FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 05 November 2014 10:29

'Het project Roskam mocht niet mislukken'

'Het project Roskam mocht niet mislukken' Tekst: Theo van de Kerkhof Beeld: Vincent van Gaalen

 

Afgelopen zomer behaalde hij zijn master theologie. Willem Roskam (26) is nu ‘beroepbaar’ als predikant. Zijn ambitie om te promoveren moest hij even parkeren. “Ik wil niet zeggen: ‘Het is de stem van God die dit van mij vraagt’, maar hij is wel in zo’n beslissing betrokken. Ik geloof niet in willekeur.” Deel vier van de Volzin-serie ‘waarin Theo van de Kerkhof spreekt met ‘Jonge Denkers’.

Met een zeker gemak praat Willem Roskam over God. “Een kwestie van opvoeding”, zegt hij. Maar dat is niet het enige. Spreken over God heeft volgens hem iets onvermijdelijks. “Ja, God heeft realiteitswaarde. Misschien wel de hoogste realiteitswaarde.” Toch waren het niet vrome geloofsmotieven die hem na de middelbare school op de faculteit godgeleerdheid van de Universiteit Utrecht deden belanden. Eerder zocht hij de omgang met grote denkers, met levensvragen, de wijsheid van eeuwen. Dat viel in het begin een beetje tegen. Als eerstejaarstheologiestudent kreeg hij vooral inleidende vakken, geschiedenis op detailniveau en veel dode talen gepresenteerd. Hij week uit naar de studie bestuurskunde, behaalde daar zijn bachelor, maar keerde uiteindelijk toch weer terug bij de theologie. Deze zomer studeerde hij af aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam met een masterscriptie over Augustinus. Vraagstelling: kun je vanuit Augustinus’ hoofdwerk De Stad Gods een actuele invulling geven aan het begrip burgerschap? Zo kwamen beide interesses mooi samen: het actueel maatschappelijke en het theologisch beschouwelijke.
Aanvankelijk leek een promotie de logische vervolgstap. “Misschien komt het er nog eens van. Maar ik wil me nu eerst gaan richten op het predikantschapbinnen de Protestantse Kerk in Nederland: handen uit de mouwen, nieuwe kanten van mezelf ontwikkelen.”

Vind je het niet moeilijk om je zo nadrukkelijk met een kerkinstituut te verbinden? Als predikant ben je toch de vertegenwoordiger van een bepaalde geloofstraditie.
“Ik zie dat niet zo massief. Ik beschouw mij niet als woordvoerder van een instituut. Natuurlijk zeg je dingen die passen binnen de geloofsgemeenschap die je dient. Maar dat vind ik wel mooi.”

Je bent niet bang dat je als geloofsverkondiger overvallen wordt door moderne twijfel aan het bestaan van God?
“Ik zie geloven als een zoektocht naar God, waarbij je twijfel niet hoeft uit te sluiten. Mijn geloof is niet een set van waarheden en manieren van doen die ik nauwkeurig zou moeten omarmen. In de protestantse traditie ben je, eerder nog dan aan een religieus instituut, gebonden aan het woord van God. Dat is je eerste binding. Dat geeft een bepaalde richting, maar tegelijk veel ruimte, zodat er voldoende vrijheid blijft voor een zoektocht.”

Maar waarom zou je in die zoektocht überhaupt God ter sprake brengen? Waar komt God jouw verhaal binnen?
“De christelijke traditie zegt dat God een persoonlijke aanwezigheid is in het alledaagse leven. Een ‘aanwezigheid’ die ons aanspreekt en ons ook vraagt om daarop te antwoorden. God is niet oneindig verheven oppermachtig. Hij is iemand die op een voorzichtige, soms verborgen, wijze in het leven aanwezig is en zich ook laat kennen op momenten dat je ervoor open staat.”
In het gewone dagelijkse leven is ‘iets’ aanwezig waarvan de traditie zegt: dat is God.
“Ja, precies. Het is lastig om God vast te pinnen op bepaalde momenten of ervaringen. Toch hebben mensen dat wel steeds geprobeerd. Dat is het mooie van de Bijbel en de hele verdergaande christelijke traditie trouwens: het zijn verhalen van mensen in hun omgang met God.
God is een soort tegenover in jezelf. Een stem die iets van je vraagt dat soms helemaal niet bij je eigen drijfveren past. Als je enkel en alleen zelf je eigen gang gaat, dan negeer je die stem.”

God is beeldspraak voor de stem van je geweten, een ander woord voor ‘superego’?
“Nee, dat is te weinig. Het is meer dan beeldspraak, meer dan een kwestie van taal of een manier van zeggen. Hij is ook meer dan een deel van jezelf. Ik zie God echt als een ‘tegenover’, een ‘Ander’, die creatief en uitdagend aanwezig is. Daarmee zeg ik niet dat God voor het oprapen ligt op iedere straathoek, maar in pastorale gesprekken, waar concrete levenservaringen aan de orde zijn, kun je op zoek gaan naar zijn aanwezigheid. Het is moeilijk in het algemeen over God te spreken. Maar als je dat spreken weglaat zou je iets gaan missen. God is dat wat de dingen als het ware met een bepaalde betekenis laadt. In religieuze taal raak je aan wat de dingen ten diepste zijn: het besef dat alles ons uiteindelijk geschonken is, genade is; dat de dingen niet af zijn, maar voltooiing behoeven; dat het kwaad wel vergeven kan worden, maar dat die vergeving nooit genoeg is.
Onze cultuur neigt ertoe de taal en tradities te verliezen waarin je die kanten van het leven kunt benoemen en hanteren. Dan wordt het lastig voor mensen hun eigen bestaan ten volle te duiden.”

In welke situatie heb je zelf dat ‘tegenover’ ervaren?
“Ik was er na mijn afstuderen nogal op gebrand om te gaan promoveren en kon het aanvankelijk niet zomaar voor lief nemen toen dat niet zo makkelijk realiseerbaar bleek. Het duurde even voor ik een ander perspectief op mijn eigen carrière kon accepteren. Misschien is het beter om mijn theoretische aanleg even niet verder te ontwikkelen en mezelf nu beschikbaar te maken voor anderen. Het is te massief om te zeggen: ‘Dat is de stem van God die dit van mij vraagt’, maar het is wel mijn overtuiging dat God op de een of andere manier in zo’n beslissing betrokken is. Ik geloof niet in willekeur. Ik denk dat God betrokken is in de persoonlijkheid die je bent en in de manier waarop je leeft.”

En als je dan de persoonlijkheid hebt van een tbs’er en van de ene ellendige situatie in de andere rolt?
“Ik geloof dat God ook daar, of juist daar, aanwezig is waar lijden en ellende is. Ook al zien wij niet hoe, dan wil dat nog niet zeggen dat God er niet is.
Je kunt blijven hangen in de onoplosbare vragen over ‘God en het kwaad’, maar daarmee zijn mensen in concrete situaties van lijden niet geholpen. Het is niet hoopvol en weinig christelijk om op momenten van mislukking en lijden alle woorden over God in te slikken. Er zijn geen gemakkelijke antwoorden. Maar het gaat niet aan om ten overstaan van lijden en mislukking te zwijgen.
Dat geloof hoef je trouwens niet alleen uit jezelf te halen, je kunt wat dat betreft meegeloven met de kerk en traditie van alle tijden. In situaties waarin je niets ziet gebeuren en die naar menselijke maatstaven uitzichtloos zijn, kun je vasthouden aan het geloof dat God bij machte is daar leven te wekken, al gebeurt het misschien niet nu en niet in dit leven. Voor mij is dat geloven in de kracht van de opstanding.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda