FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 23 October 2014 12:12

Elk mens die je kunt helpen is er een

Elk mens die je kunt helpen is er een Tekst: José Vorstenbosch Beeld: Corbino

Bij de pakken neerzitten is voor Tineke Ceelen geen optie. Onvermoeibaar bezoekt de directeur van de Stichting Vluchteling de brandhaarden van deze wereld. ”Zonder bewapende bewaking. Dan hebben ze geen reden om op je te schieten.”

Ik vind het van belang om de helpende hand toe te steken aan mensen die alles zijn kwijtgeraakt. Zij hebben er echt niks voor gedaan om in die ellendige omstandigheden terecht te komen, net zo min als wij er iets voor gedaan hebben om in deze weelde te leven. Het is een kwestie van veel pech en geluk. Dat geeft ons de plicht om iets te doen.”
Sinds 2003 is Tineke Ceelen (51) directeur van Stichting Vluchteling. Nog steeds ziet ze dit werk als de baan van haar leven. “Ik vind het heel belangrijk wat ik doe, ik doe het graag en ik doe het met grote betrokkenheid.”
Met geld van 90.000 donateurs, de Nationale Postcode Loterij en het ministerie van Binnenlandse Zaken verleent de organisatie in twintig landen hulp bij de acute nood van vluchtelingen en ontheemden. De stichting werkt vanuit een mooi pand in een statige Haagse laan. Daar lijken de brandhaarden en vluchtelingenstromen ver weg, maar met een paar uur vliegen zit je er middenin. Zelf is Ceelen net terug uit de Centraal-Afrikaanse Republiek. “Tijdens zo’n reis loop ik te mopperen omdat de hotelkamer zo slecht is. Maar als ik thuis onder de douche sta, ben ik bijna verwonderd dat er warm water uitkomt. Je beseft even hoe luxe we het hier hebben.”

Waar komt dat sterke solidariteitsgevoel van u vandaan?
“Ik ben opgevoed met de norm dat je anderen helpt. Mijn moeder deed in ons dorp boodschappen voor hulpbehoevende ouderen, mijn vader maakte geld over zodat de paters en zusters in Afrika de hulp konden geven die daar nodig was. Dat vonden ze heel gewoon en ik kreeg dat met de paplepel ingegoten. Zeker mijn vader had iets met de katholieke missie. Hij werd zo’n beetje donateur van alles wat er aan verzoeken binnenkwam. Dat heeft hij zijn leven lang gedaan. Een aantal maanden geleden is hij overleden. Ik heb er nu nog een dagtaak aan om al die donaties stop te zetten.
Mijn vader heeft een kerkelijke uitvaart gehad, maar zelf ben ik niet meer belijdend katholiek. Wat ik wel zie is dat veel vluchtelingen in de situaties waarin zij verkeren veel steun putten uit hun geloof.”

Wat is volgens u op dit moment het meest urgente vluchtelingenprobleem?
“Daar zou ik geen antwoord op wíllen geven. Hoe kun je de ene crisis erger noemen dan de andere? In een aantal landen baart de situatie grote zorgen: Syrië, Jordanië, Noord-Irak, Libanon, Pakistan, Afghanistan, Congo, Zuid-Soedan, zo kan ik nog wel even doorgaan. Ook in de Centraal-Afrikaanse Republiek is sprake van een zeer ernstige crisis. Maar niemand heeft het erover, en het is heel moeilijk om daar aandacht voor te krijgen. Christenen die in Noord-Irak in het nauw gedreven worden, daar kunnen wij ons tot op zekere hoogte in herkennen. Wat de terreurbeweging IS allemaal uitspookt, maakt ons kwaad en dat motiveert om geld te geven. De Centraal-Afrikaanse Republiek staat veel verder van ons af. Dat is echt donker Afrika, met gruwelijke wreedheden die wij niet begrijpen.”

Waarom wilt u altijd zelf poolshoogte nemen in deze landen?
“Datgene wat je ter plekke ziet, is bepalend voor wat je doet in de hulpverlening en in de campagnevoering. Als er veel geld van ons wordt gevraagd, ga ik altijd zelf kijken. Ik vind dat ik het aan de donateurs verschuldigd ben om het geld dat zij ons toevertrouwen zo goed mogelijk te besteden. Een voorbeeld is de Zomeroorlog van 2006, waarin Israël in Zuid-Libanon bombardementen uitvoerde tegen Hezbollah. Mensen hadden nieuwe watertonnen nodig, omdat die waren doorboord. Maar toen ik daar kwam, bleek er een tapijt van niet-geëxplodeerde clusterbommen te liggen. Wat ga je in hemelsnaam doen met een watertank als er overal bommen liggen? Compleet nutteloos! Toen hebben wij nee gezegd tegen de watertonnen en zijn we bommenruimers gaan betalen. Dat was een logisch gevolg van zo’n reis. Daarnaast vind ik het heel belangrijk om de hulpverleners een hart onder de riem te steken en waardering te tonen voor wat ze doen. Het zijn vaak jonge mensen die dag en nacht onder zware en gevaarlijke omstandigheden moeten werken.”

U wordt steeds weer geconfronteerd met de erbarmelijke verhalen van vluchtelingen. Hoe houdt u dat vol?
“Na zoveel jaren in dit werk heeft een crisis natuurlijk weinig verrassingen meer voor mij. Ik weet wat me te wachten staat. Maar het is zeker niet zo dat ik eraan gewend ben. Iedere keer zijn er weer mensen die tot je doordringen. Tijdens mijn laatste reis ontmoette ik een vrouw met een baby op haar rug. Het huis was in brand gestoken, haar man werd voor haar ogen afgeslacht. Enkele dagen nadat ze op de vlucht sloeg, is ze bevallen. Ze was diep getraumatiseerd en huilde alleen maar. Dat soort verhalen raken mij. Het is heus niet zo dat ik afgestompt ben. Als de ellende van mensen je niks meer doet, moet je ermee stoppen.”

Op welke manier zet u deze verhalen in bij de werving van fondsen en donateurs?
“Je probeert het leven van mensen te schetsen in de context. Wat betekent het om in een crisis op de vlucht gejaagd te worden en alles kwijtgeraakt te zijn? Oorlog is heel ver van ons af komen te staan. We hebben geen idee wat het betekent om ’s nachts wakker te worden door hordes zwaarbewapende mannen die alle huizen in brand steken. Wat ik probeer is een manier te vinden om de verhalen zo te vertellen dat ze binnenkomen bij de mensen aan wie ik ze vertel. Aan kinderen vertel je een ander verhaal dan aan volwassenen. En aan de ene volwassene vertel je de gruwelijke waarheid, aan de andere juist niet. Je vertelt het verhaal op tv, de radio en in tijdschriften. Je probeert de boodschap op verschillende manieren naar buiten te brengen.”

Hoe denkt u over de positie van vrouwen in deze conflictgebieden?
“In veel landen is die weinig benijdenswaardig. Ze zijn tweederangs, moeten vaak het zwaarste werk doen en zijn het eerste slachtoffer van geweld. De verkrachtingsproblematiek in oorlogen en vluchtelingenkampen is ontzagwekkend. In de Centraal-Afrikaanse Republiek vertelde een moeder dat haar vijftienjarige dochter is verkracht door een soldaat van de Afrikaanse vredesmacht. Door iemand dus die geacht wordt haar te beschermen! Dat is een zeer kwalijke zaak. Mijn dochter is ook vijftien. Kom aan haar en ik weet je te vinden. Zo’n verhaal motiveert alleen maar meer om ervoor te zorgen dat er een einde komt aan dit soort wantoestanden en deze vrouwen goed worden opgevangen.”

Wat doet Stichting Vluchteling voor hen?
“Verkrachting is een goedkoop en zeer effectief oorlogswapen dat bewust wordt ingezet. Door grootschalig te verkrachten kun je hele gemeenschappen kapotmaken. In Syrië zijn vrouwen en meisjes op tanks gebonden, naakt door de stad gereden en op dorpspleinen publiekelijk verkracht. In Congo worden vrouwen ontvoerd, in de bossen vastgebonden aan een boom, als seksslavinnen maandenlang honderden keren door God mag weten hoeveel mannen verkracht en in brand gestoken. In veel traditionele samenlevingen is een vrouw die verkracht is niks meer waard. Je kunt haar niet meer uithuwelijken of handhaven als echtgenote. Veel vrouwen worden dan ook verstoten uit hun gezin. Wat wij doen is een plek creëren waar ze naartoe kunnen komen, waar ze zich op den duur veilig genoeg voelen om te praten over wat hen is overkomen en om hulp te vragen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda