FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 24 November 2014 13:59

'Ik zie mijn leven niet graag los van taken'

'Ik zie mijn leven niet graag los van taken' Tekst: Jurgen Tiekstra

 

"Het leven is net een vakantie van drie weken. De eerste week is eindeloos, de tweede week gaat al aardig snel en de derde is voorbij voor je het weet." Deze wijsheid van zijn rootvader inspireert Bas de Gaay Fortman, nu hij zelf oud is geworden. "Levensaanvaarding. Je moet niet gaan tobben."

Bas de Gaay Fortman (77) probeert zijn academische leven tot in de eeuwigheid op te rekken. In 2002 werd hij 65 jaar en ging hij met emeritaat als hoogleraar Political Economy aan het Institute of Social Studies in Den Haag. Hij mocht toen als hoogleraar onbetaald doorwerken aan de Universiteit Utrecht. Totdat hij ook daar in 2010 met emeritaat ging. Maar ook hier was een uitweg: hij ging verder als ‘honorair’ hoogleraar op een zolderverdieping achter de Domkerk in Utrecht. Daar zit hij met een paar andere grijzende academici. “Het heeft als bijnaam het ‘hotemetotengebouw’," vertelt hij. Samen met een jonge onderzoeker werkt hij er aan een onderzoeksvoorstel. Ook schrijft hij nog wetenschappelijke artikelen en bezoekt hij conferenties.
Zijn plek op die zolderverdieping heeft hij ‘ad vitam’. Oftewel: “Totdat het geen zin meer heeft”, vertelt hij, in de woonkamer van zijn huis in Ermelo. “Je merkt vanzelf of je er nog komt of niet.” Zijn reden voor die niet aflatende arbeid: “Ik zie het leven niet graag los van taken.”
In november werd hij 77. Daar heeft hij geen bijzondere gevoelens bij. “Ik ben niet bewust bezig met het ouder worden. Er ligt, geloof ik, een boek in de boekhandel dat Oud worden zonder het te zijn heet. Die titel spreekt mij aan. Je wordt oud, maar dat is niet je identiteit. Je hebt ontzettend veel andere identiteiten: die liggen in de familie, in je huwelijk, in de kerk, in je sportclub, deels ook in je nationaliteit. Maar wat dat laatste betreft: wij hebben vier jaar in Zambia gewoond. Daarna werkte ik op het Institute of Social Studies, waar studenten uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika komen. Als je daar binnen ging, verliet je Holland. Dan kwam je in een interculturele omgeving, waarin ik me altijd thuis heb gevoeld. En ik ben een beetje Zambiaan gebleven. Ik spreek de taal. Ik voel met dat land een makkelijke verbondenheid. Zambianen hebben een natuurlijke opgewektheid. Daar kan ik makkelijk in mee gaan.”

Drie weken
“Van mijn grootvader, die rechter was in Amsterdam, heb ik heel veel geleerd. Hij zei: ‘Het leven is net een vakantie van drie weken. De eerste week is eindeloos, de tweede week gaat al aardig snel en de derde week is voorbij voor je het weet.’ Maar in deze tijd worden mensen veel minder oud in een bewust proces van dichter naar de dood toe leven en besef krijgen van je fysieke beperkingen. Ik had een knieprobleem, dat nog niet helemaal over is. Als dat knieprobleem acuut is, zou ik eigenlijk een stok moeten pakken. Maar dat doe ik niet, want dan bén ik oud. Je aanvaardt dat je ouder word, maar je gaat niet naar bed en staat niet op met het idee: ik zit in die derde week en het gaat heel hard.”
Naast het huis van De Gaay Fortman, midden in een woonwijk in Ermelo, ligt een tennisbaantje. Daar spart hij nog altijd met zijn vrouw. “We spelen wel echt om de punten.” In de zomers speelt hij cricket. “Bewegen is belangrijk. Dus als het weer er zo goed uitziet als vandaag, dan is er een goede reden om even de hei op te fietsen.”
“Als ik naar mijn grootvader kijk: die bewoog niet veel, maar hij heeft tot zijn dood gewerkt. Omdat hij van werken hield en omdat hij niet geloofde in psychotherapie. Dus als je een enorme tegenslag krijgt of als je met jezelf in de knoop raakt: wérken”, vertelt De Gaay Fortman. “Mijn grootvader was op zijn 59e al weduwnaar, doordat zijn vrouw in de Hongerwinter van ondervoeding en uitputting gestorven was. Maar hij had een opgewekte levenshouding, zeker naar ons toe. Het was fijn om bij hem te zijn. Toch was hij in onze ogen een oude man. Hij paste niet in dat ‘oud worden zonder het te zijn’.”

Levensaanvaarding
“Ik heb, hoop ik, wel veel van mijn grootvader overgenomen, want hij was een plezierig mens en had een vanzelfsprekende levensaanvaarding: je moet niet gaan tobben. Hij hield van goed eten en drinken, dus hij nam mij ook weleens samen met mijn vriendin mee uit en dan gingen we eten bij Keyzer of Americain in Amsterdam. Er zat niets van tobben in zijn uitstraling, terwijl het verlies van zijn vrouw ingrijpend moet zijn geweest. Die levensaanvaarding hebben Afrikanen ook: van nature in het leven staan. Je hoort er. Je aanvaardt het. Een stadium verder is de dagelijkse levensvreugde. Afrikanen stralen die uit, zelfs te midden van ellende. Dat is de kunst van Afrika. Eén van mijn beste vrienden, een collega, aan het instituut in Den Haag komt uit de Nuba-bergen in Sudan. Als ik hem ontmoet, ben ik weer eventjes in Afrika.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda