FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 22 October 2014 13:23

Goddelijke vonk, wonderlijke levenskracht

Goddelijke vonk, wonderlijke levenskracht Tekst: Jolanda Breur Beeld: ANP

Waar de gelovige God ervaart, ervaart de atheïst de ongrijpbaarheid van het bestaan. De vraag is of dit verschil ertoe doet. In het middenveld van de nuance zoek je niet meer om te vinden. Maar wat doe je daar dan wel?

Je wandelt door de natuur en voelt je opgenomen in de omgeving. Wanneer je over de rand van een diepe afgrond kijkt, treedt een oorverdovende stilte je tegemoet. In de verte de onmetelijke horizon. Het woord ‘nietigheid’ borrelt op, evenals verwondering over je bestaan. Ruimdenkende gelovigen noemen deze ervaring God. Gematigde atheïsten spreken over de ongrijpbaarheid van het leven. Beseffen zij niet dat het hier om God gaat? Of zien de gelovigen iets wat er niet is? De vraag is of het antwoord ertoe doet.
Volgens een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau gelooft 22 procent van de Nederlanders zonder meer in God. De teller van het percentage atheïsten staat op 21. De meerderheid rekent zich dus niet tot de orthodoxe gelovigen of overtuigde ongelovigen. Godsdienstsocioloog Joep de Hart telt zo’n 40 procent buitenkerkelijken die niet uitsluiten God of een hogere macht te hebben ervaren. Bijna de helft van hen zegt wel eens te bidden of een kaarsje te branden voor iets of iemand. Wat geloven zij nog wel?

Niet zonder rituelen
“Godsdienstsociologen hielpen religie om zeep.” Theoloog Stephan van Erp heeft zo zijn twijfels over de vragen die deze sociologen aan hun respondenten stellen. Op het symposium ‘Een open plek in de ziel’ van het katholieke Thijmgenootschap, vorige maand in Utrecht gehouden, betoogde hij dat voor geloof een spirituele gevoeligheid nodig is, een sensus fidei. Die zou zich lastig laten vangen in een vragenformuliertje. Ook het Thijmgenootschap ziet de grens tussen geloof en ongeloof vervagen en liet daarover sprekers van diverse gezindten aan het woord. Van Erp vertelde over zijn biddende en gelovige moeder. Wanneer een socioloog haar vraagt of Christus Gods zoon is, zal zij antwoorden dat ze het niet weet. Maar dit blijkt niet uit haar geloofspraktijk, aldus Van Erp. “Die is deels nagebootst, rationeel en irrationeel.”
En deze geloofspraktijk, het gedrag van de gelovige, is waar het om draait volgens filosoof en atheïst Ger Groot. Religie is een serie handelingen die verricht moet worden, het zijn gebeurtenissen. Dit kunnen rituelen zijn, zegt Groot. Geloof komt daar, niet noodzakelijk, uit voort. Rituelen stammen uit een traditie. De gemeenschap geeft ze in de tijd door en dat garandeert duurzaamheid. Die is belangrijk, want Groot heeft geen vertrouwen in ‘soloreligie’. “De mens kan niet zonder hulp van buitenaf religieus zijn. Het bestaan van een kerk of een dienst, maakt dat je er naartoe gaat, deelneemt. Je hebt dus anderen nodig, verbinding, om religiositeit in stand te houden.”
Met een zogeheten geestelijke wereld heeft religie volgens Groot weinig van doen. “Men doet nog wel eens misprijzend over het automatisme waarmee rituelen worden voltrokken. Maar het innerlijk, de geest en het bewustzijn, wordt sterk overschat. We lopen niet voortdurend rond met verheven gevoelens, ons van alles bewust. Daarmee doen we onze lichamelijkheid tekort. Ons geluk halen we uit banale zaken.”
Door de handelingen benadrukt religie de grenzen van spiritualiteit, de geest en dus ook de ratio, denkt Groot. “Alleen de herhaling al is tamelijk idioot. Rationeel hoef je niet steeds te bewijzen dat twee maal twee vier is. We herhalen dat er maar één God is, terwijl niemand weet wat het inhoudt. Waarom die herhaling; God mag het weten.”
Geloof? Tijdens het In paradisum tijdens een katholieke uitvaart geloof ik soms, maar tegelijkertijd weet ik dat het niet waar is.”
De twijfel van Groot over ‘soloreligie’ ook wel ‘de goddelijke vonk in jezelf ontdekken’ is volgens godsdienstsocioloog Joep de Hart geen populair beeld onder gelovigen van behoudende kerkgemeenschappen. Ook op het symposium van het Thijmgenootschap vroeg men zich af of ongebonden spirituelen zich niet te veel bekommeren om hun ‘eigen vlammetje’. Het gevaar van zelfspiritualiteit zou schuilen in het wegdenken van negatieve ervaringen en het idee dat je leven maakbaar is. Toch onderschrijft 88 procent van de Nederlandse bevolking het streven van zelfspiritualiteit. Dat het ontplooien van je eigen vermogens en innerlijke ervaring zo populair is, komt volgens De Hart door het huidige belang van emotie en beleving.

Grote vragen
“Die goddelijke vonk noem ik liever een wonderlijke levenskracht.” Christa Anbeek is respectievelijk hoogleraar en hoofddocent aan de Vrije Universiteit en de Universiteit voor Humanistiek. Zij probeert christelijke thema’s als verzoening en naastenliefde te vertalen naar de achterliggende menselijke ervaringen. “Als iemand over God spreekt, dan gaat het om iets wat hij zelf niet beheerst of kan maken. Het geeft zijn leven kleur en smaak en is van onopgeefbare waarde. Het is een gezien en aangeraakt worden door iets wat je overstijgt. Je beseft dat dingen anders dan ze lijken en dat zelfgenoegzaamheid niet het hoogste goed is. Deze ervaring duikt op in wisselwerking met andere mensen, stilte, kunst of de natuur. De kern is verbondenheid. Daar zijn mensen ook op gebouwd.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda