FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 27 October 2014 16:27

Moed komt uit een afgrond vandaan

Moed komt uit een afgrond vandaan Tekst: Nico Keuning Beeld: Aya Musa

 

“Zij was geen aardige vrouw. Niet iemand van wie je gaat houden als biografe. Maar haar leven was de bron voor poëzie.” ‘Dwars tegen de keer’ is dan ook de titel die Mieke Koenen meegeeft aan haar biografie van Ida Gerhardt. ‘Dwars, lastig, koppig’: wat kunnen daar een prachtige gedichten uit voortkomen. En wat een prachtige biografie.

'De vroege dag is zonder breuk of smet,’ denk ik met Ida Gerhardt (1905-1997) als ik op een zonnige ochtend op weg ben naar Mieke Koenen, de biografe van de dichteres. Met elke bocht draai ik dieper het centrum van Leiden in, de stad waar Gerhardt korte tijd Oude Letteren studeerde. Het gelukkigste jaar van haar leven, lees ik in de nieuwe monumentale biografie met de titel Dwars tegen de keer die zoveel zegt over de eigenzinnige en tegendraadse dichteres. De zon schittert op het water van de Witte Singel. Een zijstraat. Een gracht. Het hoekhuis. Ingedikte stilte. De biografe opent de deur. Ik volg haar door de gang, door de keuken, naar de tuin. ‘De diepe tuin, vol groen geheimenis’, zoals Gerhardt zegt in het gedicht Het aards geluk. Akelei, roestkleurig rozenblad, druiven. “Wijnstok”, merkt Koenen op, doelend op het gedicht waarin de hovenier twee in elkaar verwarde ranken heeft ontbonden. Een gelaagd gedicht met bijbelse verwijzingen. Het beeld als metafoor: twee mensen die zichzelf en elkaar verstikken, worden door ‘de hovenier’ uit de knoop gehaald.
We zijn de wereld van Gerhardt binnengetreden.
“Koffie?”
De tuindeuren staan open, als we even later in de woonkamer aan een tafel plaatsnemen. Mijn oog valt op een ingelijste foto van Gerhardt met haar vriendin en levenspartner Marie van der Zeyde, die Ida op het gymnasium in Rotterdam leerde kennen. Ze kwamen elkaar tijdens hun studiejaren in Utrecht weer tegen. De foto is te klein voor de lijst en hangt scheef tegen een achtergrond van bruin karton.

Uit de nalatenschap?
De biografe lacht. “Ik heb hem zelf ingelijst. Het past bij hun sobere levensstijl.” Een landweg. Marie frontaal in een dikke visgraatjas, de handen gevouwen om het hengsel van een damestas. Ida en profil kijkt naar haar. Ze lachen, de ‘lastige dames’, zoals uitgever Nico van Suchtelen hen typeerde. “Na de dood van Marie, in 1990, heeft Ida die jas nog jaren gedragen. Totaal buiten de mode, uit de tijd. Maar hij was nog niet versleten. Tijdens lezingen over Gerhardt zet ik het lijstje voor me neer.”
De poëzie heeft Ida en Marie samengebracht. Marie was de adorerende bewonderaar die in tijdschriften en boeken een lans brak voor het oeuvre van haar hartsvriendin. Voor Ida Gerhardt was zij de muze. De bron van Gerhardts poëzie is de moeder, de haat. In Leiden was Ida gelukkig. Maar van haar moeder mocht ze er niet meer studeren. “Straf”, zegt Koenen. “Moeder kon het geluk van Ida niet aan. Jaloezie. Misschien door het broertje voor Ida dat maar een dag heeft geleefd. Ida was iemand die er niet had mogen zijn.” Een door haar moeder (die in een gesticht werd opgenomen) gehaat kind dat altijd om aandacht en erkenning bleef vragen. Naast Marie als tweede hoofdpersoon, treden er tal van personen op in de biografie. Fascinerend is de verhouding tot zus Truus. De mooie, getalenteerde zus, getrouwd, mooie zonen, die ook dichtte en daarom door Marie en Ida als tegenstander werd beschouwd. Marie schreef een meedogenloze recensie over haar werk in het religieus-socialistische Tijd en taak. Truus, wier man de studie van Ida betaalde, Truus die zelfmoord pleegde. Een intrigerend gegeven voor een biografie!
“Ida Gerhardt was geen aardige vrouw,” zegt Koenen. “Niet iemand van wie je gaat houden als biografe. Maar haar leven was de bron voor poëzie.”

Er moeten altijd tegenstanders zijn. Er moet altijd gevochten worden.
“Die spanning moet erop zitten. Ondanks alle erkenning. Ik mag er wel niet zijn, maar ik zal ze laten horen dat ik er wel ben.”

Wat was de eerste kennismaking met Gerhardt?
“1980. Ik zat op de middelbare school, in het vierde jaar en moest een spreekbeurt houden. Ida Gerhardt had de P.C. Hooftprijs gewonnen. Dat was de aanleiding. En al snapte ik nog niet veel van haar werk, het trok me wel aan. Later tijdens mijn studie bij het maken van vertalingen ben ik me nader in haar poëzie gaan verdiepen.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda