andere religie wilt leren begrijpen moet je zien en beleven wat andere gelovigen doen.”

Kunnen mensen van verschillend geloof hun rituelen wel met elkaar delen?
“Je kunt deels meedoen aan rituelen uit de traditie van een ander: ik ben te gast in de rituelen van een andere godsdienst, zij ontvangen mij binnen een context die reeds bestaat. Dat is het gastvrijheidsmodel. Er is sprake van een spanning tussen de gast en de gastheer. Door middel van onderhandeling over de regels van de gastheer en de bereidheid van de gast om mee te gaan wordt bepaald of dit ritueel deelbaar is. Dit levert automatisch vragen op. Mag ik als jood buigen voor een afbeelding van Christus? Mag ik als christen meedoen aan het islamitische vrijdaggebed? Omgekeerd, vanuit de gemeenschap, zijn er ook vragen over wat de gelovige als gastheer toe kan laten. Een hindoe hoeft er geen problemen mee te hebben om in de eucharistie ter communie te gaan, maar de gemeenschap heeft daar wel een probleem mee. Er kan ook iemand zijn die zegt: ik kan niet verstaan dat je in de eucharistie – toch het teken van generositeit en zelfgave – iemand uitsluit. De eucharistie zou precies de plaats bij uitstek moeten zijn waaraan alle vreemdelingen deel kunnen hebben. Maar wellicht zal een jood zeggen dat hij toch niet aan het avondmaal deel wil nemen. Er zijn dus kennelijk grenzen aan de interreligieuze solidariteit. Bepaalde zaken willen of kunnen we niet delen. Er zijn ook authenticiteitsconflicten: als ik dit doe, geef ik dan niet symbolisch aan dat ik ermee instem? Dat niet kunnen delen is niet erg, vind ik. De doelstelling van de interreligieuze dialoog is niet dat je wordt zoals de ander, want het gaat er niet om elkaar te bekeren.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda