FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 03 November 2014 12:19

Ahmadiyya, de andere moslims

Ahmadiyya, de andere moslims Tekst: Nuweira Youskine

 

Met wereldwijd tien miljoen gelovigen vormen de Ahmadi-moslims een kleine groep binnen de islam. Ze worden door andere moslims verguisd, verketterd en niet zelden ook vervolgd. Dat weerhoudt hen niet om hun leer van vrede en harmonie met grote ijver uit te dragen, ook in Nederland.

In een grote tent zijn alle ogen gericht op de khalifah. Ieder legt een hand op de schouder van de man voor hem. Net zolang tot allen een keten vormen met degene die helemaal vooraan zit. Hij legt zijn hand op die van de khalifah. Nu is iedereen in de zaal symbolisch met elkaar en met de leider verbonden. De mannen raken met het voorhoofd de grond, in gebed. Er wordt gehuild, soms ingetogen, soms luider. 

Het is het einde van een grote ceremonie tijdens welke alle gelovigen trouw zweren aan de khalifah. Niet aan de gelijknamige leider van terreurgroep Islamitische Staat (IS), maar aan een heel andere voorganger. Het motto van kalief Mirza Masroor Ahmad en zijn aanhangers luidt: love for all, hatred for none (‘liefde voor allen, haat voor niemand’).
De Ahmadiyya, zoals ze heten, zijn verguisd om hun leer, verjaagd uit hun oorspronkelijke landen van herkomst (India en Pakistan) en gebrandmerkt als ketters door het overgrote deel van andere islamitische gemeenschappen. Toch gaan zij onverdroten voort met het uitdragen van hun leer van liefde en het verspreiden van hun eigen speciale vorm van islam. Zij doen dat door middel van publicaties (alleen al de Koran vertaalden zij in meer dan 118 talen), bijeenkomsten, educatie-materiaal, moderne websites en een open houding tegenover ieder die hen tegemoet treedt. Door al die activiteiten lijkt de Ahmadiyya langzaam terrein te winnen, vooralsnog met name in Afrika. Wie zijn deze tegenpolen van de IS?

Profeet en messias
Het begint allemaal vrij idyllisch. In 1835 wordt Mirza Ghulam Ahmad geboren in een rijke familie die afstamt van de beroemde Mughaldynastie. Hij studeert Arabisch en Perzisch en ontwikkelt een steeds intensere belangstelling voor religie en spiritualiteit. Hij vorst, mengt zich in religieuze debatten en wint enkele volgelingen. Rond 1900 doet hij de opvallende bewering dat hij de beloofde messias is, wat hem door velen niet in dank wordt afgenomen, maar anderen juist aantrekt.
Naarmate de tijd vordert, doet Ghulam Ahmad steeds miraculeuzer uitspraken. Zo zou hij wonderen kunnen verrichten als het tot leven wekken van de doden en hij zou visioenen en zelfs goddelijke openbaringen ontvangen, het recht hebben om de islam te vernieuwen en een herverschijning van de hindoegod Krishna zijn. Maar één van zijn beweringen zou het zwaarst wegen van allemaal en hem en zijn aanhangers tot op de dag van vandaag achtervolgen: Ghulam Ahmad zei tevens een manifestatie van de profeet Mohammed zelf te zijn.
Daarmee raakte hij een bijzonder gevoelige snaar. Dat Mohammed de laatste profeet is, als vervolmaking van en kroon op de drie grote monotheïstische godsdiensten, is wellicht het enige punt waar moslims onderling het tot dan toe altijd en overal over eens waren. De bewering een manifestatie van de profeet Mohammed te zijn kwam al te gevaarlijk dicht in de buurt van de pretentie ook zelf profeet te zijn. Een affront in de ogen van veel gelovige moslims dat destijds al voor de nodige onrust zorgde, maar nog geen levensbedreigende situaties opleverde. Wel scheidde na de dood van Ghulam Ahmad een kleine groep volgelingen zich af om in Lahore (het huidige Pakistan) een eigen beweging op te zetten. Vandaag de dag kennen we de eerste en grootste groep als de Jama'at-i-Ahmadiyya en de tweede groep als de Ahmadiyya Anjuman Insha'ati Islam.
Waarschijnlijk wijs geworden na decennia van onrust en vervolging, doen alle Ahmadi’s nu erg hun best om uit te dragen dat Ghulam Ahmad géén profeet gelijk aan Mohammed was. De twist tussen beide groepen gaat dan ook voornamelijk over wat dan wél zijn status is. Is Ghulam Ahmad een profeet geweest of niet? Stond hij op gelijke voet met Mohammed, maar dan als zijn opvolger? Ja, zegt de eerste groep: Ghulam Ahmad is gekomen als de beloofde messias. Hij heeft de oorspronkelijke boodschap van de profeet Mohammed, die louter bestond uit liefde en harmonie en die in de loop der eeuwen gecorrumpeerd werd, weer in ere hersteld. Omdat de wereld nog steeds niet vrij is van haat en immoraliteit, moet die boodschap steeds weer opnieuw uitgedragen worden. Ghulam Ahmad was de eerste en belangrijkste persoon die dit deed: niet als een profeet met de status van Mozes of Mohammed (de 'wetgevende profeten'), maar als niet-wetgevende profeet. Concreet betekent dit dat hij wel door God geleid wordt, maar geen nieuwe religieuze wetten kan invoeren. Zijn opvolgers (die steeds weer opnieuw gekozen worden) hebben de opdracht die boodschap blijvend te uit te dragen en te verspreiden, totdat de hele wereld vrij is van onvrede. De tweede groep ziet dit iets anders: zij menen dat Ghulam Ahmad geen profeet was (ook geen 'niet-wetgevende'), maar de belangrijkste religieuze hervormer van de islam.

Politieke inmenging
Al met al waren het deze ingewikkelde, gevoelige kwesties rond messianisme en profeetschap die de Ahmadi's blijvend het stigma van ongelovigen' zou opleveren. Althans, dat ontwikkelde zich vooral zo nadat politieke ontwikkelingen tot diep in de vezels van de beweging drongen.
In het prille begin waren de overtuigingen van de Ahmadiyya ook niet bepaald mainstream, maar vond nog geen grootschalige stigmatisering of vervolging van buitenaf plaats. Pas na de oprichting van Pakistan (dat oorspronkelijk een seculiere grondwet had) tekenden zich de eerste echte onheilswolken af. De Ahmadi's hadden in Pakistan hoge posities verworven bij de overheid en in het leger. Dit zorgde voor de nodige scheve ogen. Met name de soennitisch-georiënteerde politieke partijen roken hun kans. In een poging zich bij de drommen eenvoudige kiezers populair te maken presenteerden zij zich als de 'normale' moslims en werd de Ahmadiyya-leer als godslasterlijk gebrandmerkt. Dit leidde in 1953 tot de eerste rellen die tegen de Ahmadi’s gericht waren. In 1974 zien we soortgelijke, zeer gewelddadige rellen en worden de Ahmadi's bij wet tot ongelovigen verklaard. Van dan af zijn zij in Pakistan in juridische zin niet-moslims. In 1984 doet de overheid daar nog een schepje bovenop. Sindsdien is het hun ook verboden zichzelf moslim te noemen, op bepaalde plaatsen te bidden, materiaal te publiceren en zelfs om de islamitische vredesgroet uit te spreken.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda